Usages of naast
De nieuwe stoel staat naast de tafel.
The new chair is placed next to the table.
De kat ligt naast de stoel.
The cat is lying next to the chair.
De appel ligt op de tafel naast het boek.
The apple is lying on the table next to the book.
De fiets staat naast de schuur.
The bike is next to the shed.
Het voorwerp ligt op de tafel naast de appel.
The object is on the table next to the apple.
De wekker staat op de tafel naast het bed.
The alarm clock is on the table next to the bed.
Bloemenvaas staat naast de tafel.
The flower vase stands next to the table.
Ik leg de doos naast de tafel.
I put the box next to the table.
Ik leg de kabel naast de stoel.
I put the cable next to the chair.
Elon.io is an online learning platform
We have an entire course teaching Dutch grammar and vocabulary.