ik

Usages of ik

Ik ben Anna.
I am Anna.
Ik ben hier.
I am here.
Ik heb een kat.
I have a cat.
Ik heb een boek.
I have a book.
Ik ga leren.
I am going to learn.
Ik ga morgen met Tom lopen in het park.
I am going to walk with Tom tomorrow in the park.
Ik heb gisteren met Anna gesproken.
I spoke with Anna yesterday.
Ik heb die stoel gekocht en hij is heel mooi.
I bought that chair and it is very beautiful.
Morgen ga ik weer leren, want de school is open.
Tomorrow I am going to learn again, because the school is open.
Ja, ik heb met hem gesproken en hij is heel vriendelijk.
Yes, I have spoken with him and he is very friendly.
Ik ga morgen een tafel kopen.
I am going to buy a table tomorrow.
Ja, ik heb al een boek gelezen.
Yes, I have already read a book.
Ik moet een kort verhaal op papier schrijven om de nieuwe woorden te onthouden.
I have to write a short story on paper to remember the new words.
Ik leg het tafelkleed in de keuken en pak een mes en een vork voor de maaltijd.
I place the tablecloth in the kitchen and grab a knife and a fork for the meal.
Mijn familie en ik eten samen in de keuken met mes en vork.
My family and I eat together in the kitchen with a knife and fork.
Ik moet straks naar mijn werk, maar eerst wil ik nog even schrijven.
I have to go to my work soon, but first I want to write a little.
Vanavond spreekt mijn familie over belangrijke plannen en ik moet goed luisteren.
This evening my family talks about important plans, and I have to listen carefully.
Na mijn werk ga ik muziek spelen met mijn familie om te ontspannen.
After my work, I’m going to play music with my family to relax.
Ik pak een boek om te lezen.
I grab a book to read.
Ik ga straks naar de markt om groenten te kopen.
I am going to the market soon to buy vegetables.
Ik wil eerst mijn boek lezen.
I want to read my book first.
Ik wil nog een boek lezen.
I want to read another book.
Ik ga later naar de markt.
I am going to the market later.
Jij en ik mogen samen muziek spelen.
You and I may play music together.
Ik wil na het werk ontspannen.
I want to relax after work.
Ik lees veel boeken zodat ik beter kan schrijven.
I read a lot of books so that I can write better.
Ik zal niet vergeten om de sleutel van mijn kamer op te bergen.
I will not forget to store away the key to my room.
Misschien roep ik Tom, zodat hij zijn sleutel ook kan opbergen.
Maybe I will call out to Tom, so that he can also store away his key.
Ik roep mijn zus wanneer ik de badkamer nodig heb, omdat er maar één douche is.
I call out to my sister when I need the bathroom, because there is only one shower.
Ik zal de sleutel van onze schuur niet aanraken, omdat hij erg vies is.
I will not touch the key to our shed, because it is very dirty.
Ik zal ook graag mijn jas opbergen in de nieuwe kamer, want het is nu warm.
I will also gladly store my coat in the new room, because it is warm now.
Ik denk dat het zwak kan zijn, omdat de koelkast al heel oud is.
I think it might be weak, because the fridge is already very old.
Vroeg in de ochtend roepen de vogels, en ik werk dan rustig aan mijn taken.
Early in the morning, the birds call out, and I work on my tasks quietly.
Ik zal de keuken schoonmaken nadat we samen hebben gegeten.
I will clean the kitchen after we have eaten together.
Ik pak één appel van de tafel.
I grab one apple from the table.
Ik luister naar een nieuw verhaal.
I am listening to a new story.
Ik wil die film met mijn familie kijken.
I want to watch that movie with my family.
Ik wil nu graag een boek lezen.
I would like to read a book now.
Ik denk dat dit verhaal heel goed is.
I think that this story is very good.
Ik vind het verhaal heel goed.
I find the story very good.
Ik sta vroeg op in de ochtend.
I get up early in the morning.
Ik wil liever een ander verhaal lezen.
I would rather read another story.
Ik blijf liever thuis en lees een boek.
I prefer to stay home and read a book.
Ik lees graag thuis een boek.
I like to read a book at home.
Ik heb graag een appel.
I like to have an apple.
Ik herinner me mijn eerste ervaring in het laboratorium nog heel goed.
I still remember my first experience in the laboratory very well.
Soms vergis ik me in de resultaten, maar dan bespreken we alles opnieuw.
Sometimes I am mistaken about the results, but then we discuss everything again.
Ik heb een mooie herinnering aan mijn laatste verjaardag, toen ik me helemaal niet hoefde te haasten.
I have a beautiful memory of my last birthday, when I did not have to hurry at all.
Mijn zus wast zich voor het feest, terwijl ik me aankleed en geniet van de muziek.
My sister washes herself for the party, while I get dressed and enjoy the music.
Ik vergis me soms in het tijdstip van het feest, maar gelukkig kan ik mij dan nog voorbereiden.
I sometimes mistake the time of the party, but fortunately I can still prepare.
Om mijn herinnering aan het feest levend te houden, zal ik iets tekenen.
To keep my memory of the party alive, I will draw something.
Hoewel het nieuws soms saai lijkt, vind ik het toch boeiend om dagelijks te kijken.
Although the news sometimes seems boring, I still find it fascinating to watch every day.
Voordat ik me aankleed om naar het postkantoor te gaan, was ik me en controleer ik of we nog een zegel hebben.
Before I get dressed to go to the post office, I wash myself and check if we still have a stamp.
Ik herinner me dat ik me laatst vergiste in de datum, maar dit keer zal ik op tijd zijn.
I remember that I was mistaken about the date last time, but this time I will be on time.
Ik zal de televisie direct aanzetten na het avondeten.
I will turn on the television directly after dinner.
Ik zie mezelf in de spiegel.
I see myself in the mirror.
Ik drink mijn eerste kopje water in de ochtend.
I drink my first cup of water in the morning.
Ik zie het resultaat van ons onderzoek op de tafel.
I see the result of our research on the table.
Ik ga naar het kantoor om te werken.
I am going to the office to work.
Ik wil graag weten wat het tijdstip van het feest is.
I would like to know what the time of the party is.
Ik wil later iets tekenen om mijn herinnering levend te houden.
I want to draw something later to keep my memory alive.
Hoewel het boek soms saai lijkt, wil ik het toch graag lezen.
Although the book sometimes seems boring, I still want to read it.
Ik kijk graag naar het nieuws na het avondeten.
I like to watch the news after dinner.
Ik herinner me dat ik laatst vroeg op moest staan voor werk.
I remember that I had to get up early for work last time.
Ik herinner me de datum van het feest.
I remember the date of the party.
Ik herinner me de keer dat wij samen een boek lazen.
I remember the time we read a book together.
Ik herinner me dat het moeilijk is om een boek te lezen als ik moe ben.
I remember that it is difficult to read a book when I am tired.
Ik sta op om voor mijn werk koffie te drinken.
I get up to drink coffee before work.
Ik zal de schuur direct na mijn werk schoonmaken.
I will clean the shed directly after my work.
Ik kijk naar de spiegel na het eten.
I look at the mirror after eating.
Ik wil water drinken zoals Anna.
I want to drink water like Anna.
Ik wil graag weten wat het weer morgen is.
I would like to know what the weather will be tomorrow.
Ik drink graag koffie na het avondeten.
I like to drink coffee after dinner.
Ik drink mijn eerste kopje water na het ontbijt.
I drink my first cup of water after breakfast.
Ik verslaap me regelmatig als ik ’s avonds te laat naar bed ga.
I oversleep regularly when I go to bed too late in the evening.
Daarom moet ik mijn kamer snel opruimen voordat ik naar mijn werk ga.
That’s why I have to tidy up my room quickly before I go to work.
Overmorgen ga ik met mijn zussen naar de tandarts voor een controle.
The day after tomorrow, I am going to the dentist with my sisters for a check-up.
Ik wil dat mijn zussen binnenkomen door de achterdeur, zodat de kat niet naar buiten rent.
I want my sisters to come in through the back door, so the cat doesn't run outside.
Na het eten zal ik jullie uitleggen hoe we samen kunnen doorgaan met deze studie.
After dinner, I will explain to you how we can continue this study together.
Mijn nicht en ik spreken over een bijzonder boek dat we vorig jaar gezamenlijk lazen.
My niece and I talk about a special book that we read together last year.
Ik zou graag doorgaan met het lezen van dat boek, maar ik heb nu een ander verzoek gekregen.
I would like to continue reading that book, but I have now received another request.
Mijn tandarts zou binnenkomen in ons huis als ik hem dat zou uitleggen, maar ik ga liever naar de praktijk.
My dentist would come in to our house if I explained that to him, but I prefer going to the practice.
Ik probeer me niet te verslapen, bijvoorbeeld door elke avond mijn wekker te zetten.
I try not to oversleep, for example by setting my alarm every evening.
Overmorgen gaan mijn zussen en ik eindelijk weer naar de markt om verse groenten te kopen.
The day after tomorrow my sisters and I are finally going to the market again to buy fresh vegetables.
Als ik meer tijd had, zou ik mijn nicht graag helpen tijdens haar muzieklessen.
If I had more time, I would gladly help my niece during her music lessons.
Ik moet mijn eigen boek lezen.
I have to read my own book.
Ik moest vaker naar het kantoor gaan.
I had to go to the office more often.
Ik voel me rustig als ik muziek speel.
I feel calm when I play music.
Ik begrijp de uitleg over het huiswerk.
I understand the explanation about the homework.
Ik wil uitleggen waarom de reis belangrijk is.
I want to explain why the trip is important.
Mijn zus en ik gaan naar de praktijk voor een controle.
My sister and I go to the practice for a check-up.
Ik kijk naar de avond met veel interesse.
I watch the evening with great interest.
Ik geniet van de muziekles, omdat het heel boeiend is.
I enjoy the music lesson because it is very fascinating.
Ik begrijp het verhaal deels omdat de grammatica nieuw is.
I understand the story partially because the grammar is new.
Ik blijf thuis, zelfs al is het mooi weer buiten.
I stay home, even if the weather is nice outside.
Ik lees rustig een boek in de tuin.
I read a book calmly in the garden.
Ik moet rustig lezen om alles goed te begrijpen.
I have to read calmly to understand everything well.
De deur opent rustig wanneer ik hem aanraak.
The door opens quietly when I touch it.
Ik wil graag uitleggen waarom de bijeenkomst belangrijk is.
I would like to explain why the meeting is important.
Ik besluit om morgen te helpen, omdat ik veel redenen heb om sneller klaar te willen zijn.
I decide to help tomorrow because I have many reasons to want to be finished faster.
Wanneer ik verdwaald raak in de stad, gebruik ik mijn telefoon om de weg te vinden.
When I get lost in the city, I use my phone to find the way.
Dit voorkomt dat ik urenlang moet zoeken naar de juiste straat.
This prevents me from looking for the right street for hours.
De ventilator wordt in mijn kamer geplaatst, zodat ik kan afkoelen tijdens deze warme dag.
The fan is placed in my room so that I can cool down during this hot day.
Ik vind het gemakkelijk om belangrijke brieven op dat rek te verzamelen.
I find it easy to collect important letters on that shelf.
Ik besluit om met mijn nicht te gaan wandelen, want we willen sneller in conditie komen.
I decide to go walking with my niece because we want to get in shape faster.
Ik heb meerdere redenen om te sporten, maar de belangrijkste is mijn gezondheid.
I have several reasons to exercise, but the most important one is my health.
Ik vind kleur mooi.
I find color beautiful.
Ik ben klaar met het eten.
I am finished with the meal.
Ik ga eerder naar school, want ik wil leren.
I am going to school earlier, because I want to learn.
Ik luister naar een mooie melodie.
I listen to a beautiful melody.
Ik kom uit de tuin.
I come from the garden.
Ik leg het boek in de kast.
I put the book in the cupboard.
Ik zet de sleutel op de tafel.
I put the key on the table.
Ik fiets naar de stad.
I bike to the city.
Ik ben op weg naar school.
I am on my way to school.
Ik lees urenlang een boek.
I read a book for hours.
Ik zoek mijn sleutel.
I search for my key.
Ik wil juist nu een boek lezen.
I want to read a book right now.
Ik plaats de bloemen op de tafel.
I place the flowers on the table.
Ik ga in de tuin afkoelen.
I am going to cool down in the garden.
Ik heb naar muziek geluisterd toen de vogels in de tuin zongen.
I listened to music when the birds sang in the garden.
Ik lees de post.
I read the mail.
Ik luister graag naar regen.
I like to listen to rain.
Ik neem mijn paraplu mee als het regent.
I take my umbrella with me when it rains.
Ik lees online een boek.
I read a book online.
Ik heb veel enthousiasme voor muziek.
I have a lot of enthusiasm for music.
Ik zit in de woonkamer.
I sit in the living room.
Ik wil toch naar het park gaan om te ontspannen.
I still want to go to the park to relax.
Ik ga leren, ook al ben ik moe.
I am going to study, even though I am tired.
Ik zie meerdere vogels in de tuin.
I see several birds in the garden.
Ik leg het boek op de tafel.
I put the book on the table.
Ik lees een boek over de geschiedenis van Nederland.
I am reading a book about the history of the Netherlands.
Ik gebruik deze kom om soep te serveren.
I use this bowl to serve soup.
Ik schrijf een kort gedicht voor mijn buurvrouw.
I am writing a short poem for my female neighbor.
Ik moet ook mijn afspraak opschrijven in mijn agenda.
I also have to write down my appointment in my planner.
Ik ga de trappen af naar de kelder om spullen op te halen.
I go down the stairs to the basement to pick up some things.
Deze stoel heeft een zacht kussen waar ik graag op zit.
This chair has a soft cushion that I like to sit on.
Ik vraag de conciërge of hij de deur wil openen, omdat ik mijn sleutel ben vergeten.
I ask the caretaker if he will open the door, because I forgot my key.
Ik wacht geduldig totdat de conciërge klaar is met zijn werk.
I wait patiently until the caretaker is done with his work.
Ik ga in een stille kamer zitten om rustig te studeren.
I'm going to sit in a quiet room to study peacefully.
Ik ga morgen naar Nederland.
I am going to the Netherlands tomorrow.
Ik vul de kast met boeken.
I fill the cupboard with books.
Ik eet soep.
I eat soup.
Ik betaal voor de maaltijd.
I pay for the meal.
Ik zie een golf op het strand.
I see a wave on the beach.
Ik zet mijn afspraken in de agenda.
I put my appointments in the planner.
Ik speel gitaar in het park.
I play guitar in the park.
Ik nodig Anna uit.
I invite Anna.
Ik drink thee.
I drink tea.
Ik haal de fiets op.
I pick up the bicycle.
Ik fiets graag in het park.
I like to bike in the park.
Ik wacht op Tom.
I wait for Tom.
Ik luister geduldig naar de uitleg.
I listen patiently to the explanation.
Ik luister naar een mooie klank.
I listen to a beautiful sound.
Ik zoek naar antwoord in een boek.
I look for an answer in a book.
Ik loop naar de bibliotheek.
I walk to the library.
Ik loop snel naar de markt, want de weg is schoon.
I walk quickly to the market because the road is clean.
Ik wacht tot de film eindigt.
I wait until the film ends.
Mijn vrienden en ik hebben vaak zin om een spel te spelen tijdens onze vakantie.
My friends and I often feel like playing a game during our vacation.
Ik denk dat dit advies kan helpen, want een beslissing is soms ingewikkeld.
I think this advice can help, because a decision is sometimes complicated.
Mijn buurvrouw vraagt of ik haar wil bellen wanneer de boodschappen zijn gedaan.
My neighbor asks if I want to call her when the shopping is done.
Ik wil rustig oefenen om langzaam te spreken, zodat iedereen mij kan volgen.
I want to practice calmly in order to speak slowly so that everyone can follow me.
Als ik langzaam praat, kunnen ouderen en kinderen mij goed begrijpen.
If I speak slowly, older people and children can understand me well.
Mijn dokter zegt dat ik moet sporten om mijn doel te bereiken.
My doctor says I must exercise to reach my goal.
Ik loop langs het huis.
I walk along the house.
Ik schrijf een regel.
I write a rule.
Ik fiets naar de bakkerij.
I bike to the bakery.
Ik zoek hulp bij het huiswerk.
I seek help with the homework.
Ik kook goed voor mijn familie.
I cook well for my family.
Ik luister naar mijn ademhaling.
I listen to my breathing.
Ik doe mee aan het feest.
I join the party.
Ik loop op pad.
I am walking on the path.
Ik hardloop snel in het park.
I run fast in the park.
Ik heb genoeg geld.
I have enough money.
Ik geniet van de zonsondergang in de tuin.
I enjoy the sunset in the garden.
Ik fiets in de namiddag naar de winkel.
I bike in the afternoon to the store.
Ik heb iemand nodig die vandaag de vloer moet vegen, want hij is erg vies.
I need someone to sweep the floor today, because it is very dirty.
Als niemand tijd heeft om te vegen, kan ik het ook doen.
If no one has time to sweep, I can do it as well.
Ik denk dat iedereen soms iets nieuws wil proberen.
I think that everyone sometimes wants to try something new.
Niets kan me nu stoppen, want ik heb zoveel energie!
Nothing can stop me now, because I have so much energy!
Ik kan mijn boek nergens vinden, dus ik moet meer geduld hebben.
I can’t find my book anywhere, so I need to have more patience.
Als ik niet genoeg geduld heb, kan er iets vervelends gebeuren.
If I don’t have enough patience, something unpleasant can happen.
Ik raad je aan om vroeg te komen, omdat dit festival maar één dag zal plaatsvinden.
I recommend you come early, because this festival will only take place on one day.
Inmiddels ben ik bezig met het maken van een lijstje voor onze reis.
By now, I am busy making a list for our trip.
Ik zal u ook bellen om te bedanken als u mij helpt met het inpakken.
I will also call you to thank you if you help me with the packing.
Inmiddels heb ik u al twee keer willen bedanken voor uw hulp, maar u was druk bezig.
By now, I have already wanted to thank you twice for your help, but you were busy.
Ik kan ook aanraden om vooraf kaartjes te kopen, zodat we niet in de rij hoeven te wachten.
I can also recommend buying tickets in advance, so that we don’t have to wait in line.
Ik zie de vriend die in het park loopt.
I see the friend who is walking in the park.
Ik maak de vloer schoon.
I clean the floor.
Ik kijk zoveel televisie, dat ik de tijd vergeet.
I watch so much television that I forget the time.
Ik begrijp het precies.
I understand it exactly.
Ik vind het ding mooi.
I find the thing beautiful.
Ik mis mijn vriend.
I miss my friend.
Ik maak een lijstje met boodschappen voor de picknick.
I make a list of groceries for the picnic.
Ik heb veel stress, want ik moet leren.
I have a lot of stress because I have to learn.
Ik heb angst voor mijn werk.
I have fear of my work.
Ik heb twee boeken.
I have two books.
Ik koop een kaartje voor de film.
I buy a ticket for the movie.
Ik moet de afwas doen na het eten.
I have to do the dishes after the meal.
Ik moet straks aanbellen bij de buurman, want ik heb iets belangrijks te vragen.
I have to ring the neighbor’s doorbell soon, because I have something important to ask.
Als ik onderweg ben naar mijn werk, vind ik het leuk om naar een luisterboek te luisteren.
When I am on my way to work, I like listening to an audiobook.
Hoewel de afwasmachine handig is, vind ik het soms ontspannend om met de hand af te wassen.
Although the dishwasher is handy, I sometimes find it relaxing to do the dishes by hand.
Mijn kussen is dun, maar ik zou graag een dik kussen willen hebben voor meer comfort.
My pillow is thin, but I would like to have a thick pillow for more comfort.
Ik vind zoet eten erg lekker, maar te veel suiker kan ongezond zijn.
I find sweet foods really tasty, but too much sugar can be unhealthy.
Ik zal straks stofzuigen, want er ligt veel stof op de vloer.
I will vacuum later, because there is a lot of dust on the floor.
Als ik klaar ben met stofzuigen, zet ik de stofzuiger in de kast.
When I am done vacuuming, I put the vacuum cleaner in the cupboard.
Ik schenk een klein kopje koffie in voor u, zodat u niet dorstig blijft.
I pour a small cup of coffee for you, so that you don’t remain thirsty.
Ik geef mijn moeder een klein cadeautje voor haar verjaardag.
I give my mother a small gift for her birthday.
Ik blijf tekenen tot het donker wordt, want ik vind het erg rustgevend.
I keep drawing until it gets dark, because I find it very relaxing.
Ik sluit de deur.
I close the door.
Ik ga afwassen na het eten.
I am going to wash the dishes after dinner.
Ik leg het kussen op de bank.
I put the pillow on the couch.
Ik maak soep met rozemarijn.
I make soup with rosemary.
Ik drink warme thee met suiker.
I drink warm tea with sugar.
Ik eet een aardappel.
I eat a potato.
Ik hoor lawaai in de tuin.
I hear noise in the garden.
Ik schenk koffie in.
I pour coffee.
Ik schrijf een kort verhaal in mijn boekje.
I write a short story in my little book.
Ik vind het fietsen leuk.
I find cycling fun.
Ik heb drie boeken.
I have three books.
Ik vind het fietsen langs de rivier leuk.
I find biking along the river fun.
Ik geniet van comfort in ons huis.
I enjoy comfort in our house.
Ik kom tweede.
I come second.
Ik vind dit park het mooist tijdens de lente.
I find this park the most beautiful during spring.
Ondertussen overweeg ik om te verhuizen, omdat ik een drukker stadsleven wil vermijden.
Meanwhile, I am considering moving, because I want to avoid a busier city life.
Ik heb een voorkeur voor een huis buiten de stad, want daar is het mooier en rustiger.
I have a preference for a house outside the city, because it is more beautiful and calmer there.
Soms verstoppen mensen hun zorgen, maar ik vind het beter om er open over te praten.
Sometimes people hide their worries, but I think it is better to talk about them openly.
Ik wil mijn documenten veilig opslaan, dus ik bewaar alles op een externe harde schijf.
I want to save my documents securely, so I keep everything on an external hard drive.
Ik vergelijk de prijzen van diverse woningen, maar het verschil tussen stad en dorp is enorm.
I compare the prices of various homes, but the difference between the city and the village is huge.
Binnenkort krijg ik hopelijk een lange vakantie, dus dan kan ik alles rustig overwegen.
Soon I will hopefully get a long vacation, so then I can consider everything calmly.
Ik wil mijn mening met Tom delen, want hij waardeert andere ideeën vaak.
I want to share my opinion with Tom, because he often appreciates other ideas.
Hij waardeert het ook als ik het verschil tussen onze voorkeuren duidelijk uitleg.
He also appreciates it if I clearly explain the difference between our preferences.
Ik ben tevreden met ons besluit om binnenkort samen op reis te gaan.
I am satisfied with our decision to go on a trip together soon.
Als het drukker wordt, blijf ik liever rustig en laat ik anderen ook gerust werken.
If it becomes busier, I prefer to stay calm and let others work in peace as well.
Soms ben ik afhankelijk van het openbaar vervoer, vooral als ik mijn fiets niet bij me heb.
Sometimes I am dependent on public transport, especially if I do not have my bike with me.
Ik zou weigeren om met de auto te gaan, juist omdat ik niet afhankelijk wil zijn van brandstof.
I would refuse to go by car, precisely because I do not want to be dependent on fuel.
Ik moet ongeveer twee dagen vrij nemen, zodat we langer kunnen reizen.
I need to take approximately two days off so that we can travel longer.
Ik ga nu verder met mijn werk, want ik waardeer deze rustige sfeer.
I will now continue with my work, because I appreciate this calm atmosphere.
Ik verhuis naar mijn nieuwe kamer.
I move to my new room.
Ik spreek met vrienden over het stadsleven.
I talk with friends about city life.
Ik vermijd lawaai.
I avoid noise.
Ik vind de plek mooi.
I find the place beautiful.
Ik vind het bestand mooi.
I find the file beautiful.
Ik zet de computer aan.
I turn on the computer.
Ik woon in een nieuwe woning.
I live in a new home.
Ik krijg een brief.
I get a letter.
Hopelijk zie ik mijn vriend morgen.
Hopefully I will see my friend tomorrow.
Ik vind de manier om de woorden te oefenen goed.
I think the way to practice the words is good.
Ik fiets gerust door de stad.
I bike through the city at ease.
Ik drink graag een kopje thee.
I like to drink a cup of tea.
Ik laat de hond in de tuin spelen.
I let the dog play in the garden.
Ik heb vijf boeken.
I have five books.
Ik zoek mijn bestemming.
I search for my destination.
Ik zie verkeer in de stad.
I see traffic in the city.
Ik gebruik vervoer om naar school te gaan.
I use transport to go to school.
Ik heb weinig brandstof.
I have little fuel.
Vandaag begrijp ik beter hoe ik mensen kan vragen om iets te doen, zonder te streng te klinken.
Today I understand better how to ask people to do something, without sounding too strict.
Ik leg de doos naast de tafel.
I put the box next to the table.
Ik draag een tas naar school.
I carry a bag to school.
Ik zie een groot gebouw.
I see a big building.
Ik heb een vraag.
I have a question.
Ik snuit mijn neus.
I blow my nose.
Ik ga verder lezen.
I am going to continue reading.
Ik zoek dringend mijn sleutel.
I urgently search for my key.
Ik haal mijn medicijnen bij die apotheek, want de service is uitstekend.
I get my medication at that pharmacy because the service is excellent.
Ik heb altijd wat kleingeld bij me voor de kluisjes in het zwembad.
I always carry some loose change for the lockers at the swimming pool.
De kassamedewerker gaf me te weinig wisselgeld, dus ik vroeg om het juiste bedrag.
The cashier gave me too little change, so I asked for the correct amount.
Parkeren in het centrum is kostbaar, dus ik gebruik liever het openbaar vervoer.
Parking in the city center is expensive, so I prefer to use public transport.
Ik ben mijn oplader vergeten, waardoor mijn telefoon nu bijna leeg is.
I forgot my charger, which is why my phone is now almost dead.
Soms voeg ik extra peper toe net voor het serveren, dan behoudt het gerecht meer aroma.
Sometimes I add extra pepper right before serving, then the dish retains more aroma.
Als ik te veel spullen meeneem, wordt mijn rugzak zwaar en lastig te dragen.
If I take too many things, my backpack becomes heavy and difficult to carry.
Ik fiets naar school en sla linksaf bij het kruispunt.
I bike to school and turn left at the intersection.
Ik neem de route naar school.
I take the route to school.
Ik ga rechtsaf bij de winkel.
I go right at the shop.
Ik sla rechtsaf bij de winkel en loop naar school.
I turn right at the shop and walk to school.
Ik betaal contant voor het brood.
I pay cash for the bread.
Ik vergeet vaak mijn portemonnee thuis.
I often forget my wallet at home.
Ik pin bij de kassa.
I pay by card at the cash register.
Ik koop contant een boek.
I buy a book in cash.
Ik betaal met de betaalautomaat.
I pay with the payment machine.
Ik drink altijd water.
I always drink water.
Ik berg mijn geld in het kluisje op.
I store my money in the locker.
Ik geef geld uit.
I spend money.
Ik vraag een vergunning om het feest te organiseren.
I ask for a permit to organize the party.
Ik fiets snel, anders ben ik te laat.
I bike fast, otherwise I am late.
Ik riskeer mijn baan.
I risk my job.
Ik leg de kabel naast de stoel.
I put the cable next to the chair.
Ik wil een oud pand kopen.
I want to buy an old building.
Ik leer met gemak.
I learn with ease.
Ik eet brood met saus.
I eat bread with sauce.
Ik gebruik het beetje suiker in mijn koffie.
I use the little bit of sugar in my coffee.
Ik fiets extra snel naar school.
I bike extra fast to school.
Ik zet het brood in de koelkast.
I put the bread in the refrigerator.
Ik blijf binnen, want de kou is erg.
I stay inside because the cold is severe.
Elon.io is an online learning platform
We have an entire course teaching Dutch grammar and vocabulary.

Start learning Dutch now