Question | Answer |
---|---|
left | linksaf |
straight ahead | rechtdoor |
Turn left at this street and then walk straight ahead until you see the park. | Ga linksaf bij deze straat en loop dan rechtdoor tot je het park ziet. |
the view | het uitzicht |
Sometimes walking straight ahead is faster, but turning left can be nicer for the view. | Soms is rechtdoor lopen sneller, maar linksaf gaan kan leuker zijn voor het uitzicht. |
straight | rechtdoor |
We bike straight to school. | Wij fietsen rechtdoor naar school. |
to keep going | blijven gaan |
to end up | uitkomen |
eventually | uiteindelijk |
Eventually we understand the grammar. | Uiteindelijk begrijpen wij de grammatica. |
same | zelfde |
If you keep going straight, you'll eventually end up on the same road. | Als je rechtdoor blijft gaan, kom je uiteindelijk weer op dezelfde weg uit. |
easily | eenvoudig |
Anna remembers the words easily. | Anna onthoudt de woorden eenvoudig. |
to turn left | linksaf slaan |
the route | de route |
I take the route to school. | Ik neem de route naar school. |
Even if you're tired, you can easily turn left for a shorter route. | Ook als je moe bent, kun je eenvoudig linksaf slaan voor een kortere route. |
the intersection | het kruispunt |
I bike to school and turn left at the intersection. | Ik fiets naar school en sla linksaf bij het kruispunt. |
right | rechtsaf |
I go right at the shop. | Ik ga rechtsaf bij de winkel. |
At this intersection, you can turn right to reach the library. | Bij dit kruispunt kun je rechtsaf om de bibliotheek te bereiken. |
to watch out | uitkijken |
to turn right | rechtsafgaan |
He wants to turn right to get to the shop. | Hij wil rechtsafgaan om bij de winkel te komen. |
Because the intersection is very busy, you must watch carefully before you turn right. | Omdat het kruispunt erg druk is, moet je goed uitkijken voordat je rechtsaf gaat. |
the police | de politie |
The police wait at the door. | De politie wacht bij de deur. |
to regulate | regelen |
Sometimes the police help at the intersection to regulate traffic. | Soms helpt de politie bij het kruispunt om het verkeer te regelen. |
to turn right | rechtsaf slaan |
I turn right at the shop and walk to school. | Ik sla rechtsaf bij de winkel en loop naar school. |
forbidden | verboden |
Biking at school is forbidden. | Fietsen op school is verboden. |
the traffic light | het stoplicht |
The car stops because the traffic light is red. | De auto stopt, want het stoplicht is rood. |
Turning right is forbidden here if the traffic light is red. | Rechtsaf slaan is hier verboden als het stoplicht op rood staat. |
the attic | de zolder |
spacious | ruim |
The attic in our new house is very spacious and has a small window. | De zolder in ons nieuwe huis is heel ruim en heeft een klein raam. |
the bedroom | de slaapkamer |
quite | vrij |
Tom bikes quite slowly in the park. | Tom fietst vrij langzaam in het park. |
empty | leeg |
In that attic, there are old boxes, but our bedroom is actually still quite empty. | Op die zolder staan oude dozen, maar onze slaapkamer is juist nog vrij leeg. |
In Dutch, we say 'ons huis' because 'huis' is a neuter word. | In het Nederlands zeggen we 'ons huis', omdat 'huis' een het-woord is. |
We use 'onze' with 'slaapkamer', because 'slaapkamer' is a 'de' word. | We gebruiken 'onze' bij de slaapkamer, want 'slaapkamer' is een de-woord. |
the medicine | het medicijn |
He takes the medicine to get better. | Hij neemt het medicijn om beter te worden. |
the pharmacy | de apotheek |
the service | de service |
Service is very important. | Service is heel belangrijk. |
excellent | uitstekend |
I get my medication at that pharmacy because the service is excellent. | Ik haal mijn medicijnen bij die apotheek, want de service is uitstekend. |
to bring along | meenemen |
the prescription | het recept |
If you want to go to the pharmacy later, then be sure to bring your prescription. | Als u straks naar de apotheek wilt gaan, neem dan uw recept goed mee. |
cash | contant |
I pay cash for the bread. | Ik betaal contant voor het brood. |
the cash | het geld |
the wallet | de portemonnee |
I often forget my wallet at home. | Ik vergeet vaak mijn portemonnee thuis. |
to pay by card | pinnen |
I pay by card at the cash register. | Ik pin bij de kassa. |
Do you still have cash in your wallet, or do you want to pay by card? | Heb je nog contant geld in je portemonnee, of wil je pinnen? |
in cash | contant |
I buy a book in cash. | Ik koop contant een boek. |
the payment machine | de betaalautomaat |
I pay with the payment machine. | Ik betaal met de betaalautomaat. |
Sometimes it's more convenient to pay in cash if the payment machine is not working. | Soms is het handiger om contant te betalen als de betaalautomaat niet werkt. |
always | altijd |
I always drink water. | Ik drink altijd water. |
the loose change | het kleingeld |
the locker | het kluisje |
I store my money in the locker. | Ik berg mijn geld in het kluisje op. |
the swimming pool | het zwembad |
We are going to the swimming pool. | Wij gaan naar het zwembad. |
I always carry some loose change for the lockers at the swimming pool. | Ik heb altijd wat kleingeld bij me voor de kluisjes in het zwembad. |
the drink | het drankje |
Tom drinks a tasty drink. | Tom drinkt een lekker drankje. |
the vending machine | de automaat |
Loose change can be handy if you quickly want to get a drink from the vending machine. | Kleingeld kan handig zijn als je snel een drankje uit de automaat wilt halen. |
the cashier | de kassamedewerker |
the change | het wisselgeld |
correct | juist |
the amount | het bedrag |
The cashier gave me too little change, so I asked for the correct amount. | De kassamedewerker gaf me te weinig wisselgeld, dus ik vroeg om het juiste bedrag. |
to spend | uitgeven |
I spend money. | Ik geef geld uit. |
immediately | meteen |
Anna cooks a tasty meal immediately. | Anna kookt meteen een lekkere maaltijd. |
Do you want to keep your change, or will you immediately spend it on something tasty? | Wil je jouw wisselgeld bewaren, of geef je het meteen uit aan iets lekkers? |
to park | parkeren |
the permit | de vergunning |
I ask for a permit to organize the party. | Ik vraag een vergunning om het feest te organiseren. |
otherwise | anders |
I bike fast, otherwise I am late. | Ik fiets snel, anders ben ik te laat. |
to risk | riskeren |
I risk my job. | Ik riskeer mijn baan. |
the fine | de boete |
You may only park here with a permit, otherwise you risk a fine. | Je mag hier alleen parkeren met een vergunning, anders riskeer je een boete. |
Parking in the city center is expensive, so I prefer to use public transport. | Parkeren in het centrum is kostbaar, dus ik gebruik liever het openbaar vervoer. |
the charger | de oplader |
which is why | waardoor |
The dog is tired, which is why he is lying in the house. | De hond is moe, waardoor hij in het huis ligt. |
almost | bijna |
The car is almost new. | De auto is bijna nieuw. |
I forgot my charger, which is why my phone is now almost dead. | Ik ben mijn oplader vergeten, waardoor mijn telefoon nu bijna leeg is. |
the cable | de kabel |
I put the cable next to the chair. | Ik leg de kabel naast de stoel. |
Do you have a charger that works with my cable, or should we buy a new one? | Heb jij een oplader die werkt met mijn kabel, of moeten we er een nieuwe kopen? |
the government | de regering |
to introduce | introduceren |
Tom introduces a book. | Tom introduceert een boek. |
the regulation | de regeling |
the landlord | de verhuurder |
The government introduced a new regulation to check landlords. | De regering introduceerde een nieuwe regeling om verhuurders te controleren. |
to ensure | zorgen voor |
minimal | minimaal |
the building | het pand |
I want to buy an old building. | Ik wil een oud pand kopen. |
According to that regulation, landlords must ensure minimal safety in their buildings. | Volgens die regeling moeten verhuurders zorgen voor minimale veiligheid in hun panden. |
the tenant | de huurder |
The tenant lives in an old house. | De huurder woont in een oud huis. |
themselves | zich |
the ease | het gemak |
I learn with ease. | Ik leer met gemak. |
Safety is important for tenants so that they feel at ease at home. | Veiligheid is belangrijk voor huurders, zodat ze zich thuis op hun gemak voelen. |
the government | de overheid |
The government works together with the police. | De overheid werkt samen met de politie. |
to impose | opleggen |
Anna imposes rules. | Anna legt regels op. |
the protection | de bescherming |
If the regulation is not followed, the government can impose fines to protect that safety. | Als de regeling niet wordt nageleefd, kan de overheid boetes opleggen ter bescherming van die veiligheid. |
to collide | botsen |
the cyclist | de fietser |
narrow | smal |
The street is narrow. | De straat is smal. |
Watch out that you don't collide with other cyclists on the narrow path. | Kijk uit dat je niet botst met andere fietsers op het smalle pad. |
If two cars collide, you must call the emergency services right away. | Als twee auto's botsen, moet je meteen hulpdiensten bellen. |
the sauce | de saus |
I eat bread with sauce. | Ik eet brood met saus. |
the pepper | de peper |
the bit | het beetje |
I use the little bit of sugar in my coffee. | Ik gebruik het beetje suiker in mijn koffie. |
bland | flauw |
This sauce has too little pepper, so it tastes a bit bland. | Deze saus heeft te weinig peper, dus hij smaakt een beetje flauw. |
extra | extra |
I bike extra fast to school. | Ik fiets extra snel naar school. |
to retain | behouden |
We retain the knowledge. | Wij behouden de kennis. |
the aroma | het aroma |
The coffee has aroma. | De koffie heeft aroma. |
Sometimes I add extra pepper right before serving, then the dish retains more aroma. | Soms voeg ik extra peper toe net voor het serveren, dan behoudt het gerecht meer aroma. |
the heating | de verwarming |
broken | stuk |
My bike is broken. | Mijn fiets is stuk. |
the repairman | de monteur |
The heating is broken, so we need to call a repairman before it gets colder. | De verwarming is stuk, dus we moeten een monteur bellen voordat het kouder wordt. |
once | als |
to feel | aanvoelen |
The room feels warm. | De kamer voelt warm aan. |
Once the heating works again, our living room will quickly feel cozy. | Als de verwarming weer werkt, zal onze woonkamer snel behaaglijk aanvoelen. |
the poster | de poster |
The poster is not old, but new. | De poster is niet oud, maar nieuw. |
the look | de uitstraling |
That poster gives the room a fresh look, don't you think so? | Die poster geeft de kamer een frisse uitstraling, vind je ook niet? |
the backpack | de rugzak |
the day trip | het dagje uit |
My backpack is very handy for day trips, because it has many compartments. | Mijn rugzak is erg handig voor dagjes uit, want hij heeft veel vakken. |
to take | meenemen |
heavy | zwaar |
difficult to carry | lastig te dragen |
If I take too many things, my backpack becomes heavy and difficult to carry. | Als ik te veel spullen meeneem, wordt mijn rugzak zwaar en lastig te dragen. |
the hill | de heuvel |
We bike to the hill. | Wij fietsen naar de heuvel. |
lovely | fraai |
clear | helder |
The water is clear. | Het water is helder. |
The view from the hill is truly lovely, especially in clear weather. | Het uitzicht op de heuvel is echt fraai, vooral bij helder weer. |
beautiful | fraai |
The garden looks beautiful. | De tuin ziet er fraai uit. |
to fit | passen |
The book fits in the cupboard. | Het boek past in de kast. |
perfect | perfect |
My phone works perfectly. | Mijn telefoon werkt perfect. |
the theme | het thema |
We discuss this theme. | Wij bespreken dit thema. |
Your drawing is also beautiful, and it fits perfectly with the theme of our living room. | Jouw tekening is ook fraai, en hij past perfect bij het thema van onze woonkamer. |
the refrigerator | de koelkast |
I put the bread in the refrigerator. | Ik zet het brood in de koelkast. |
The refrigerator is empty. | De koelkast is leeg. |
to taste | smaken |
The bread tastes bland. | Het brood smaakt flauw. |
The soup tastes excellent. | De soep smaakt uitstekend. |
kindly | vriendelijk |
Tom speaks kindly with Anna. | Tom praat vriendelijk met Anna. |
The cashier helps the customer kindly in the store. | De kassamedewerker helpt de klant vriendelijk in de winkel. |
the checkout | de kassa |
We pay the amount at the checkout. | Wij betalen het bedrag bij de kassa. |
the country | het land |
The country is large and beautiful. | Het land is groot en mooi. |
The government helps people and makes plans for a beautiful country. | De regering helpt mensen en maakt plannen voor een mooi land. |
against | tegen |
He stands against the wall. | Hij staat tegen de muur. |
the cold | de kou |
He seeks protection against the cold. | Hij zoekt bescherming tegen de kou. |
to ride | fietsen |
The cyclist rides fast to school. | Fietser fietst snel naar school. |
severe | erg |
I stay inside because the cold is severe. | Ik blijf binnen, want de kou is erg. |
Your questions are stored by us to improve Elon.io