Usages of zitten
Het is comfortabel om op de nieuwe stoel te zitten.
It is comfortable to sit on the new chair.
Wij zitten rustig op de nieuwe stoel.
We sit quietly on the new chair.
Mijn familielid zit in de tuin.
My family member is sitting in the garden.
Ik zit in de woonkamer.
I sit in the living room.
Deze stoel heeft een zacht kussen waar ik graag op zit.
This chair has a soft cushion that I like to sit on.
Ik ga in een stille kamer zitten om rustig te studeren.
I'm going to sit in a quiet room to study peacefully.
Zij zitten graag bij de rivier om de zonsondergang te bekijken.
They like to sit by the river to watch the sunset.
Anna zit bij Tom.
Anna sits with Tom.
Wil je op dit stoeltje zitten, of liever op de grote bank?
Do you want to sit on this little chair, or rather on the big couch?
Elon.io is an online learning platform
We have an entire course teaching Dutch grammar and vocabulary.