Usages of leggen
Ik leg het boek in de kast.
I put the book in the cupboard.
Ik leg het boek op de tafel.
I put the book on the table.
Ik leg het kussen op de bank.
I put the pillow on the couch.
Ik leg de doos naast de tafel.
I put the box next to the table.
Ik leg de kabel naast de stoel.
I put the cable next to the chair.
Elon.io is an online learning platform
We have an entire course teaching Dutch grammar and vocabulary.