aan

Usages of aan

De kinderen zijn aan het tekenen in de schaduw van het bos.
The children are drawing in the shade of the forest.
Tom heeft een gloednieuw toestel; hij is aan het testen hoe scherp de camera is.
Tom has a brand-new device; he is testing how sharp the camera is.
Ik ben aan het zoeken naar de verloren sleutel met mijn zaklamp.
I am searching for the lost key with my flashlight.
Aan het einde van het toernooi krijgt het winnende team een gouden beker.
At the end of the tournament the winning team receives a golden cup.
Wanneer de garage open is, ben ik daar aan het sleutelen aan mijn auto.
When the garage is open, I am working on my car there.
In de bibliotheek laat ik mijn bibliotheekpas zien aan de balie.
In the library I show my library card at the counter.
Aan het einde zullen we alles samenvatten en tenminste twee fouten verbeteren.
At the end we will summarize everything and correct at least two mistakes.
Trouwens, jouw plek aan tafel is naast Anna.
By the way, your spot at the table is next to Anna.
Ik ben aan het koken in de keuken.
I am cooking in the kitchen.
Tom is aan het afwassen terwijl Anna leest.
Tom is doing the dishes while Anna is reading.
Wat ben jij aan het doen?
What are you doing?
Wij zijn aan het oefenen voor het examen.
We are practicing for the exam.
De kinderen zijn aan het spelen in de tuin.
The children are playing in the garden.
Mijn klasgenoot zit achterin het lokaal en is aan het schrijven.
My classmate is sitting in the back of the classroom and is writing.
Mijn opa en oma zijn aan het ontbijten wanneer ik binnenkom.
My grandpa and grandma are having breakfast when I come in.
Een fotograaf is aan het wachten voor het gebouw om een foto te maken.
A photographer is waiting in front of the building to take a photo.
Terwijl de bus rijdt, zijn we aan het luisteren naar een rustige podcast.
While the bus is driving, we are listening to a calm podcast.
Gisteren was Anna nog tot laat aan het lezen in haar roman.
Yesterday Anna was reading her novel until late.
Toen ik binnenkwam, waren de kinderen aan het pauzeren: de één las een stripboek en de ander keek een aflevering op de tablet.
When I came in, the children were taking a break: one was reading a comic book and the other was watching an episode on the tablet.
Vorige week was de recensent de verfilming aan het bekijken in een bijna lege bioscoopzaal.
Last week the reviewer was watching the adaptation in an almost empty cinema hall.
Anna is aan het schrijven aan haar scriptie in de bibliotheek.
Anna is writing her thesis in the library.
Tom is aan het leren voor zijn eerste tentamen Nederlands.
Tom is studying for his first Dutch exam.
Op het scherm van haar laptop ziet Anna dat ze al vier uur aan het schrijven is.
On her laptop screen Anna sees that she has already been writing for four hours.
Mijn huisgenoot is aan het koken, terwijl ik aan het leren ben voor het tentamen.
My housemate is cooking while I am studying for the exam.
De professor is aan het uitleggen hoe wij ons beter kunnen concentreren en onze motivatie kunnen vasthouden tijdens het tentamen.
The professor is explaining how we can concentrate better and keep up our motivation during the exam.
Tijdens het college zijn veel studenten aan het typen, maar een paar zijn duidelijk afgeleid door hun scherm, en hun schermtijd is al erg hoog.
During the lecture many students are typing, but a few are clearly distracted by their screen, and their screen time is already very high.
Elon.io is an online learning platform
We have an entire course teaching Dutch grammar and vocabulary.

Start learning Dutch now