| zullen |
| misschien |
| vroeg |
| opstaan |
| omdat |
| werken |
We will maybe get up early tomorrow, because we have to work early. | Wij zullen morgen misschien vroeg opstaan, omdat we vroeg moeten werken. |
| vergeten |
| de sleutel |
| de kamer |
| opbergen |
I will not forget to store away the key to my room. | Ik zal niet vergeten om de sleutel van mijn kamer op te bergen. |
| roepen |
Maybe I will call out to Tom, so that he can also store away his key. | Misschien roep ik Tom, zodat hij zijn sleutel ook kan opbergen. |
| zodra |
| klaar |
As soon as we are done with our meal, we will read the book. | Zodra wij klaar zijn met onze maaltijd, zullen wij het boek lezen. |
| we |
| de badkamer |
| schoonmaken |
As soon as we are done working, we will clean the bathroom. | Zodra wij klaar zijn met werken, zullen we de badkamer schoonmaken. |
| bestellen |
| de koelkast |
| wanneer |
| meer |
| het geld |
The money is lying in the new room. | Het geld ligt in de nieuwe kamer. |
We will maybe order a new fridge when we have more money. | Wij zullen misschien een nieuwe koelkast bestellen wanneer we meer geld hebben. |
| als |
| laat |
| thuiskomen |
We will play music when we come home. | Wij zullen muziek spelen wanneer wij thuiskomen. |
| fietsen |
| snel |
We will quickly go to the store to buy bread. | Wij zullen snel naar de winkel gaan om brood te kopen. |
| halen |
We must quickly go to the market to get vegetables. | Wij moeten snel naar de markt om groenten te halen. |
| te |
If we come home too late, we have to bike to the store to quickly get bread. | Als we te laat thuiskomen, moeten we naar de winkel fietsen om snel brood te halen. |
| herinner |
| je |
| mij |
| ons |
| het huiswerk |
| afmaken |
| voordat |
Remind me to finish our homework before it is too late? | Herinner je mij eraan om ons huiswerk af te maken voordat het te laat is? |
| aan |
We work together on the homework so that we don't forget it. | Wij werken samen aan het huiswerk, zodat we het niet vergeten. |
| de zus |
| Mijn zus leest een boek. |
| nodig hebben |
| er |
There is money on the table. | Er ligt geld op de tafel. |
| maar |
| één |
| de douche |
I call out to my sister when I need the bathroom, because there is only one shower. | Ik roep mijn zus wanneer ik de badkamer nodig heb, omdat er maar één douche is. |
| zullen |
Shall we practice together in the park on the weekend? | Zullen wij in het weekend samen in het park oefenen? |
We want to get up early so that we can go to the market. | Wij willen vroeg opstaan, zodat wij naar de markt kunnen gaan. |
| of |
| blijven |
| langer |
We want to stay longer in the park to read. | Wij willen langer in het park blijven om te lezen. |
| slapen |
We want to sleep longer because we are tired. | Wij willen langer slapen omdat we moe zijn. |
Shall we get up early to bike in the park, or do we sleep longer? | Zullen wij vroeg opstaan om te fietsen in het park, of blijven we langer slapen? |
| de schuur |
| De schuur is heel oud. |
| aanraken |
He will not touch the table because there is a lot of money on it. | Hij zal de tafel niet aanraken omdat er veel geld op ligt. |
| erg |
The garden is very beautiful. | De tuin is erg mooi. |
| vies |
The clothing is very dirty. | De kleding is erg vies. |
I will not touch the key to our shed, because it is very dirty. | Ik zal de sleutel van onze schuur niet aanraken, omdat hij erg vies is. |
| comfortabel |
| zwak |
The new room is very comfortable, but the fridge there is too weak. | De nieuwe kamer is heel comfortabel, maar de koelkast daar is te zwak. |
| een |
I am listening to a new story. | Ik luister naar een nieuw verhaal. |
| ander |
Anna reads another story. | Anna leest een ander verhaal. |
We will order from another store, because we would like a better fridge. | Wij zullen bestellen bij een andere winkel, omdat we graag een betere koelkast willen. |
| kijken |
| de film |
I want to watch that movie with my family. | Ik wil die film met mijn familie kijken. |
| nadat |
I will clean the kitchen after we have eaten together. | Ik zal de keuken schoonmaken nadat we samen hebben gegeten. |
| afhebben |
To relax, we will maybe watch a movie after we have finished our homework. | Om te ontspannen, zullen we misschien een film kijken nadat we ons huiswerk af hebben. |
| stoppen |
| het meer |
| het weer |
The weather is very beautiful today. | Het weer is heel mooi vandaag. |
| mooi |
We will stop working early to bike to the lake, because the weather is nice. | Wij zullen vroeg stoppen met werken om te fietsen naar het meer, want het is mooi weer. |
| zal |
Will he store away his clothes before it is too late? | Zal hij zijn kleding opbergen voordat het te laat is? |
| graag |
| de jas |
| opbergen |
| nu |
I would like to read a book now. | Ik wil nu graag een boek lezen. |
| warm |
Anna needs more water because it is warm. | Anna heeft meer water nodig, omdat het warm is. |
I will also gladly store my coat in the new room, because it is warm now. | Ik zal ook graag mijn jas opbergen in de nieuwe kamer, want het is nu warm. |
| deze |
We will read this note soon. | Wij zullen deze notitie straks lezen. |
| uitzetten |
| veel |
| de energie |
| verbruiken |
If we forget to turn off this fridge, it may use too much energy. | Als wij deze koelkast vergeten uit te zetten, zal het misschien te veel energie verbruiken. |
| denken |
I think it might be weak, because the fridge is already very old. | Ik denk dat het zwak kan zijn, omdat de koelkast al heel oud is. |
| graag |
| vinden |
I find the story very good. | Ik vind het verhaal heel goed. |
| vermoeiend |
Do you also like biking, or do you find it too tiring after homework? | Fiets jij ook graag, of vind je het te vermoeiend na het huiswerk? |
| de ochtend |
I get up early in the morning. | Ik sta vroeg op in de ochtend. |
| de vogels |
We listen to the birds in the park. | Wij luisteren naar de vogels in het park. |
| dan |
We will cook together and then eat. | Wij zullen samen koken en dan eten. |
| rustig |
| de taken |
Early in the morning, the birds call out, and I work on my tasks quietly. | Vroeg in de ochtend roepen de vogels, en ik werk dan rustig aan mijn taken. |
| de auto |
| De auto staat in de schuur. |
| zoeken |
We are looking together for the book that was on the table. | Wij zoeken samen naar het boek dat op de tafel lag. |
| vertrekken |
He will turn off the fridge before he leaves. | Hij zal de koelkast uitzetten voordat hij vertrekt. |
We will look for the car key together, because we have to leave. | Wij zullen samen de sleutel van de auto zoeken, omdat we moeten vertrekken. |
| het aanraken |
| heet |
| de pan |
| gevaarlijk |
| dus |
We have to eat vegetables first, so we cook a meal. | Wij moeten eerst groenten eten, dus koken wij een maaltijd. |
| de ovenwant |
| gebruiken |
She uses the oven mitt while cooking. | Zij gebruikt de ovenwant tijdens het koken. |
Touching hot pans is dangerous, so don't forget to use oven mitts. | Aanraken van hete pannen is gevaarlijk, dus vergeet niet om ovenwanten te gebruiken. |
| de tijd |
Time is important when we cook a meal. | De tijd is belangrijk wanneer wij een maaltijd koken. |
| werken |
Will you call me when it's time to work on our homework? | Roep jij mij als het tijd is om aan ons huiswerk te werken? |
| moeten |
We have to finish the homework before it is too late. | Wij moeten het huiswerk afmaken voordat het te laat is. |
| de appel |
The apple is lying on the table next to the book. | De appel ligt op de tafel naast het boek. |
I grab one apple from the table. | Ik pak één appel van de tafel. |
| schoon |
The shower is very clean. | De douche is heel schoon. |
| lang |
We stay a long time in the garden to relax. | Wij blijven lang in de tuin om te ontspannen. |
| liever |
I would rather read another story. | Ik wil liever een ander verhaal lezen. |
| thuis |
We don't want to bike too long, but rather stay home and play music. | Wij willen niet te lang fietsen, maar liever thuis blijven en muziek spelen. |
| zitten |
We sit quietly on the new chair. | Wij zitten rustig op de nieuwe stoel. |
It is comfortable to sit on the new chair. | Het is comfortabel om op de nieuwe stoel te zitten. |
| de film |
| het avondeten |
We work together on the tasks for dinner. | Wij werken samen aan de taken voor het avondeten. |
We will watch a movie after dinner. | Wij zullen een film kijken na het avondeten. |
| totdat |
We stay here until we finish our homework. | Wij blijven hier totdat wij ons huiswerk afhebben. |
| studeren |
We will study until we want to stop. | Wij zullen studeren totdat wij willen stoppen. |
| de vogel |
The bird plays in the garden. | De vogel speelt in de tuin. |
| bij |
| Wij lezen bij de schuur. |
The birds sing by the lake. | De vogels zingen bij het meer. |
| jouw |
Will you read your book after dinner? | Zal jij jouw boek lezen na het avondeten? |
Will you store away your coat before we leave? | Zal jij jouw jas opbergen voordat wij vertrekken? |
| kunnen |
We bike to the park so that we can relax there. | Wij fietsen naar het park zodat wij daar kunnen ontspannen. |
The energy is important, so that we can work better. | De energie is belangrijk, zodat wij beter kunnen werken. |
| dit |
This is an important note. | Dit is een belangrijke notitie. |
I think that this story is very good. | Ik denk dat dit verhaal heel goed is. |
| de fiets |
The bike is next to the shed. | De fiets staat naast de schuur. |
Biking to work is tiring. | Fietsen naar het werk is vermoeiend. |
| het voorwerp |
The object is on the table next to the apple. | Het voorwerp ligt op de tafel naast de appel. |
Touching that hot object is very dangerous. | Aanraken van dat hete voorwerp is erg gevaarlijk. |
| het koken |
She plays music while cooking. | Zij speelt muziek tijdens het koken. |
The pan is clean after cooking. | De pan is schoon na het koken. |
| liever hebben |
We prefer to stay home because the weather is warm. | Wij blijven liever thuis omdat het weer warm is. |
| klaar |
Shall we watch the film as soon as we are done with the homework? | Zullen wij de film kijken zodra wij klaar zijn met het huiswerk? |
| kunnen |
We have to practice a lot so that we can speak better. | Wij moeten veel oefenen, zodat wij beter kunnen spreken. |
We study together so that we can learn better. | Wij studeren samen zodat wij beter kunnen leren. |
| thuis |
I prefer to stay home and read a book. | Ik blijf liever thuis en lees een boek. |
| graag hebben |
| Ik heb graag een appel. |
I like to read a book at home. | Ik lees graag thuis een boek. |