Usages of rood
Hij gebruikt rode verf om de muur een frisse kleur te geven.
He uses red paint to give the wall a fresh color.
De stoel is rood.
The chair is red.
De stoel is fel rood.
The chair is bright red.
Mijn neus is rood.
My nose is red.
Rechtsaf slaan is hier verboden als het stoplicht op rood staat.
Turning right is forbidden here if the traffic light is red.
De auto stopt, want het stoplicht is rood.
The car stops because the traffic light is red.
Elon.io is an online learning platform
We have an entire course teaching Dutch grammar and vocabulary.