Usages of de vriend
Die vriend woont ook in een oud huis.
That friend also lives in an old house.
Heb jij al gesproken met onze nieuwe vriend?
Have you already spoken with our new friend?
Zijn vriend is heel groot.
His friend is very big.
Wij bezoeken onze vriend na het werk.
We visit our friend after work.
Wij mogen onze vriend na het werk bezoeken.
We may visit our friend after work.
De nieuwe zanger wordt op het feest verwelkomd door onze vrienden.
The new singer is welcomed at the party by our friends.
Diezelfde familieleden worden ook door onze vrienden omhelsd wanneer ze arriveren.
Those same family members are also hugged by our friends when they arrive.
Wij wachten bij de deur tot de vrienden komen.
We wait at the door until the friends come.
Mijn vrienden en ik hebben vaak zin om een spel te spelen tijdens onze vakantie.
My friends and I often feel like playing a game during our vacation.
Zou u ook uw vrienden kunnen vragen of ze willen meedoen?
Could you also ask your friends if they want to join?
Hij communiceert met zijn vriend.
He communicates with his friend.
Soms kan angst verdwijnen wanneer je met vrienden praat en geduld toont.
Sometimes fear can disappear when you talk with friends and show patience.
Ik zie de vriend die in het park loopt.
I see the friend who is walking in the park.
Ik mis mijn vriend.
I miss my friend.
Ik spreek met vrienden over het stadsleven.
I talk with friends about city life.
Hopelijk zie ik mijn vriend morgen.
Hopefully I will see my friend tomorrow.
Hij besmet zijn vriend niet.
He does not infect his friend.
Elon.io is an online learning platform
We have an entire course teaching Dutch grammar and vocabulary.