hij

Usages of hij

Hij is niet klein, maar groot.
He is not small, but big.
Hij drinkt water.
He drinks water.
Hij eet ook brood.
He also eats bread.
Hij gaat morgen leren koken.
He is going to learn to cook tomorrow.
Hij gaat eten koken voor zijn vriendin.
He is going to cook food for his girlfriend.
Ik heb die stoel gekocht en hij is heel mooi.
I bought that chair and it is very beautiful.
Ja, ik heb met hem gesproken en hij is heel vriendelijk.
Yes, I have spoken with him and he is very friendly.
Hij en Sofie lezen samen een boek.
He and Sofie are reading a book together.
Hij gaat weer in het park lopen.
He is going to walk in the park again.
Hij drinkt veel, want hij is dorstig.
He drinks a lot because he is thirsty.
Hij drinkt veel water tijdens de picknick.
He drinks a lot of water during the picnic.
Hij moet elke dag oefenen om beter te worden.
He has to practice every day to get better.
Misschien roep ik Tom, zodat hij zijn sleutel ook kan opbergen.
Maybe I will call out to Tom, so that he can also store away his key.
Zal hij zijn kleding opbergen voordat het te laat is?
Will he store away his clothes before it is too late?
Hij zal de tafel niet aanraken omdat er veel geld op ligt.
He will not touch the table because there is a lot of money on it.
Hij zal de koelkast uitzetten voordat hij vertrekt.
He will turn off the fridge before he leaves.
Na het bezoek aan zijn vriendin, zal hij zich ontspannen.
After the visit to his girlfriend, he will relax.
Hij doet het werk voor het feest.
He does the work for the party.
Hij kan zich in de spiegel zien.
He can see himself in the mirror.
Mijn neef helpt mij met het opruimen, want hij vindt het leuk om samen te werken.
My nephew helps me tidy up, because he likes working together.
Hoe speelt hij muziek in de tuin?
How does he play music in the garden?
Hij krijgt uitleg over zijn huiswerk.
He receives an explanation about his homework.
Hij speelt muziek als hij zich ontspannen voelt.
He plays music when he feels relaxed.
Hij hoort de vogels in de tuin.
He hears the birds in the garden.
Hij gebruikt rode verf om de muur een frisse kleur te geven.
He uses red paint to give the wall a fresh color.
Hij zingt een lied over de aankomst van de lente met een prachtige melodie.
He sings a song about the arrival of spring with a beautiful melody.
Zodra de kat het hek ziet, komt hij tevoorschijn en loopt weer naar binnen.
As soon as the cat sees the fence, he appears and walks back inside.
Als hij een saaie songtekst zou zingen, verdwijnt ons enthousiasme misschien sneller.
If he were to sing a boring lyric, our enthusiasm might disappear faster.
Toch voorspellen we dat de muziek leuk zal zijn, want hij heeft een mooie stem.
Still, we predict that the music will be fun, because he has a lovely voice.
Hij geeft Tom een boek.
He gives Tom a book.
Hij verwelkomt zijn vriendin.
He welcomes his girlfriend.
Hij heeft een mooie stem.
He has a beautiful voice.
Mijn buurman schildert de muur oranje, want hij houdt van felle kleuren.
My neighbor is painting the wall orange, because he likes bright colors.
Tom spreekt met een zachte stem, zodat hij niemand stoort.
Tom speaks in a soft voice so that he doesn't bother anyone.
Ik vraag de conciërge of hij de deur wil openen, omdat ik mijn sleutel ben vergeten.
I ask the caretaker if he will open the door, because I forgot my key.
Volgens de regisseur is de scène te luid, dus hij vraagt om zachter te spreken.
According to the director, the scene is too loud, so he asks to speak more quietly.
Hij zoekt zijn sleutel in de kelder.
He searches for his key in the basement.
Hij gaat even naar de winkel.
He is just going to the store.
Mijn broer werkt in een fabriek, maar hij wil graag een andere baan zoeken.
My brother works in a factory, but he would like to look for a different job.
Hij communiceert met zijn vriend.
He communicates with his friend.
Ik heb iemand nodig die vandaag de vloer moet vegen, want hij is erg vies.
I need someone to sweep the floor today, because it is very dirty.
Hij schildert het huis blauw.
He paints the house blue.
Hij komt onverwacht naar huis.
He comes home unexpectedly.
Hij is druk bezig met zijn huiswerk.
He is busy doing his homework.
Mijn broer wil graag helpen met de afwas, omdat hij het leuk vindt om samen te werken.
My brother would like to help with the dishes, because he enjoys working together.
Tom houdt ervan om kruiden toe te voegen wanneer hij kookt; hij gebruikt graag rozemarijn en basilicum.
Tom likes to add spices when he cooks; he likes to use rosemary and basil.
De stofzuiger maakt veel lawaai, maar hij zuigt wel alle kruimels van de vloer.
The vacuum cleaner makes a lot of noise, but it does suck up all the crumbs from the floor.
Hij pakt mijn hand.
He grabs my hand.
Hij drinkt nog steeds water.
He still drinks water.
Tom weigert een appartement in het centrum te zoeken, omdat hij tevreden is met zijn huidige plek.
Tom refuses to look for an apartment in the center, because he is satisfied with his current place.
Ik wil mijn mening met Tom delen, want hij waardeert andere ideeën vaak.
I want to share my opinion with Tom, because he often appreciates other ideas.
Hij waardeert het ook als ik het verschil tussen onze voorkeuren duidelijk uitleg.
He also appreciates it if I clearly explain the difference between our preferences.
Hij werkt hard.
He works hard.
Hij spreekt duidelijk.
He speaks clearly.
Hij besmet zijn vriend niet.
He does not infect his friend.
Deze saus heeft te weinig peper, dus hij smaakt een beetje flauw.
This sauce has too little pepper, so it tastes a bit bland.
Mijn rugzak is erg handig voor dagjes uit, want hij heeft veel vakken.
My backpack is very handy for day trips, because it has many compartments.
Jouw tekening is ook fraai, en hij past perfect bij het thema van onze woonkamer.
Your drawing is also beautiful, and it fits perfectly with the theme of our living room.
Hij wil rechtsafgaan om bij de winkel te komen.
He wants to turn right to get to the shop.
Hij neemt het medicijn om beter te worden.
He takes the medicine to get better.
De hond is moe, waardoor hij in het huis ligt.
The dog is tired, which is why he is lying in the house.
Hij zoekt bescherming tegen de kou.
He seeks protection against the cold.
Hij staat tegen de muur.
He stands against the wall.
Elon.io is an online learning platform
We have an entire course teaching Dutch grammar and vocabulary.

Start learning Dutch now