Usages of de bank
Wil je op dit stoeltje zitten, of liever op de grote bank?
Do you want to sit on this little chair, or rather on the big couch?
De bank in de woonkamer is heel zacht, maar het kussen daarop is een beetje te dik.
The couch in the living room is very soft, but the pillow on it is a bit too thick.
Ik leg het kussen op de bank.
I put the pillow on the couch.
Stof ligt op de bank.
Dust lies on the couch.
De bank is bezet door Anna.
The couch is occupied by Anna.
Elon.io is an online learning platform
We have an entire course teaching Dutch grammar and vocabulary.