Usages of de stoel
De nieuwe stoel staat naast de tafel.
The new chair is placed next to the table.
Ik heb die stoel gekocht en hij is heel mooi.
I bought that chair and it is very beautiful.
De mooie stoel staat in het oude huis.
The beautiful chair is in the old house.
De kat ligt naast de stoel.
The cat is lying next to the chair.
Hun kat ligt op de nieuwe stoel.
Their cat is lying on the new chair.
Het is comfortabel om op de nieuwe stoel te zitten.
It is comfortable to sit on the new chair.
Wij zitten rustig op de nieuwe stoel.
We sit quietly on the new chair.
De stoel is rood.
The chair is red.
Deze stoel heeft een zacht kussen waar ik graag op zit.
This chair has a soft cushion that I like to sit on.
De stoel is fel rood.
The chair is bright red.
Mijn stoel is nu een stoeltje, omdat het voor een kind is.
My chair is now a little chair, because it is for a child.
Ik leg de kabel naast de stoel.
I put the cable next to the chair.
Elon.io is an online learning platform
We have an entire course teaching Dutch grammar and vocabulary.