Hardcore Dutch

QuestionAnswer
a bit
een beetje
a fork
een vork
a knife
een mes
a lot
veel
a, an
een
about
over
according to
volgens
after
na
after
nadat
again
weer
again
opnieuw
against
tegen
alive
levend
all
allemaal
all
alle
all sorts
allerlei
almost
bijna
along
langs
aloud
hardop
already
al
also
ook
although
hoewel
always
altijd
an hour
een uur
and
en
Anna
Anna
anyone
niemand
anyway
toch
approximately
ongeveer
as
als
as soon as
zodra
at
op
at
bij
at all
helemaal
at ease
gerust
at home
thuis
at least
minstens
back
achter
beautiful
mooi
beautiful
prachtig
beautiful
fraai
because
want
because
omdat
because of
door
before
voordat
before
voor
behind
achter
better
beter
between
tussen
big
groot
bland
flauw
blue
blauw
boring
saai
both
zowel
briefly
even
bright
fel
broken
stuk
busy
druk
busy
bezig
busy
druk bezig
but
maar
but, only
maar
by
bij
by
door
by now
inmiddels
calm
rustig
calmly
rustig
can
kunnen
carefully
voorzichtig
cash
contant
challenging
lastig
clean
schoon
clear
duidelijk
clear
helder
clearly
duidelijk
clever
slim
cold
koud
cold
verkouden
colorful
kleurijk
comfortable
comfortabel
completely
volledig
complicated
ingewikkeld
convenient
handig
correct
juist
could
kunnen
could
zouden
crowded
druk
current
huidig
daily
dagelijks
dangerous
gevaarlijk
dark
donker
delicious
heerlijk
dependent
afhankelijk
different
verschillend
difficult
moeilijk
difficult to carry
lastig te dragen
digital
digitaal
directly
direct
dirty
vies
done
klaar
during
tijdens
each
elk
each other
elkaar
each other's
elkaars
earlier
eerder
early
vroeg
easily
eenvoudig
easy
gemakkelijk
easy
makkelijk
empty
leeg
enough
genoeg
entire
heel
especially
bijzonder
especially
vooral
even if
ook als
even if
zelfs al
even though
ook al
eventually
uiteindelijk
every
elke
everyone
iedereen
everything
alles
exactly
precies
excellent
uitstekend
external
extern
extra
extra
fascinating
boeiend
fast
snel
faster
sneller
finally
eindelijk
finished
klaar
first
eerst
first
eerste
five
vijf
for
voor
for
om
for example
bijvoorbeeld
for hours
urenlang
forbidden
verboden
fresh
vers
fresh
fris
friendly
vriendelijk
from
van
from
uit
fun
leuk
further
verder
gladly
graag
gladly, with pleasure
graag
good
goed
handy
handig
happily
graag
happy
blij
hard
hard
he
hij
heavy
zwaar
her
haar
here
hier
herself
zich
high
hoog
him
hem
himself
zich
his
zijn
home
thuis
hopefully
hopelijk
hospitable
gastvrij
hot
heet
how
hoe
huge
enorm
I
ik
if
als
if
of
immediately
meteen
important
belangrijk
in
in
in
binnen
in advance
vooraf
in cash
contant
inside
binnen
instructive
leerzaam
interesting
interessant
it
het
it
hem
just
even
just
zomaar
just
alleen maar
kindly
vriendelijk
large
groot
last
laatste
last
laatst
last year
vorig jaar
late
laat
later
later
later
straks
left
linksaf
like
zoals
like
graag
little
klein
little
weinig
long
lang
longer
langer
loud
luid
loud
hard
lovely
fraai
luckily
gelukkig
many
veel
may
mogen
maybe
misschien
me
mij
me
me
meanwhile
ondertussen
minimal
minimaal
more
meer
more often
vaker
most satisfied
het meest tevreden
much
veel
much, many
veel
must
moeten
must, have to
moeten
my
mijn
myself
mezelf
myself
me
narrow
smal
needed
nodig
new
nieuw
next
volgende
next
volgend
next to
naast
nice
mooi
nice
leuk
no one
niemand
not
niet
not only
niet alleen
nothing
niets
now
nu
nowhere
nergens
occupied
bezet
of
van
often
vaak
old
oud
on
aan
on
op
on my way
onderweg
once
als
one
één
oneself
zich
online
online
only
alleen
open
open
or
of
orange
oranje
other
ander
otherwise
anders
our
onze
our
ons
ourselves
ons
ourselves
zelf
out of
uit
outside
buiten
over
voorbij
own
eigen
partially
deels
patiently
geduldig
peacefully
rustig
perfect
perfect
perhaps
misschien
planned
gepland
please
alstublieft
precisely
juist
previous
vorig
probably
waarschijnlijk
properly
goed
public
openbaar
quick
snel
quickly
snel
quiet
stil
quietly
rustig
quite
vrij
rather
liever
rather
best
ready
klaar
really
erg
red
rood
regularly
regelmatig
relaxed
ontspannen
relaxing
ontspannend
relaxing
rustgevend
remarkable
opvallend
remind
herinner
right
juist
right
rechtsaf
right away
meteen
safe
veilig
salted
gezouten
same
zelfde
satisfied
tevreden
second
tweede
secure
veilig
several
meerdere
severe
erg
shall
zullen
she
zij
she
ze
short
kort
slippery
glad
slowly
langzaam
small
klein
so
dus
so
zo
so many
zoveel
so much
zoveel
so that
zodat
Sofie
Sofie
soft
zacht
someone
iemand
something
iets
sometimes
soms
somewhere
ergens
soon
straks
soon
binnenkort
spacious
ruim
special
bijzonder
steep
steil
step by step
stap voor stap
still
nog
still
toch
still
nog steeds
straight
rechtdoor
straight ahead
rechtdoor
strict
streng
striking
opvallend
stuffed up
verkouden
such as
zoals
surely
vast
sweet
zoet
tasty
lekker
ten
tien
than
dan
that
die
that
dat
that house
dat huis
that's why
daarom
that’s why
daarom
the (female) friend
de vriendin
the (female) neighbor
de buurvrouw
the actor
de acteur
the advice
het advies
the afternoon
de namiddag
the afternoon
de middag
the air
de lucht
the alarm clock
de wekker
the amount
het bedrag
the answer
het antwoord
the apartment
het appartement
the apple
de appel
the appointment
de afspraak
the aroma
het aroma
the arrival
de aankomst
the atmosphere
de sfeer
the attic
de zolder
the audiobook
het luisterboek
the back door
de achterdeur
the backpack
de rugzak
the bag
de tas
the baker
de bakker
the bakery
de bakkerij
the ball
de bal
the basement
de kelder
the basil
het basilicum
the basil
de basilicum
the bathroom
de badkamer
the beach
het strand
the bed
het bed
the bedroom
de slaapkamer
the bicycle
de fiets
the bike
de fiets
the biking
het fietsen
the bird
de vogel
the birds
de vogels
the birthday
de verjaardag
the bit
het beetje
the book
het boek
the book
het boekje
the booklet
het boekje
the bowl
de kom
the box
de doos
the boy
de jongen
the bread
het brood
the breakfast
het ontbijt
the breathing
de ademhaling
the brother
de broer
the building
het gebouw
the building
het pand
the cable
de kabel
the car
de auto
the caretaker
de conciërge
the cash
het geld
the cash register
de kassa
the cashier
de kassamedewerker
the cat
de kat
the center
het centrum
the chair
de stoel
the challenge
de uitdaging
the change
het wisselgeld
the characteristic
de eigenschap
the charger
de oplader
the check-up
de controle
the checkout
de kassa
the child
het kind
the city
de stad
the city life
het stadsleven
the clothing
de kleding
the coat
de jas
the coffee
de koffie
the cold
de kou
the colleague
de collega
the color
de kleur
the comfort
het comfort
the company
het gezelschap
the computer
de computer
the condition
de conditie
the content
de inhoud
the cooking
het koken
the couch
de bank
the country
het land
the creature
het wezen
the croissant
de croissant
the crossing
het oversteken
the crumb
de kruimel
the cup
het kopje
the cup of coffee
het kopje koffie
the cup of tea
het kopje thee
the cupboard
de kast
the curtain
het gordijn
the cushion
het kussen
the customer
de klant
the cutlery
het bestek
the cycling
het fietsen
the cyclist
de fietser
the date
de datum
the day
de dag
the day after tomorrow
overmorgen
the day trip
het dagje uit
the decision
de beslissing
the decision
het besluit
the dentist
de tandarts
the destination
de bestemming
the detail
het detail
the development
de ontwikkeling
the difference
het verschil
the diminutive
het verkleinwoord
the dinner
het avondeten
the dinner
het eten
the director
de regisseur
the discussion
de bespreking
the dish
het gerecht
the dishes
de afwas
the dishwasher
de afwasmachine
the doctor
de dokter
the document
het document
the dog
de hond
the door
de deur
the drawing
de tekening
the dream
de droom
the drink
het drankje
the dust
het stof
the ease
het gemak
the energy
de energie
the energy saving
de energiebesparing
the enthusiasm
het enthousiasme
the evening
avond
the evening
de avond
the event
de gebeurtenis
the exercise
de oefening
the experience
de ervaring
the explanation
de uitleg
the factory
de fabriek
the family
de familie
the family member
het familielid
the fan
de ventilator
the fantasy world
de fantasiewereld
the fear
de angst
the fence
het hek
the festival
het festival
the file
het bestand
the film
de film
the fine
de boete
the flavor
de smaak
the floor
de vloer
the floor
de verdieping
the flower
de bloem
the flower vase
de bloemenvaas
the food
het eten
the fork
de vork
the fridge
de koelkast
the friend
de vriend
the friend
de vriendin
the friends
de vrienden
the fruit
het fruit
the fuel
de brandstof
the fun
het plezier
the future
de toekomst
the game
het spel
the garden
de tuin
the gift
het cadeautje
the girl
het meisje
the girlfriend
de vriendin
the goal
het doel
the government
de regering
the government
de overheid
the grammar
de grammatica
the guest
de gast
the guide
de gids
the guitar
de gitaar
the hand
de hand
the handkerchief
de zakdoek
the hanging up
het ophangen
the head
het hoofd
the heat
de hitte
the heating
de verwarming
the help
de hulp
the hill
de heuvel
the history
de geschiedenis
the home
de woning
the homework
het huiswerk
the hour
het uur
the house
het huis
the idea
het idee
the imperative
de imperatief
the instruction
de instructie
the interest
de interesse
the intersection
het kruispunt
the invitation
de uitnodiging
the job
de baan
the joy
de blijdschap
the key
de sleutel
the kitchen
de keuken
the knife
het mes
the knowledge
de kennis
the laboratory
het laboratorium
the lake
het meer
the landlord
de verhuurder
the language
de taal
the letter
de brief
the library
de bibliotheek
the line
de rij
the list
het lijstje
the little book
het boekje
the little chair
het stoeltje
the living room
de woonkamer
the locker
het kluisje
the look
de uitstraling
the loose change
het kleingeld
the lunch
de lunch
the lyric
de songtekst
the machine
de machine
the mail
de post
the market
de markt
the match
de wedstrijd
the meal
de maaltijd
the meal
het eten
the medicine
het medicijn
the meeting
de vergadering
the meeting
de bijeenkomst
the melody
de melodie
the memory
de herinnering
the message
het bericht
the minute
de minuut
the mirror
de spiegel
the moment
het moment
the money
het geld
the month
de maand
the morning
de ochtend
the mother
de moeder
the mountain
de berg
the movie
de film
the municipality
de gemeente
the music
de muziek
the music festival
het muziekfestival
the music lesson
de muziekles
the neighbor
de buurman
the neighbor
de buurvrouw
the neighborhood
de buurt
the nephew
de neef
the Netherlands
Nederland
the new words
de nieuwe woorden
the news
het nieuws
the niece
de nicht
the noise
het lawaai
the nose
de neus
the note
de notitie
the note
het briefje
the object
het voorwerp
the office
het kantoor
the office job
de kantoorbaan
the older person
de oudere
the opinion
de mening
the organization
de organisatie
the other
de ander
the oven mitt
de ovenwant
the packing
het inpakken
the paint
de verf
the pan
de pan
the paper
het papier
the park
het park
the part
het deel
the part
het onderdeel
the party
het feest
the party
het feestje
the path
het pad
the payment machine
de betaalautomaat
the people
de mensen
the pepper
de peper
the permit
de vergunning
the person
de mens
the pharmacy
de apotheek
the phone
de telefoon
the picnic
de picknick
the pillow
het kussen
the place
de plek
the plan
het plan
the planner
de agenda
the poem
het gedicht
the police
de politie
the post office
het postkantoor
the poster
de poster
the potato
de aardappel
the practice
de praktijk
the preference
de voorkeur
the preparation
de voorbereiding
the prescription
het recept
the present
het heden
the price
de prijs
the professional
de professional
the project
het project
the protection
de bescherming
the question
de vraag
the rain
de regen
the reading
het lezen
the reason
de reden
the recording
de opname
the refrigerator
de koelkast
the regulation
de regeling
the relaxation
de ontspanning
the repairman
de monteur
the request
het verzoek
the research
het onderzoek
the resident
de inwoner
the result
het resultaat
the river
de rivier
the road
de weg
the room
de kamer
the rosemary
de rozemarijn
the route
de route
the rule
de regel
the rush
de haast
the sauce
de saus
the scene
de scène
the school
de school
the search
het zoeken
the season
het seizoen
the service
de service
the shed
de schuur
the shop
de winkel
the shower
de douche
the singer
de zanger
the sister
de zus
the sisters
de zussen
the skill
de vaardigheid
the solution
de oplossing
the song
het lied
the sound
de klank
the soup
de soep
the spice
het kruid
the spring
de lente
the stair
de trap
the stamp
de zegel
the stem
de stam
the store
de winkel
the story
het verhaal
the strategy
de strategie
the street
de straat
the stress
de stress
the student
de student
the study
de studie
the stuff
het spul
the success
het succes
the sugar
de suiker
the summer
de zomer
the sunset
de zonsondergang
the supermarket
de supermarkt
the surroundings
de omgeving
the swimming pool
het zwembad
the table
de tafel
the tablecloth
het tafelkleed
the task
de taak
the tasks
de taken
the tea
de thee
the television
de televisie
the tenant
de huurder
the theme
het thema
the thing
het ding
the ticket
het kaartje
the tidying up
het opruimen
the time
de tijd
the time
het tijdstip
the time
de keer
the touching
het aanraken
the tour
de rondleiding
the traffic
het verkeer
the traffic light
het stoplicht
the transport
het vervoer
the trip
de reis
the umbrella
de paraplu
the vacation
de vakantie
the vacuum cleaner
de stofzuiger
the variant thereof
de variant daarvan
the vegetable
de groente
the vegetables
de groenten
the vending machine
de automaat
the verb
het werkwoord
the view
het uitzicht
the village
het dorp
the visit
het bezoek
the visitor
de bezoeker
the voice
de stem
the walk
de wandeling
the wall
de muur
the wallet
de portemonnee
the washing
het wassen
the water
het water
the wave
de golf
the way
de weg
the way
de manier
the weather
het weer
the weatherman
de weerman
the weekend
het weekend
the window
het raam
the word
het woord
the work
het werk
the writing
het schrijven
the year
het jaar
their
hun
them
ze
them
er
themselves
zich
then
dan
then
daarna
there
daar
there
er
these
deze
they
zij
they
ze
thick
dik
thin
dun
thirsty
dorstig
this
deze
this
dit
this weekend
dit weekend
those
die
three
drie
through
door
tidy
netjes
time
tijd
tired
moe
tiring
vermoeiend
to
naar
to
aan
to
in
to add
toevoegen
to appear
tevoorschijn komen
to appear
tevoorschijnkomen
to appreciate
waarderen
to ask
vragen
to avoid
vermijden
to be
zijn
to be able
kunnen
to be able to
kunnen
to be allowed
mogen
to be known
bekendstaan
to be mistaken
zich vergissen
to become
worden
to begin
beginnen
to bike
fietsen
to blow
snuiten
to bother
storen
to bring along
meenemen
to buy
kopen
to buy (past)
gekocht
to call
bellen
to call out
roepen
to carry
dragen
to celebrate
vieren
to check
controleren
to clean
schoonmaken
to climb
beklimmen
to close
sluiten
to collect
verzamelen
to collide
botsen
to come
komen
to come along
meekomen
to come along
meegaan
to come home
thuiskomen
to come in
binnenkomen
to come up with
verzinnen
to communicate
communiceren
to compare
vergelijken
to confer
overleggen
to consider
overwegen
to continue
doorgaan
to continue
verdergaan
to continue
blijven
to cook
koken
to cool down
afkoelen
to decide
besluiten
to deliver
bezorgen
to describe
omschrijven
to disappear
verdwijnen
to discuss
bespreken
to discuss
overleggen
to do
doen
to do shopping
boodschappen doen
to draw
tekenen
to dream
dromen
to drink
drinken
to eat
eten
to end
eindigen
to end up
uitkomen
to enjoy
genieten
to enjoy
genieten van
to ensure
zorgen voor
to enter
binnenkomen
to escape
ontsnappen
to exercise
sporten
to exist
bestaan
to explain
uitleggen
to feel
voelen
to feel
aanvoelen
to feel at home
zich thuis voelen
to fill
vullen
to find
vinden
to finish
afmaken
to finish
afhebben
to finish
voltooien
to finish
afronden
to fit
passen
to follow
volgen
to forget
vergeten
to free
vrij
to get
worden
to get
halen
to get
krijgen
to get dressed
aankleden
to get lost
verdwaald raken
to get up
opstaan
to give
geven
to go
gaan
to go down
afgaan
to go on vacation
op vakantie gaan
to go to sleep
gaan slapen
to grab
pakken
to grow
groeien
to happen
gebeuren
to have
hebben
to have to
moeten
to hear
horen
to help
helpen
to help grow
laten groeien
to hide
verstoppen
to hold tight
vasthouden
to hope
hopen
to hug
omhelzen
to hurry
haasten
to hurry up
opschieten
to impose
opleggen
to improve
verbeteren
to infect
besmetten
to introduce
introduceren
to invite
uitnodigen
to join
meedoen
to keep
houden
to keep
blijven
to keep
bewaren
to keep going
blijven gaan
to know
weten
to laugh
lachen
to learn
leren
to leave
vertrekken
to leave
verlaten
to leave open
openlaten
to let
laten
to let go
loslaten
to lie
liggen
to like
graag hebben
to like
houden ervan
to like to drink
graag drinken
to list
opnoemen
to listen
luisteren
to live
wonen
to look
kijken
to look for
zoeken
to look for
zoeken naar
to lose
verliezen
to love
houden van
to lunch
lunchen
to make
maken
to make plans
plannen maken
to miss
missen
to mistake
zich vergissen
to move
verhuizen
to need
nodig hebben
to open
openen
to order
bestellen
to organize
organiseren
to oversleep
verslapen
to paint
schilderen
to paraphrase
omschrijven
to park
parkeren
to pay
betalen
to pay attention
opletten
to pay by card
pinnen
to pick up
halen
to pick up
ophalen
to place
plaatsen
to place
leggen
to plan
plannen
to play
spelen
to please
bevallen
to pour
inschenken
to practice
oefenen
to predict
voorspellen
to prefer
liever hebben
to prepare
voorbereiden
to prepare
bereiden
to prevent
voorkomen
to put
zetten
to put
leggen
to rain
regenen
to reach
bereiken
to react
reageren
to read
lezen
to receive
krijgen
to recommend
aanraden
to refuse
weigeren
to regulate
regelen
to relax
ontspannen
to relax
ontspanning
to remain
blijven
to remember
onthouden
to remember
herinneren
to respond
reageren
to retain
behouden
to ride
fietsen
to ring
aanbellen
to risk
riskeren
to run
rennen
to run
draaien
to run
hardlopen
to rush
haasten
to save
opslaan
to say
zeggen
to schedule
plannen
to search
zoeken
to see
zien
to seek
zoeken
to seem
lijken
to sell
verkopen
to send
sturen
to send out
versturen
to set
zetten
to set
dekken
to shake
schudden
to share
delen
to show
laten zien
to show
tonen
to sing
zingen
to sit
zitten
to sleep
slapen
to soften
verzachten
to sound
klinken
to speak
spreken
to speak
praten
to spend
uitgeven
to stand
staan
to start
beginnen
to stay
blijven
to stop
stoppen
to store
opbergen
to store away
opbergen
to study
studeren
to study
leren
to succeed
lukken
to sweep
vegen
to tackle
aangaan
to take
nemen
to take
meenemen
to take along
meenemen
to take place
plaatsvinden
to talk
spreken
to talk
praten
to talk about
praten over
to taste
smaken
to tell
vertellen
to thank
bedanken
to think
denken
to tidy up
opruimen
to touch
aanraken
to travel
reizen
to try
proberen
to turn left
linksaf slaan
to turn off
uitzetten
to turn on
aanzetten
to turn right
rechtsafgaan
to turn right
rechtsaf slaan
to understand
begrijpen
to use
gebruiken
to use (up)
verbruiken
to vacuum
stofzuigen
to visit
bezoeken
to wait
wachten
to wait for
wachten op
to walk
lopen
to walk
wandelen
to want
willen
to wash
wassen
to wash up
afwassen
to watch
kijken
to watch
bekijken
to watch out
uitkijken
to wear
dragen
to welcome
verwelkomen
to win
winnen
to wish
wensen
to work
werken
to work (on)
werken
to work together
samenwerken
to write
schrijven
to write down
opschrijven
today
vandaag
together
samen
together
gezamenlijk
Tom
Tom
tomorrow
morgen
too
ook
too
te
too much
te veel
truly
echt
two
twee
ultimately
uiteindelijk
unexpected
onverwacht
unfamiliar
onbekend
unhealthy
ongezond
unpleasant
vervelend
unpredictable
onvoorspelbaar
until
totdat
until
tot
up
boven
urgent
dringend
us
ons
useful
handig
usual
normaal
usually
meestal
various
diverse
very
heel
very
erg
very
zeer
warm
warm
we
wij
we
we
weak
zwak
well
goed
what
wat
when
wanneer
when
als
when
toen
where
waar
whether
of
which is why
waardoor
while
terwijl
who
die
why
waarom
will
zullen
will
zal
with
met
with
bij
with it
ermee
without
zonder
work
werk
would
zouden
would like to
zouden graag
yes
ja
yesterday
gisteren
you
jij
you
je
you
u
you (plural)
jullie
your
jouw
your
je
your
uw