Usages of samenwerken
Mijn broer wil graag helpen met de afwas, omdat hij het leuk vindt om samen te werken.
My brother would like to help with the dishes, because he enjoys working together.
Wij moeten samenwerken.
We must work together.
De overheid werkt samen met de politie.
The government works together with the police.
Elon.io is an online learning platform
We have an entire course teaching Dutch grammar and vocabulary.