wij

Usages of wij

Wij lezen een boek.
We read a book.
Wij lezen ook een boek.
We also read a book.
Wij gaan morgen naar school.
We are going to school tomorrow.
Wij gaan in het weekend naar een nieuw huis.
We are going to a new house this weekend.
Wij gaan naar school en spreken met onze vriendin.
We are going to school and speaking with our (female) friend.
Gisteren hebben wij een nieuw boek gelezen.
Yesterday we read a new book.
Wij hebben gisteren samen gekookt en gegeten.
We cooked and ate together yesterday.
Wij hebben gisteren in het park gelopen.
We walked in the park yesterday.
Wij hebben al een boek gelezen.
We have already read a book.
Wij zien de hond in het park.
We see the dog in the park.
Wij moeten vandaag nieuwe woorden oefenen.
We have to practice new words today.
Het is belangrijk om elke dag te oefenen, want we willen beter leren spreken.
It is important to practice every day, because we want to learn to speak better.
Wij luisteren naar muziek terwijl de jongen met zijn bal speelt in het park.
We listen to music while the boy plays with his ball in the park.
Morgen gaan we samen naar de markt, want we moeten een nieuw tafelkleed kopen.
Tomorrow we're going to the market together, because we have to buy a new tablecloth.
Wij moeten de woorden goed onthouden, zodat we beter kunnen spreken.
We have to remember the words well, so that we can speak better.
Het is belangrijk dat wij samen blijven oefenen, ook als we moe zijn van het werk.
It is important that we keep practicing together, even if we are tired from work.
Vandaag gaan wij naar de markt om groenten te kopen.
Today we are going to the market to buy vegetables.
Wij kopen vers brood op de markt.
We buy fresh bread at the market.
Wij lezen samen over de nieuwe plannen.
We read together about the new plans.
Wij nemen het tafelkleed mee naar de keuken.
We take the tablecloth to the kitchen.
Wij lezen een boek na het werk.
We read a book after work.
Wij lezen samen over belangrijke plannen, ook als we moe zijn.
We read together about important plans, even if we are tired.
Wij moeten groenten en fruit op de markt kopen.
We have to buy vegetables and fruit at the market.
Wij spreken over de belangrijke plannen tijdens de maaltijd.
We talk about the important plans during the meal.
Zodra wij klaar zijn met werken, zullen we de badkamer schoonmaken.
As soon as we are done working, we will clean the bathroom.
Wij zullen misschien een nieuwe koelkast bestellen wanneer we meer geld hebben.
We will maybe order a new fridge when we have more money.
Wij werken samen aan het huiswerk, zodat we het niet vergeten.
We work together on the homework so that we don't forget it.
Zullen wij vroeg opstaan om te fietsen in het park, of blijven we langer slapen?
Shall we get up early to bike in the park, or do we sleep longer?
Wij zullen bestellen bij een andere winkel, omdat we graag een betere koelkast willen.
We will order from another store, because we would like a better fridge.
Om te ontspannen, zullen we misschien een film kijken nadat we ons huiswerk af hebben.
To relax, we will maybe watch a movie after we have finished our homework.
Wij zullen vroeg stoppen met werken om te fietsen naar het meer, want het is mooi weer.
We will stop working early to bike to the lake, because the weather is nice.
Als wij deze koelkast vergeten uit te zetten, zal het misschien te veel energie verbruiken.
If we forget to turn off this fridge, it may use too much energy.
Wij zullen samen de sleutel van de auto zoeken, omdat we moeten vertrekken.
We will look for the car key together, because we have to leave.
Zodra wij klaar zijn met onze maaltijd, zullen wij het boek lezen.
As soon as we are done with our meal, we will read the book.
Ik zal de keuken schoonmaken nadat we samen hebben gegeten.
I will clean the kitchen after we have eaten together.
Wij zullen muziek spelen wanneer wij thuiskomen.
We will play music when we come home.
Wij zullen snel naar de winkel gaan om brood te kopen.
We will quickly go to the store to buy bread.
Wij moeten snel naar de markt om groenten te halen.
We must quickly go to the market to get vegetables.
Wij moeten het huiswerk afmaken voordat het te laat is.
We have to finish the homework before it is too late.
Zullen wij in het weekend samen in het park oefenen?
Shall we practice together in the park on the weekend?
Wij willen vroeg opstaan, zodat wij naar de markt kunnen gaan.
We want to get up early so that we can go to the market.
Wij willen niet te lang fietsen, maar liever thuis blijven en muziek spelen.
We don't want to bike too long, but rather stay home and play music.
Wij willen langer in het park blijven om te lezen.
We want to stay longer in the park to read.
Wij willen langer slapen omdat we moe zijn.
We want to sleep longer because we are tired.
Wij zullen een film kijken na het avondeten.
We will watch a movie after dinner.
Wij blijven hier totdat wij ons huiswerk afhebben.
We stay here until we finish our homework.
Wij zullen studeren totdat wij willen stoppen.
We will study until we want to stop.
Zal jij jouw jas opbergen voordat wij vertrekken?
Will you store away your coat before we leave?
Wij zullen deze notitie straks lezen.
We will read this note soon.
De energie is belangrijk, zodat wij beter kunnen werken.
The energy is important, so that we can work better.
Wij luisteren naar de vogels in het park.
We listen to the birds in the park.
Wij zullen samen koken en dan eten.
We will cook together and then eat.
Wij zitten rustig op de nieuwe stoel.
We sit quietly on the new chair.
Wij werken samen aan de taken voor het avondeten.
We work together on the tasks for dinner.
Wij zoeken samen naar het boek dat op de tafel lag.
We are looking together for the book that was on the table.
Wij moeten eerst groenten eten, dus koken wij een maaltijd.
We have to eat vegetables first, so we cook a meal.
De tijd is belangrijk wanneer wij een maaltijd koken.
Time is important when we cook a meal.
Wij blijven lang in de tuin om te ontspannen.
We stay a long time in the garden to relax.
Wij blijven liever thuis omdat het weer warm is.
We prefer to stay home because the weather is warm.
Zullen wij de film kijken zodra wij klaar zijn met het huiswerk?
Shall we watch the film as soon as we are done with the homework?
Wij studeren samen zodat wij beter kunnen leren.
We study together so that we can learn better.
Wij lezen bij de schuur.
We read by the shed.
Wij fietsen naar het park zodat wij daar kunnen ontspannen.
We bike to the park so that we can relax there.
Wij moeten veel oefenen, zodat wij beter kunnen spreken.
We have to practice a lot so that we can speak better.
Wij bespreken ons onderzoek in het laboratorium.
We discuss our research in the laboratory.
Voordat wij de televisie aanzetten, bespreken we onze ervaringen met het onderzoek.
Before we turn on the television, we discuss our experiences with the research.
Soms vergis ik me in de resultaten, maar dan bespreken we alles opnieuw.
Sometimes I am mistaken about the results, but then we discuss everything again.
Wij haasten ons vaak naar het kantoor, omdat we de brief voor het postkantoor niet willen vergeten.
We often hurry to the office, because we do not want to forget the letter for the post office.
Op het postkantoor kopen wij een zegel voor onze brief en sturen wij een bericht naar onze vrienden.
At the post office, we buy a stamp for our letter and send a message to our friends.
Wij vieren die verjaardag opnieuw zodat we kunnen genieten van elkaars gezelschap.
We celebrate that birthday again so that we can enjoy each other’s company.
Voor het feest moeten we ons goed voorbereiden en de tafel mooi dekken.
For the party, we must prepare ourselves well and set the table nicely.
Wanneer wij klaar zijn, kan iedereen zich ontspannen en van de televisie genieten.
When we are ready, everyone can relax and enjoy the television.
Voordat ik me aankleed om naar het postkantoor te gaan, was ik me en controleer ik of we nog een zegel hebben.
Before I get dressed to go to the post office, I wash myself and check if we still have a stamp.
Na het bezoek aan het postkantoor kunnen wij ons ontspannen en praten over de dagelijkse gebeurtenissen.
After the visit to the post office, we can relax and talk about daily events.
Het is soms moeilijk om alles te plannen, daarom wassen we ons snel en kleden we ons minstens een uur voor het feest aan.
It is sometimes difficult to plan everything, that’s why we wash ourselves quickly and get dressed at least an hour before the party.
Nu kunnen we genieten van deze boeiende dag zonder ons te haasten en praten we over onze herinneringen.
Now we can enjoy this fascinating day without rushing and talk about our memories.
Wij bezoeken onze vriend na het werk.
We visit our friend after work.
Wij lezen vaak samen in de tuin.
We often read together in the garden.
Wij sturen een bericht naar mijn familie.
We send a message to my family.
Wij bespreken ons onderzoek, zoals we dat ook tijdens onze laatste vergadering deden.
We discuss our research, just like we did during our last meeting.
Wij vieren samen het feest met onze familie.
We celebrate the party together with our family.
Wij willen graag elkaars ervaringen bespreken.
We would like to discuss each other's experiences.
Wij genieten van het gezelschap tijdens het feest.
We enjoy the company during the party.
Wij willen het verhaal levend houden door het vaak samen te lezen.
We want to keep the story alive by reading it together often.
Wij controleren het verhaal samen na het lezen.
We check the story together after reading.
Wij zullen na het feest over de gebeurtenis praten.
We will talk about the event after the party.
Ik herinner me de keer dat wij samen een boek lazen.
I remember the time we read a book together.
Wij plannen om in het weekend naar de winkel te gaan.
We plan to go to the store on the weekend.
Wij moeten minstens een uur na het avondeten ontspannen.
We must relax for at least an hour after dinner.
Wij spelen graag muziek zonder ons te haasten.
We like to play music without rushing.
Wij mogen onze vriend na het werk bezoeken.
We may visit our friend after work.
Wij bereiden samen het avondeten.
We prepare dinner together.
Wij zouden haar verzoek graag honoreren, maar we moeten eerst onze eigen taken voltooien.
We would like to grant her request, but we first must finish our own tasks.
Wij dromen van een nieuwe reis, maar onze conditie is nu belangrijker dan op vakantie gaan.
We dream of a new trip, but our physical condition is more important right now than going on vacation.
Als we in betere conditie zouden zijn, dan konden we misschien sneller wandelen.
If we were in better shape, we could perhaps walk faster.
Wij leren regelmatig nieuwe grammatica om onze kennis van de taal te verbeteren.
We regularly learn new grammar to improve our knowledge of the language.
Wij zouden deze uitdaging graag aangaan, bijvoorbeeld door elke dag tien minuten te studeren.
We would like to tackle this challenge, for example by studying ten minutes each day.
Na het eten zal ik jullie uitleggen hoe we samen kunnen doorgaan met deze studie.
After dinner, I will explain to you how we can continue this study together.
Mijn nicht en ik spreken over een bijzonder boek dat we vorig jaar gezamenlijk lazen.
My niece and I talk about a special book that we read together last year.
Dat jaar was erg druk, maar we probeerden toch tijd vrij te maken om te dromen over de toekomst.
That year was very busy, but we still tried to make time to dream about the future.
Wij kunnen doorgaan met onze studie, want de grammatica voor vandaag hebben we al deels geleerd.
We can continue our studies, because we have already partially learned today’s grammar.
Zouden we overmorgen samen kunnen opruimen en daarna rustig eten, zodat we niet hoeven te haasten?
Would we be able to tidy up together the day after tomorrow and then eat calmly, so that we don’t have to rush?
Onze conditie is heel belangrijk als we een reis maken.
Our condition is very important when we make a trip.
Wij moeten sneller naar de markt fietsen om op tijd te zijn.
We have to bike faster to the market to be on time.
Wij wandelen naar het park voor ontspanning.
We walk to the park for relaxation.
Wij willen veel lezen zodat wij onze kennis verbeteren.
We want to read a lot so that we improve our knowledge.
Wij willen deze uitdaging aangaan om samen onze conditie te verbeteren.
We want to take on this challenge to improve our condition together.
Wij moeten elke dag tien minuten lezen.
We have to read ten minutes every day.
Wij hebben vorig jaar samen naar muziek geluisterd.
We listened to music together last year.
Wij gaan gezamenlijk naar het park om te ontspannen.
We are going to the park together to relax.
Het jaar is voorbij en wij willen opnieuw plannen maken voor de toekomst.
The year is over and we want to make plans for the future again.
Wij kunnen eindelijk onze plannen maken voor de toekomst.
We can finally make our plans for the future.
Wij fietsen naar de markt en daarna koken wij avondeten.
We bike to the market and then we cook dinner.
De vergadering is voorbij en nu kunnen wij naar huis gaan.
The meeting is over and now we can go home.
Wij lopen ontspannen in het park.
We walk in a relaxed manner in the park.
De verf wordt in die winkel bezorgd, zodat we het niet zelf hoeven te halen.
The paint is delivered to that store, so we don’t have to pick it up ourselves.
Ze komen tevoorschijn wanneer we weer willen genieten van kleurrijke bloemen.
They appear when we want to enjoy colorful flowers again.
Toen het regende, schudden wij het water van onze jassen voordat we naar binnen gingen.
When it rained, we shook the water off our coats before we went inside.
Onze kat probeert soms te ontsnappen door de achterdeur, maar dat voorkomen we met een hek.
Our cat sometimes tries to escape through the back door, but we prevent that with a fence.
Na de aankomst van onze familie, omhelzen we elkaar uit blijdschap.
After our family’s arrival, we hug each other out of joy.
Ik besluit om met mijn nicht te gaan wandelen, want we willen sneller in conditie komen.
I decide to go walking with my niece because we want to get in shape faster.
Tijdens onze wandeling voorspelt de weerman regen, dus we nemen een paraplu mee.
During our walk, the weatherman predicts rain, so we take an umbrella with us.
Toch voorspellen we dat de muziek leuk zal zijn, want hij heeft een mooie stem.
Still, we predict that the music will be fun, because he has a lovely voice.
Wij genieten van dit warme seizoen, ook al kan het soms te heet zijn.
We enjoy this warm season, even though it can sometimes be too hot.
In de lente lezen wij een boek in de tuin.
In the spring we read a book in the garden.
Wij verzamelen bloemen in de tuin.
We collect flowers in the garden.
Wij helpen elkaar.
We help each other.
Wij maken een mooie wandeling in het park.
We take a nice walk in the park.
Wij luisteren naar een opname.
We listen to a recording.
In het seizoen fietsen wij naar de markt.
We bike to the market in the season.
Wij sporten in het park.
We exercise in the park.
Wij hebben meer bestek nodig voor onze gasten.
We need more cutlery for our guests.
Wij bezoeken graag het strand als het mooi weer is.
We like to visit the beach when the weather is nice.
Wij geven morgen zelf een rondleiding aan nieuwe studenten.
Tomorrow, we ourselves will give a tour to new students.
Wacht even op mij bij de trappen, dan lopen we samen naar boven.
Wait for me by the stairs, then we will walk up together.
Wij dekken de tafel voor het feest.
We set the table for the party.
Wij kopen spul in de winkel.
We buy stuff in the store.
Wij hebben plezier in het park.
We have fun in the park.
Wij wachten bij de deur tot de vrienden komen.
We wait at the door until the friends come.
Wij gaan volgende maand op vakantie en willen rustig ontspannen.
We are going on vacation next month and want to relax peacefully.
Op vakantie wandelen we meestal langs de rivier om de frisse lucht te voelen.
On vacation, we usually walk along the river to feel the fresh air.
Wij moeten vandaag boodschappen doen in de supermarkt voor het avondeten.
We have to do some shopping in the supermarket today for dinner.
In die supermarkt is er ook een kleine bakkerij waar we vers brood kunnen kopen.
In that supermarket, there is also a small bakery where we can buy fresh bread.
Wij willen in de zomer de berg beklimmen om onze conditie te verbeteren.
We want to climb the mountain in the summer to improve our fitness.
Die berg is niet heel hoog, maar we moeten toch opletten op het steile pad.
That mountain is not very high, but we still have to pay attention on the steep path.
In die fabriek worden veel machines gebruikt die wij niet zomaar mogen aanraken.
In that factory, many machines are used that we are not allowed to touch just like that.
Als wij regelmatig hardlopen, kunnen wij sneller ons doel bereiken.
If we run regularly, we can reach our goal faster.
Wij wensen u veel succes met uw nieuwe beslissingen en hopen samen te blijven oefenen.
We wish you much success with your new decisions and hope to keep practicing together.
Meestal eindigen wij de dag met een kort spel, zodat we allemaal kunnen lachen.
Usually, we end the day with a short game, so that we can all have a laugh.
Volgende keer koken wij samen.
Next time, we cook together.
Wij ronden de vergadering af.
We finish the meeting.
Wij hopen dat onze vriendin komt.
We hope that our friend comes.
Wij gaan allemaal naar school.
We all go to school.
Wij bekijken de zonsondergang bij het meer.
We watch the sunset by the lake.
Wij luisteren vooral naar muziek.
We especially listen to music.
We kunnen die gebeurtenis niet missen, want er komen zoveel bezoekers.
We cannot miss that event, because so many visitors are coming.
Ik kan ook aanraden om vooraf kaartjes te kopen, zodat we niet in de rij hoeven te wachten.
I can also recommend buying tickets in advance, so that we don’t have to wait in line.
Iemand vertelde mij dat we ergens in deze stad heerlijk kunnen lunchen.
Someone told me that somewhere in this city we can have a delicious lunch.
Wij fietsen in de buurt.
We bike in the neighborhood.
Wij lopen in het dorp en luisteren naar muziek.
We walk in the village and listen to music.
Wij fietsen volgend weekend in het park.
We bike in the park next weekend.
Wij vieren het festival in de tuin.
We celebrate the festival in the garden.
Inpakken is leuk, want wij gaan op reis.
Packing is fun, because we are going on a trip.
Wij begrijpen de grammatica volledig.
We completely understand the grammar.
Wij bespreken vooraf de plannen.
We discuss the plans in advance.
Wij staan in de rij voor de kassa.
We stand in line for the cash register.
Wij organiseren morgen een picknick in het park.
We are organizing a picnic in the park tomorrow.
Wij gaan samen tekenen in de tuin, want we willen mooie tekeningen maken.
We are going to draw together in the garden, because we want to make beautiful drawings.
Die tekening van de straat ziet er al heel goed uit, maar we kunnen nog meer details toevoegen.
That drawing of the street already looks very good, but we can add more details.
In het Nederlands maken we een verkleinwoord door '-je' of een variant daarvan toe te voegen, bijvoorbeeld 'boekje' of 'stoeltje'.
In Dutch, we form a diminutive by adding '-je' or a variant of it, for example 'boekje' or 'stoeltje'.
We hebben een afwasmachine gekocht, zodat we sneller klaar zijn met de afwas.
We have bought a dishwasher, so we can be done with the dishes faster.
Wij gaan naar de tweede verdieping voor onze vergadering, want de eerste verdieping is al bezet.
We are going to the second floor for our meeting, because the first floor is already occupied.
Op die verdieping staat een grote tafel, en we kunnen daar meteen beginnen met onze bespreking.
On that floor, there is a large table, and we can start our discussion there right away.
Wij moeten samenwerken.
We must work together.
Wij maken een verkleinwoord van een boek.
We make a diminutive of a book.
Wij houden ervan om in het park te fietsen.
We like to bike in the park.
Wij maken het gerecht met basilicum en rozemarijn.
We make the dish with basil and rosemary.
Na de lunch hebben wij een korte bespreking.
After lunch, we have a short discussion.
Wij beginnen met de vergadering.
We begin the meeting.
Wij eten lunch samen.
We eat lunch together.
We willen onze toekomst niet verstoppen achter angsten, maar juist op een knappe manier plannen.
We do not want to hide our future behind fears, but rather plan it in a smart way.
Wij moeten ongeveer vijf uur reizen om op onze bestemming te komen.
We have to travel for approximately five hours to reach our destination.
We kunnen onze ideeën vergelijken met die van Anna om een beter plan te maken.
We can compare our ideas with Anna’s to make a better plan.
Ik moet ongeveer twee dagen vrij nemen, zodat we langer kunnen reizen.
I need to take approximately two days off so that we can travel longer.
Wij fietsen naar het centrum en zien een mooie winkel.
We bike to the center and see a beautiful shop.
Wij kopen diverse groenten op de markt.
We buy various vegetables at the market.
Wij nemen vandaag een besluit.
We make a decision today.
Wij fietsen in de middag naar het park.
We bike to the park in the afternoon.
Wij zijn het meest tevreden in het mooie huis.
We are the most satisfied in the beautiful house.
Wij gaan verder met ons huiswerk.
We continue with our homework.
Houd het boek vast, dan kunnen we straks even overleggen over de inhoud.
Hold the book tight, then we can discuss the contents later.
Schiet op met het schrijven van je uitnodiging, want we willen die vandaag nog versturen.
Hurry up with writing your invitation, because we want to send it out today.
We kregen een brief met de imperatief “Blijf buiten!”, omdat het binnen te druk was.
We received a letter with the imperative “Stay outside!” because it was too crowded inside.
Die besparing en ontwikkeling zijn nu makkelijker te bespreken, omdat we samen overleggen.
That saving and development are now easier to discuss, because we are chatting together.
Hopelijk blijven we samen groeien in onze kennis, zodat we uiteindelijk niets hoeven te verliezen.
Hopefully, we will continue to grow in our knowledge, so that we ultimately have nothing to lose.
Wij fietsen veilig naar school.
We bike safely to school.
Wij vinden energiebesparing belangrijk.
We find energy saving important.
Wij gebruiken de strategie voor de wedstrijd.
We use the strategy for the match.
Wij lezen een boek over de fantasiewereld.
We read a book about the fantasy world.
Wij sturen digitaal een bericht.
We send a message digitally.
Wij zoeken de oplossing zodat wij samen beter kunnen leren.
We search for the solution so that we can learn better together.
Mijn zus spreekt streng, want zij wil dat wij ons huiswerk afmaken.
My sister speaks strictly, because she wants us to finish our homework.
Wij dragen de boeken in de auto.
We carry the books in the car.
In het Nederlands zeggen we 'ons huis', omdat 'huis' een het-woord is.
In Dutch, we say 'ons huis' because 'huis' is a neuter word.
Heb jij een oplader die werkt met mijn kabel, of moeten we er een nieuwe kopen?
Do you have a charger that works with my cable, or should we buy a new one?
Wij fietsen rechtdoor naar school.
We bike straight to school.
Uiteindelijk begrijpen wij de grammatica.
Eventually we understand the grammar.
Wij gaan naar het zwembad.
We are going to the swimming pool.
Wij betalen het bedrag bij de kassa.
We pay the amount at the checkout.
Wij behouden de kennis.
We retain the knowledge.
Wij fietsen naar de heuvel.
We bike to the hill.
Wij bespreken dit thema.
We discuss this theme.
Elon.io is an online learning platform
We have an entire course teaching Dutch grammar and vocabulary.

Start learning Dutch now