het huis

Usages of het huis

Wij gaan in het weekend naar een nieuw huis.
We are going to a new house this weekend.
Het nieuwe huis heeft een mooie deur en een oude tafel.
The new house has a beautiful door and an old table.
Die vriend woont ook in een oud huis.
That friend also lives in an old house.
Jij woont in een mooi huis.
You live in a beautiful house.
De mooie stoel staat in het oude huis.
The beautiful chair is in the old house.
De hond ligt in het huis.
The dog is lying in the house.
De jongen en het meisje zingen samen in het oude huis.
The boy and the girl sing together in the old house.
Zij nemen de kleding naar het oude huis.
They take the clothing to the old house.
Mijn tandarts zou binnenkomen in ons huis als ik hem dat zou uitleggen, maar ik ga liever naar de praktijk.
My dentist would come in to our house if I explained that to him, but I prefer going to the practice.
De vergadering is voorbij en nu kunnen wij naar huis gaan.
The meeting is over and now we can go home.
De deur van het huis is heel mooi.
The door of the house is very beautiful.
De hond loopt door het huis.
The dog walks through the house.
De hond loopt uit het huis.
The dog walks out of the house.
Anna en Tom komen samen naar huis.
Anna and Tom come home together.
Betaal bij de kassa en neem je brood mee naar huis.
Pay at the cash register and take your bread home.
De auto staat achter het huis.
The car is behind the house.
Ik loop langs het huis.
I walk along the house.
Ergens in deze buurt staat een opvallend huis met een blauwe deur.
Somewhere in this neighborhood there is a striking house with a blue door.
Niemand weet precies waarom dat huis zo opvallend is.
No one knows exactly why that house is so remarkable.
Hij schildert het huis blauw.
He paints the house blue.
Hij komt onverwacht naar huis.
He comes home unexpectedly.
Wanneer je bij een onbekend huis wilt binnenkomen, is het netjes om eerst aan te bellen.
When you want to enter an unfamiliar house, it is polite to ring the bell first.
Mijn huis heeft drie verdiepingen.
My house has three floors.
Ik geniet van comfort in ons huis.
I enjoy comfort in our house.
Het nieuwe huis van mijn broer is mooier dan zijn oude appartement.
My brother's new house is more beautiful than his old apartment.
Ik heb een voorkeur voor een huis buiten de stad, want daar is het mooier en rustiger.
I have a preference for a house outside the city, because it is more beautiful and calmer there.
Wij zijn het meest tevreden in het mooie huis.
We are the most satisfied in the beautiful house.
De zolder in ons nieuwe huis is heel ruim en heeft een klein raam.
The attic in our new house is very spacious and has a small window.
In het Nederlands zeggen we 'ons huis', omdat 'huis' een het-woord is.
In Dutch, we say 'ons huis' because 'huis' is a neuter word.
De hond is moe, waardoor hij in het huis ligt.
The dog is tired, which is why he is lying in the house.
De huurder woont in een oud huis.
The tenant lives in an old house.
Elon.io is an online learning platform
We have an entire course teaching Dutch grammar and vocabulary.

Start learning Dutch now