WordpauzerenMeaningto take a breakPart of speechverbPronunciationCourseHardcore DutchLessonLesson 57Usages of pauzerenToen ik binnenkwam, waren de kinderen aan het pauzeren: de één las een stripboek en de ander keek een aflevering op de tablet.When I came in, the children were taking a break: one was reading a comic book and the other was watching an episode on the tablet.