Usages of koken
Hij gaat morgen leren koken.
He is going to learn to cook tomorrow.
Hij gaat eten koken voor zijn vriendin.
He is going to cook food for his girlfriend.
Wij hebben gisteren samen gekookt en gegeten.
We cooked and ate together yesterday.
Wij zullen samen koken en dan eten.
We will cook together and then eat.
Wij moeten eerst groenten eten, dus koken wij een maaltijd.
We have to eat vegetables first, so we cook a meal.
Zij gebruikt de ovenwant tijdens het koken.
She uses the oven mitt while cooking.
De tijd is belangrijk wanneer wij een maaltijd koken.
Time is important when we cook a meal.
De maaltijd die Anna heeft gekookt, is bijzonder goed.
The meal that Anna has cooked is especially good.
Wij fietsen naar de markt en daarna koken wij avondeten.
We bike to the market and then we cook dinner.
Volgende keer koken wij samen.
Next time, we cook together.
Ik kook goed voor mijn familie.
I cook well for my family.
Tom houdt ervan om kruiden toe te voegen wanneer hij kookt; hij gebruikt graag rozemarijn en basilicum.
Tom likes to add spices when he cooks; he likes to use rosemary and basil.
Wilt u ook een kopje koffie voordat u begint met koken?
Would you also like a little cup of coffee before you start cooking?
Tom kookt een maaltijd met basilicum.
Tom cooks a meal with basil.
Tom leert stap voor stap koken.
Tom learns to cook step by step.
Anna kookt meteen een lekkere maaltijd.
Anna cooks a tasty meal immediately.
Elon.io is an online learning platform
We have an entire course teaching Dutch grammar and vocabulary.