Usages of oud
Het nieuwe huis heeft een mooie deur en een oude tafel.
The new house has a beautiful door and an old table.
Die vriend woont ook in een oud huis.
That friend also lives in an old house.
De mooie stoel staat in het oude huis.
The beautiful chair is in the old house.
De jongen en het meisje zingen samen in het oude huis.
The boy and the girl sing together in the old house.
Zij nemen de kleding naar het oude huis.
They take the clothing to the old house.
Ik denk dat het zwak kan zijn, omdat de koelkast al heel oud is.
I think it might be weak, because the fridge is already very old.
De schuur is heel oud.
The shed is very old.
De oude muur wordt nu geschilderd door mijn neef.
The old wall is now being painted by my nephew.
Het nieuwe huis van mijn broer is mooier dan zijn oude appartement.
My brother's new house is more beautiful than his old apartment.
Op die zolder staan oude dozen, maar onze slaapkamer is juist nog vrij leeg.
In that attic, there are old boxes, but our bedroom is actually still quite empty.
Ik wil een oud pand kopen.
I want to buy an old building.
De huurder woont in een oud huis.
The tenant lives in an old house.
De poster is niet oud, maar nieuw.
The poster is not old, but new.
Elon.io is an online learning platform
We have an entire course teaching Dutch grammar and vocabulary.