Usages of door
De oude muur wordt nu geschilderd door mijn neef.
The old wall is now being painted by my nephew.
De nieuwe zanger wordt op het feest verwelkomd door onze vrienden.
The new singer is welcomed at the party by our friends.
Diezelfde familieleden worden ook door onze vrienden omhelsd wanneer ze arriveren.
Those same family members are also hugged by our friends when they arrive.
De zanger van het feestje zal ook muziek bezorgen door online opnames te delen.
The singer from the party will also deliver music by sharing online recordings.
In het Nederlands maken we een verkleinwoord door '-je' of een variant daarvan toe te voegen, bijvoorbeeld 'boekje' of 'stoeltje'.
In Dutch, we form a diminutive by adding '-je' or a variant of it, for example 'boekje' or 'stoeltje'.
De bank is bezet door Anna.
The couch is occupied by Anna.
In het Nederlands maak je de imperatief meestal door alleen de stam van het werkwoord te gebruiken, zoals “Wacht!” of “Kom!”.
In Dutch, you usually form the imperative by using only the stem of the verb, such as “Wacht!” (Wait!) or “Kom!” (Come!).
Elon.io is an online learning platform
We have an entire course teaching Dutch grammar and vocabulary.