Usages of klaar
Ik besluit om morgen te helpen, omdat ik veel redenen heb om sneller klaar te willen zijn.
I decide to help tomorrow because I have many reasons to want to be finished faster.
Ik ben klaar met het eten.
I am finished with the meal.
Het ophangen is klaar.
The hanging up is finished.
Elon.io is an online learning platform
We have an entire course teaching Dutch grammar and vocabulary.