het water

Usages of het water

Hij drinkt water.
He drinks water.
Tom drinkt water.
Tom drinks water.
Sofie drinkt water.
Sofie drinks water.
Zij drinkt water, want zij is heel dorstig.
She drinks water because she is very thirsty.
Hij drinkt veel water tijdens de picknick.
He drinks a lot of water during the picnic.
Anna heeft meer water nodig, omdat het warm is.
Anna needs more water because it is warm.
Ik drink mijn eerste kopje water in de ochtend.
I drink my first cup of water in the morning.
Ik wil water drinken zoals Anna.
I want to drink water like Anna.
Ik drink mijn eerste kopje water na het ontbijt.
I drink my first cup of water after breakfast.
Jij drinkt graag water.
You like to drink water.
Toen het regende, schudden wij het water van onze jassen voordat we naar binnen gingen.
When it rained, we shook the water off our coats before we went inside.
Het water is fris.
The water is fresh.
Zet de kom op de tafel en vul hem met water.
Put the bowl on the table and fill it with water.
Als het gerecht te gezouten is, moet je meer water of aardappelen toevoegen om de smaak te verzachten.
If the dish is too salted, you need to add more water or potatoes to soften the flavor.
Het water is koud.
The water is cold.
Hij drinkt nog steeds water.
He still drinks water.
Het wezen speelt in de tuin en drinkt water.
The creature plays in the garden and drinks water.
Ik drink altijd water.
I always drink water.
Het water is helder.
The water is clear.
Elon.io is an online learning platform
We have an entire course teaching Dutch grammar and vocabulary.

Start learning Dutch now