Usages of de trui
Anna trekt een warme trui aan, want in het voorjaar kan het nog fris zijn.
Anna puts on a warm sweater, because in early spring it can still be chilly.
Wanneer de zonnestralen door het raam vallen, lijkt de nieuwe trui nog warmer.
When the sunbeams fall through the window, the new sweater seems even warmer.
Na de regenbui droogt mijn nieuwe trui gelukkig snel.
After the rain shower my new sweater luckily dries quickly.
Door die nieuwe trui begonnen mijn armen te jeuken, en ik zag Tom ook zweten in de volle bus.
Because of that new sweater my arms started itching, and I also saw Tom sweating on the crowded bus.
De trui is roze.
The sweater is pink.
Elon.io is an online learning platform
We have an entire course teaching Dutch grammar and vocabulary.