| inloggen |
| Ik log in op de app. |
| de gebruikersnaam |
| de toegang |
Could you log in with your username to get access? | Kunt u met uw gebruikersnaam inloggen om toegang te krijgen? |
| instellen |
| Anna stelt de wekker in. |
| uitloggen |
I set the new password and then log out again. | Ik stel het nieuwe wachtwoord in en log daarna weer uit. |
| de wasmachine |
The washing machine is big enough to wash clothes. | De wasmachine is groot genoeg om kleding te wassen. |
| het dweilen |
During mopping we listen to music. | Tijdens het dweilen luisteren wij naar muziek. |
| de dweil |
I grab the mop because the floor is wet. | Ik pak de dweil omdat de vloer nat is. |
After mopping, Tom puts the mop next to the washing machine. | Na het dweilen zet Tom de dweil naast de wasmachine. |
| markeren |
| de markeerstift |
May I borrow your highlighter? | Mag ik jouw markeerstift lenen? |
I highlight important sentences with a yellow highlighter. | Ik markeer belangrijke zinnen met een gele markeerstift. |
| doorsturen |
| het berichtje |
| de zus |
Will you forward that little message to my sister? | Stuur jij dat berichtje even door naar mijn zus? |
| de aanbieding |
There is a special offer for apples in the store; there are still two of them. | In de winkel is een aanbieding voor appels; er zijn er nog twee. |
| gedetailleerd |
| bovendien |
| logisch |
| Dat klinkt logisch. |
| geschreven |
The explanation is detailed and moreover written in a logical way. | De uitleg is gedetailleerd en bovendien logisch geschreven. |
| de pols |
The doctor checks my wrist. | De dokter controleert mijn pols. |
| pijn doen |
| Mijn hoofd doet pijn. |
| afdoen |
| Ik doe mijn riem af. |
My wrist hurts, so I take off my watch. | Mijn pols doet pijn, dus ik doe mijn horloge af. |
| ineens |
The light suddenly went out. | Het licht ging ineens uit. |
The tram stopped suddenly, but everyone stayed calm. | De tram stopte ineens, maar iedereen bleef rustig. |
| de huisarts |
| noch ... noch |
| de koorts |
The GP says that I have neither fever nor pain. | De huisarts zegt dat ik noch koorts noch pijn heb. |
| de kinderen |
| de achterbank |
The car is big enough to put the children on the back seat. | De auto is groot genoeg om de kinderen op de achterbank te zetten. |
| de mand |
There are baskets in the kitchen; there are three of them in the cupboard. | In de keuken staan manden; er liggen er drie in de kast. |
| het berichtje |
I have read your message. | Ik heb jouw berichtje gelezen. |
Send me a short message when you get home. | Stuur mij een kort berichtje als je thuiskomt. |
| de gegevens |
| bijwerken |
| Ik werk mijn woordenlijst bij. |
The GP asks whether I have a fever and asks me to update my information. | De huisarts vraagt of ik koorts heb en vraagt mij mijn gegevens bij te werken. |
I can forward your username if you do not get access. | Ik kan uw gebruikersnaam doorsturen als u geen toegang krijgt. |
| de klantenservice |
Tom calls customer service right after work. | Tom belt de klantenservice direct na het werk. |
| het afhaalpunt |
At customer service they said the package is at the pickup point, and there is another special offer. | Bij de klantenservice zeiden ze dat het pakket bij het afhaalpunt ligt, en er is nog een extra aanbieding. |
Tom put the groceries on the back seat and picked up the package at the pickup point. | Tom zette de boodschappen op de achterbank en haalde het pakket bij het afhaalpunt op. |
| de veter |
| vast |
Anna already has her shoelaces tied and places the basket by the door. | Anna heeft haar veters al vast en zet de mand bij de deur. |
| samenvatten |
| tenminste |
At least come to the lesson on time. | Kom tenminste op tijd naar de les. |
At the end we will summarize everything and correct at least two mistakes. | Aan het einde zullen we alles samenvatten en tenminste twee fouten verbeteren. |
When I am finished reading, I log out immediately. | Als ik klaar ben met lezen, log ik meteen uit. |
| kort |
We talk briefly with the teacher. | Wij spreken kort met de docent. |
Moreover, this plan is clear and brief. | Bovendien is dit plan duidelijk en kort. |
| met de hand |
I write the recipe by hand in my notebook. | Ik schrijf het recept met de hand in mijn schrift. |
The note is written by hand. | De notitie is met de hand geschreven. |
| de zin |
Today I have neither energy nor the desire to go to the gym. | Vandaag heb ik noch energie noch zin om naar de sportschool te gaan. |
| loszitten |
| De kabel zit los. |
| Mijn veter zit los. |
| kort |
I will explain it briefly. | Ik zal het kort uitleggen. |
I will briefly summarize the story. | Ik zal het verhaal kort samenvatten. |