| aanwezig |
Many students are present in the classroom today. | Vandaag zijn veel studenten aanwezig in de klas. |
| afwezig |
| de ziekte |
Because of illness, he stays home. | Door ziekte blijft hij thuis. |
Two students are absent due to illness. | Twee studenten zijn afwezig vanwege ziekte. |
| zich aanmelden |
| van tevoren |
We confirm our reservation in advance. | Wij bevestigen onze reservering van tevoren. |
| de cursus |
The course starts tomorrow at eight o’clock. | De cursus begint morgen om acht uur. |
| tegenover |
We sign up in advance for the course opposite the station. | Wij melden ons van tevoren aan voor de cursus tegenover het station. |
| afzeggen |
We cancel the party because of the storm. | Wij zeggen het feest af vanwege de storm. |
| ziek |
Tom has to cancel his appointment because he is ill. | Tom moet zijn afspraak afzeggen, omdat hij ziek is. |
| de lerares |
The teacher checks our answers. | De lerares controleert onze antwoorden. |
| de woordenlijst |
The teacher lets us read the word list out loud. | De lerares laat ons de woordenlijst hardop lezen. |
| vloeiend |
With that word list we practice every evening, so that we can speak fluently. | Met die woordenlijst oefenen we elke avond, zodat we vloeiend kunnen spreken. |
| binnenin |
My key is inside the bag. | Binnenin de tas ligt mijn sleutel. |
Inside that box there are still two books. | Binnenin die doos zitten nog twee boeken. |
| om ... heen |
| eromheen |
We walk around the park, and the children run around it. | We lopen om het park heen, en de kinderen rennen eromheen. |
| laten |
| de groep |
The group is waiting for the coach. | De groep wacht op de trainer. |
| het rondje |
We walk a lap in the park. | Wij lopen een rondje in het park. |
The coach has the group do one lap around the square. | De trainer laat de groep een rondje om het plein heen lopen. |
| verlegen |
| oprecht |
She is shy, but her question is sincere. | Zij is verlegen, maar haar vraag is oprecht. |
| dapper |
| een vraag stellen |
Anna is brave and asks the difficult question first. | Anna is dapper en stelt de moeilijke vraag als eerste. |
| hoe ... hoe |
The earlier we leave, the faster we arrive. | Hoe eerder we vertrekken, hoe sneller we aankomen. |
| onzeker |
Tom sounds uncertain during the meeting. | Tom klinkt onzeker tijdens de vergadering. |
The braver she feels, the less uncertain she sounds. | Hoe dapperder zij zich voelt, hoe minder onzeker ze klinkt. |
| expres |
| het grapje |
| de stilte |
We enjoy the silence in the garden. | Wij genieten van de stilte in de tuin. |
| breken |
I do not want to break the silence. | Ik wil de stilte niet breken. |
The child made a joke on purpose to break the silence. | Het kind maakte expres een grapje om de stilte te breken. |
Good behavior is rewarded; we discuss bad behavior afterwards. | Goed gedrag wordt beloond; slecht gedrag bespreken we achteraf. |
| de lijst |
| Wij staan op de lijst. |
It is too late to sign up; the list is full. | Het is te laat om ons nog aan te melden; de lijst is vol. |
| de rij |
| vooruit |
| schuiven |
Slide the chair to the table. | Schuif de stoel naar de tafel. |
The teacher has Anna slide the chairs one row forward. | De leraar laat Anna de stoelen één rij vooruit schuiven. |
| het foutje |
| achteraf |
Afterwards I called my sister to discuss the news. | Achteraf belde ik mijn zus om het nieuws te bespreken. |
| per se |
| verkeerd |
| Ik heb het verkeerd gedaan. |
It was only a small mistake; afterwards everyone saw that nobody necessarily did it wrong. | Het was slechts een klein foutje; achteraf zag iedereen dat niemand het per se verkeerd deed. |
I don’t necessarily want to win; I mainly want to learn. | Ik wil niet per se winnen; ik wil vooral leren. |
| de ouder |
The parent waits in the hall. | De ouder wacht in de hal. |
| de zaal |
| De zaal is vol. |
Many parents were present at the presentation in the hall opposite the library, but two remained absent. | Veel ouders waren aanwezig bij de presentatie in de zaal tegenover de bibliotheek, maar twee bleven afwezig. |
| enigszins |
Tom is somewhat shy with new people. | Tom is enigszins verlegen bij nieuwe mensen. |
| iets |
Shall we leave a bit later? | Zullen we iets later vertrekken? |
She purposely came a bit later and stayed calm in the line. | Zij kwam expres iets later en bleef kalm in de rij. |
| gewijzigd |
The plan has been modified somewhat, but the goals remain the same. | Het plan is enigszins gewijzigd, maar de doelen blijven hetzelfde. |
| namelijk |
We leave early, namely at six o'clock. | Wij vertrekken vroeg, namelijk om zes uur. |
I will come later, namely after the lunch break. | Ik kom later, namelijk na de lunchpauze. |
Could you please let me in? | Kunt u mij alstublieft binnenlaten? |
She is too shy to tell the joke right away. | Zij is te verlegen om het grapje meteen te vertellen. |
| het Nederlands |
We practice Dutch every day. | Wij oefenen het Nederlands elke dag. |
Anna speaks Dutch fluently. | Anna spreekt vloeiend Nederlands. |
| opzetten |
Shall we set up the tent in the garden? | Zullen we de tent opzetten in de tuin? |
We set up the tent and walk around it. | Wij zetten de tent op en lopen eromheen. |
| verbeteren |
I will correct the little mistake immediately. | Ik zal het foutje meteen verbeteren. |