Usages of komen
Ik kom uit de tuin.
I come from the garden.
Anna en Tom komen samen naar huis.
Anna and Tom come home together.
Wij wachten bij de deur tot de vrienden komen.
We wait at the door until the friends come.
Wij hopen dat onze vriendin komt.
We hope that our friend comes.
Ik raad je aan om vroeg te komen, omdat dit festival maar één dag zal plaatsvinden.
I recommend you come early, because this festival will only take place on one day.
We kunnen die gebeurtenis niet missen, want er komen zoveel bezoekers.
We cannot miss that event, because so many visitors are coming.
Hij komt onverwacht naar huis.
He comes home unexpectedly.
Jij komt vast op tijd.
You will surely come on time.
Ik kom tweede.
I come second.
Wij moeten ongeveer vijf uur reizen om op onze bestemming te komen.
We have to travel for approximately five hours to reach our destination.
In het Nederlands maak je de imperatief meestal door alleen de stam van het werkwoord te gebruiken, zoals “Wacht!” of “Kom!”.
In Dutch, you usually form the imperative by using only the stem of the verb, such as “Wacht!” (Wait!) or “Kom!” (Come!).
Komt u gerust verder, meneer, en voelt u zich hier thuis.
Please come in, sir, and feel at home here.
Hij wil rechtsafgaan om bij de winkel te komen.
He wants to turn right to get to the shop.
Elon.io is an online learning platform
We have an entire course teaching Dutch grammar and vocabulary.