Usages of snel
Als we te laat thuiskomen, moeten we fietsen naar de winkel om snel brood te halen.
If we come home too late, we have to bike to the store to quickly get bread.
Wij zullen snel naar de winkel gaan om brood te kopen.
We will quickly go to the store to buy bread.
Wij moeten snel naar de markt om groenten te halen.
We must quickly go to the market to get vegetables.
Het is soms moeilijk om alles te plannen, daarom wassen we ons snel en kleden we ons minstens een uur voor het feest aan.
It is sometimes difficult to plan everything, that’s why we wash ourselves quickly and get dressed at least an hour before the party.
Daarom moet ik mijn kamer snel opruimen voordat ik naar mijn werk ga.
That’s why I have to tidy up my room quickly before I go to work.
Zonder de ventilator kan de hitte me snel moe maken.
Without the fan, the heat can quickly make me tired.
Ik loop snel naar de markt, want de weg is schoon.
I walk quickly to the market because the road is clean.
Tom beklimt de berg snel.
Tom climbs the mountain quickly.
Mijn broer fietst snel in het park.
My brother bikes quickly in the park.
Winnen lukt beter als je snel een slim plan kunt verzinnen.
You can win more easily if you can quickly come up with a clever plan.
Anna reageert snel op het nieuws.
Anna responds quickly to the news.
Kleingeld kan handig zijn als je snel een drankje uit de automaat wilt halen.
Loose change can be handy if you quickly want to get a drink from the vending machine.
Als de verwarming weer werkt, zal onze woonkamer snel behaaglijk aanvoelen.
Once the heating works again, our living room will quickly feel cozy.
Elon.io is an online learning platform
We have an entire course teaching Dutch grammar and vocabulary.