Usages of zetten
Onze bloemenvazen verdwijnen soms uit zicht, omdat we ze achter in de kast zetten.
Our flower vases sometimes disappear from view because we put them in the back of the cupboard.
Ik zet de sleutel op de tafel.
I put the key on the table.
Zet de kom op de tafel en vul hem met water.
Put the bowl on the table and fill it with water.
Ik zet mijn afspraken in de agenda.
I put my appointments in the planner.
Als ik klaar ben met stofzuigen, zet ik de stofzuiger in de kast.
When I am done vacuuming, I put the vacuum cleaner in the cupboard.
Ik zet het brood in de koelkast.
I put the bread in the refrigerator.
Elon.io is an online learning platform
We have an entire course teaching Dutch grammar and vocabulary.