Usages of het gebouw
Verlaat het gebouw rustig, zodat we niets hoeven te verliezen in de haast.
Leave the building calmly, so we don't have to lose anything in the rush.
Ik zie een groot gebouw.
I see a big building.
Wij gaan morgen de tentoonstelling in het oude gebouw bezoeken.
Tomorrow we are going to visit the exhibition in the old building.
Een fotograaf is aan het wachten voor het gebouw om een foto te maken.
A photographer is waiting in front of the building to take a photo.
Elon.io is an online learning platform
We have an entire course teaching Dutch grammar and vocabulary.