de week

Usages of de week

Ik lees per week een boek.
I read a book per week.
Wij leren samen in de week.
We learn together during the week.
Wij lezen gemiddeld een boek per week.
We read an average of one book per week.
Wij trainen drie keer per week in de sportschool.
We train three times a week in the gym.
Volgende week is er een nationale feestdag, dus de winkels zijn dicht.
Next week there is a national holiday, so the shops are closed.
We maken eerst een boodschappenlijst voor de week.
We first make a shopping list for the week.
De kwaliteit van het water wordt elke week betrouwbaar gemeten.
The quality of the water is measured reliably every week.
Vorige week schreef ik elke avond in mijn dagboek.
Last week I wrote in my diary every evening.
Tom verloor zijn nieuwe broek al na één week.
Tom lost his new trousers after only one week.
Sinds vorige maand werk ik drie dagen per week thuis.
Since last month I have been working from home three days a week.
Normaal werk ik drie dagen per week op kantoor.
Normally I work three days a week at the office.
Het is een week geleden dat zij ontbijtgranen heeft gekocht, dus de doos is bijna leeg.
It has been a week since she bought breakfast cereal, so the box is almost empty.
Ik weet niet of de bibliotheek die roman deze week al kan uitlenen.
I don’t know whether the library can already lend out that novel this week.
Vorige week was de recensent de verfilming aan het bekijken in een bijna lege bioscoopzaal.
Last week the reviewer was watching the adaptation in an almost empty cinema hall.
De professor leest deze week mijn scriptie.
The professor is reading my thesis this week.
De professor beoordeelt onze scripties volgende week.
The professor will assess our theses next week.
Elon.io is an online learning platform
We have an entire course teaching Dutch grammar and vocabulary.

Start learning Dutch now