Usages of lekker
Dat eten is heel lekker!
That food is very tasty!
Anna heeft een lekkere maaltijd gekookt.
Anna has cooked a tasty meal.
Die maaltijd is heel groot en heel lekker!
That meal is very large and very tasty!
Ik vind zoet eten erg lekker, maar te veel suiker kan ongezond zijn.
I find sweet foods really tasty, but too much sugar can be unhealthy.
Tom vindt gezouten brood erg lekker.
Tom finds salted bread very tasty.
Wil je jouw wisselgeld bewaren, of geef je het meteen uit aan iets lekkers?
Do you want to keep your change, or will you immediately spend it on something tasty?
Tom drinkt een lekker drankje.
Tom drinks a tasty drink.
Anna kookt meteen een lekkere maaltijd.
Anna cooks a tasty meal immediately.
Elon.io is an online learning platform
We have an entire course teaching Dutch grammar and vocabulary.