| de muur |
| schilderen |
| door |
The old wall is now being painted by my nephew. | De oude muur wordt nu geschilderd door mijn neef. |
| rood |
| De stoel is rood. |
| de verf |
| fris |
| Het water is fris. |
| de kleur |
| Ik vind kleur mooi. |
| geven |
| Hij geeft Tom een boek. |
He uses red paint to give the wall a fresh color. | Hij gebruikt rode verf om de muur een frisse kleur te geven. |
| bezorgen |
| in |
| zelf |
| halen |
The paint is delivered to that store, so we don’t have to pick it up ourselves. | De verf wordt in die winkel bezorgd, zodat we het niet zelf hoeven te halen. |
| besluiten |
| veel |
| de reden |
| klaar |
I decide to help tomorrow because I have many reasons to want to be finished faster. | Ik besluit om morgen te helpen, omdat ik veel redenen heb om sneller klaar te willen zijn. |
| de kantoorbaan |
| eerder |
I am going to school earlier, because I want to learn. | Ik ga eerder naar school, want ik wil leren. |
| eindigen |
| De film eindigt straks. |
| meekomen |
Are you coming along with me tomorrow? | Kom jij morgen met mij mee? |
My sister’s office job will end earlier today, so she will also come along to paint. | De kantoorbaan van mijn zus zal vandaag eerder eindigen, dus zij komt ook mee schilderen. |
| worden |
The dog is becoming tired. | De hond wordt moe. |
| als |
| best |
| leuk |
That office job is often seen as very busy, but she thinks it is rather fun. | Die kantoorbaan wordt vaak gezien als heel druk, maar zij vindt het best leuk. |
| de zanger |
| op |
| verwelkomen |
The new singer is welcomed at the party by our friends. | De nieuwe zanger wordt op het feest verwelkomd door onze vrienden. |
| het lied |
| Anna zingt het lied. |
| de aankomst |
| de lente |
In the spring we read a book in the garden. | In de lente lezen wij een boek in de tuin. |
| prachtig |
The birds sing beautifully in the garden. | De vogels zingen prachtig in de tuin. |
| de melodie |
I listen to a beautiful melody. | Ik luister naar een mooie melodie. |
He sings a song about the arrival of spring with a beautiful melody. | Hij zingt een lied over de aankomst van de lente met een prachtige melodie. |
| de bloemenvaas |
The flower vase stands next to the table. | Bloemenvaas staat naast de tafel. |
| verdwijnen |
| uit |
| ze |
| achter |
| de kast |
| zetten |
Our flower vases sometimes disappear from view because we put them in the back of the cupboard. | Onze bloemenvazen verdwijnen soms uit zicht, omdat we ze achter in de kast zetten. |
| tevoorschijn komen |
After cooking, Anna appears in the kitchen. | Na het koken komt Anna tevoorschijn in de keuken. |
| kleurrijk |
| De auto is kleurrijk. |
| de bloem |
The flower is in the garden. | De bloem staat in de tuin. |
They appear when we want to enjoy colorful flowers again. | Ze komen tevoorschijn wanneer we weer willen genieten van kleurrijke bloemen. |
| verdwaald raken |
| de stad |
| Ik fiets naar de stad. |
| de telefoon |
| Mijn telefoon is nieuw. |
| de weg |
When I get lost in the city, I use my phone to find the way. | Wanneer ik verdwaald raak in de stad, gebruik ik mijn telefoon om de weg te vinden. |
| voorkomen |
| urenlang |
| Ik lees urenlang een boek. |
| zoeken |
| Ik zoek mijn sleutel. |
| juist |
I want to read a book right now. | Ik wil juist nu een boek lezen. |
| de straat |
This prevents me from looking for the right street for hours. | Dit voorkomt dat ik urenlang moet zoeken naar de juiste straat. |
| de ventilator |
| plaatsen |
| afkoelen |
I am going to cool down in the garden. | Ik ga in de tuin afkoelen. |
The fan is placed in my room so that I can cool down during this hot day. | De ventilator wordt in mijn kamer geplaatst, zodat ik kan afkoelen tijdens deze warme dag. |
| de hitte |
Without the fan, the heat can quickly make me tired. | Zonder de ventilator kan de hitte me snel moe maken. |
| klein |
| de nicht |
| schudden |
| het hoofd |
| Mijn hoofd is moe. |
| bevallen |
| Het boek bevalt mij. |
My little niece sometimes shakes her head when something does not please her. | Mijn kleine nicht schudt soms haar hoofd als iets haar niet bevalt. |
| toen |
I listened to music when the birds sang in the garden. | Ik heb naar muziek geluisterd toen de vogels in de tuin zongen. |
| regenen |
It rains today in the park. | Het regent vandaag in het park. |
| binnen |
When it rained, we shook the water off our coats before we went inside. | Toen het regende, schudden wij het water van onze jassen voordat we naar binnen gingen. |
| ontsnappen |
| door |
The dog walks through the house. | De hond loopt door het huis. |
| het hek |
Our cat sometimes tries to escape through the back door, but we prevent that with a fence. | Onze kat probeert soms te ontsnappen door de achterdeur, maar dat voorkomen we met een hek. |
| tevoorschijnkomen |
As soon as the cat sees the fence, he appears and walks back inside. | Zodra de kat het hek ziet, komt hij tevoorschijn en loopt weer naar binnen. |
| de post |
| Ik lees de post. |
| op |
I place the flowers on the table. | Ik plaats de bloemen op de tafel. |
I am on my way to school. | Ik ben op weg naar school. |
I put the key on the table. | Ik zet de sleutel op de tafel. |
| leggen |
The mail is delivered every morning and placed on the shelf by the door. | De post wordt elke ochtend bezorgd en op het rek bij de deur gelegd. |
| gemakkelijk |
| verzamelen |
We collect flowers in the garden. | Wij verzamelen bloemen in de tuin. |
I find it easy to collect important letters on that shelf. | Ik vind het gemakkelijk om belangrijke brieven op dat rek te verzamelen. |
| omhelzen |
| elkaar |
| Wij helpen elkaar. |
| uit |
The dog walks out of the house. | De hond loopt uit het huis. |
| de blijdschap |
| Blijdschap is groot. |
After our family’s arrival, we hug each other out of joy. | Na de aankomst van onze familie, omhelzen we elkaar uit blijdschap. |
| het familielid |
My family member is sitting in the garden. | Mijn familielid zit in de tuin. |
Those same family members are also hugged by our friends when they arrive. | Diezelfde familieleden worden ook door onze vrienden omhelsd wanneer ze arriveren. |
I decide to go walking with my niece because we want to get in shape faster. | Ik besluit om met mijn nicht te gaan wandelen, want we willen sneller in conditie komen. |
| de wandeling |
We take a nice walk in the park. | Wij maken een mooie wandeling in het park. |
| voorspellen |
| de weerman |
| de regen |
I like to listen to rain. | Ik luister graag naar regen. |
| de paraplu |
I take my umbrella with me when it rains. | Ik neem mijn paraplu mee als het regent. |
During our walk, the weatherman predicts rain, so we take an umbrella with us. | Tijdens onze wandeling voorspelt de weerman regen, dus we nemen een paraplu mee. |
| onvoorspelbaar |
The weather is unpredictable. | Het weer is onvoorspelbaar. |
| blijven |
| toch |
The weather is sometimes unpredictable, but we keep walking anyway. | Het weer wordt soms onvoorspelbaar, maar we blijven toch doorwandelen. |
| het feestje |
Anna and Tom are going to a party. | Anna en Tom gaan naar een feestje. |
| online |
| Ik lees online een boek. |
| de opname |
We listen to a recording. | Wij luisteren naar een opname. |
| delen |
Anna shares her book with Tom. | Anna deelt haar boek met Tom. |
The singer from the party will also deliver music by sharing online recordings. | De zanger van het feestje zal ook muziek bezorgen door online opnames te delen. |
| de songtekst |
| het enthousiasme |
I have a lot of enthusiasm for music. | Ik heb veel enthousiasme voor muziek. |
If he were to sing a boring lyric, our enthusiasm might disappear faster. | Als hij een saaie songtekst zou zingen, verdwijnt ons enthousiasme misschien sneller. |
| de stem |
He has a beautiful voice. | Hij heeft een mooie stem. |
Still, we predict that the music will be fun, because he has a lovely voice. | Toch voorspellen we dat de muziek leuk zal zijn, want hij heeft een mooie stem. |
| draaien |
| de woonkamer |
I sit in the living room. | Ik zit in de woonkamer. |
| toch |
I still want to go to the park to relax. | Ik wil toch naar het park gaan om te ontspannen. |
Our fan is running in the living room, but sometimes the heat still does not escape. | Onze ventilator draait in de woonkamer, maar soms ontsnapt de hitte toch niet. |
| het seizoen |
We bike to the market in the season. | In het seizoen fietsen wij naar de markt. |
| ook al |
We enjoy this warm season, even though it can sometimes be too hot. | Wij genieten van dit warme seizoen, ook al kan het soms te heet zijn. |
| meerdere |
I see several birds in the garden. | Ik zie meerdere vogels in de tuin. |
| sporten |
| Wij sporten in het park. |
I have several reasons to exercise, but the most important one is my health. | Ik heb meerdere redenen om te sporten, maar de belangrijkste is mijn gezondheid. |
| het eten |
I am finished with the meal. | Ik ben klaar met het eten. |
| de vriendin |
Tom sees his girlfriend in the park. | Tom ziet zijn vriendin in het park. |
He welcomes his girlfriend. | Hij verwelkomt zijn vriendin. |
| komen |
Anna and Tom come home together. | Anna en Tom komen samen naar huis. |
| Ik kom uit de tuin. |
| leggen |
I put the book on the table. | Ik leg het boek op de tafel. |
I put the book in the cupboard. | Ik leg het boek in de kast. |
| snel |
My niece walks quickly in the street. | Mijn nicht loopt snel in de straat. |
| het zoeken |
| Het zoeken is belangrijk. |
After searching, my key appears. | Na het zoeken komt mijn sleutel tevoorschijn. |
| zeggen |
She says that the cat is small. | Zij zegt dat de kat klein is. |
The weatherman says that the weather will be warm tomorrow. | De weerman zegt dat het weer morgen warm is. |
| leren |
I am going to study, even though I am tired. | Ik ga leren, ook al ben ik moe. |