Usages of vijf
Wij moeten ongeveer vijf uur reizen om op onze bestemming te komen.
We have to travel for approximately five hours to reach our destination.
Ik heb vijf boeken.
I have five books.
Tom fietst vijf kilometer naar school.
Tom bikes five kilometers to school.
We pauzeren vijf minuten, want ik heb haast en moet naar het toilet.
We pause for five minutes, because I am in a hurry and need to go to the toilet.
Onder zijn bureau ligt een stekkerdoos met vijf stopcontacten.
Under his desk there is a power strip with five outlets.
Onze trein vertrekt straks van spoor vijf.
Our train leaves from platform five soon.
Onder deze garantie volgt de terugbetaling binnen vijf dagen.
Under this warranty, the refund follows within five days.
Na vijf dagen kwam de terugbetaling eindelijk binnen.
After five days, the refund finally arrived.
Elon.io is an online learning platform
We have an entire course teaching Dutch grammar and vocabulary.