Usages of eten
Zij eet brood.
She eats bread.
Hij eet ook brood.
He also eats bread.
Wij hebben gisteren samen gekookt en gegeten.
We cooked and ate together yesterday.
Mijn familie en ik eten samen in de keuken met mes en vork.
My family and I eat together in the kitchen with a knife and fork.
Ik zal de keuken schoonmaken nadat we samen hebben gegeten.
I will clean the kitchen after we have eaten together.
Wij zullen samen koken en dan eten.
We will cook together and then eat.
Wij moeten eerst groenten eten, dus koken wij een maaltijd.
We have to eat vegetables first, so we cook a meal.
Zouden we overmorgen samen kunnen opruimen en daarna rustig eten, zodat we niet hoeven te haasten?
Would we be able to tidy up together the day after tomorrow and then eat calmly, so that we don’t have to rush?
Ik eet soep.
I eat soup.
Tom eet te veel brood.
Tom eats too much bread.
Tom eet ongezond brood.
Tom eats unhealthy bread.
Ik eet een aardappel.
I eat a potato.
Wij eten lunch samen.
We eat lunch together.
Zij eet weinig brood.
She eats little bread.
Ik eet brood met saus.
I eat bread with sauce.
Elon.io is an online learning platform
We have an entire course teaching Dutch grammar and vocabulary.