Lesson 14

QuestionAnswer
left
linksaf
straight ahead
rechtdoor
Turn left at this street and then walk straight ahead until you see the park.
Ga linksaf bij deze straat en loop dan rechtdoor tot je het park ziet.
the view
het uitzicht
Sometimes walking straight ahead is faster, but turning left can be nicer for the view.
Soms is rechtdoor lopen sneller, maar linksaf gaan kan leuker zijn voor het uitzicht.
straight
rechtdoor
We bike straight to school.
Wij fietsen rechtdoor naar school.
to keep going
blijven gaan
to end up
uitkomen
eventually
uiteindelijk
Eventually we understand the grammar.
Uiteindelijk begrijpen wij de grammatica.
same
zelfde
If you keep going straight, you'll eventually end up on the same road.
Als je rechtdoor blijft gaan, kom je uiteindelijk weer op dezelfde weg uit.
easily
eenvoudig
Anna remembers the words easily.
Anna onthoudt de woorden eenvoudig.
to turn left
linksaf slaan
the route
de route
I take the route to school.
Ik neem de route naar school.
Even if you're tired, you can easily turn left for a shorter route.
Ook als je moe bent, kun je eenvoudig linksaf slaan voor een kortere route.
the intersection
het kruispunt
I bike to school and turn left at the intersection.
Ik fiets naar school en sla linksaf bij het kruispunt.
right
rechtsaf
I go right at the shop.
Ik ga rechtsaf bij de winkel.
At this intersection, you can turn right to reach the library.
Bij dit kruispunt kun je rechtsaf om de bibliotheek te bereiken.
to watch out
uitkijken
to turn right
rechtsafgaan
He wants to turn right to get to the shop.
Hij wil rechtsafgaan om bij de winkel te komen.
Because the intersection is very busy, you must watch carefully before you turn right.
Omdat het kruispunt erg druk is, moet je goed uitkijken voordat je rechtsaf gaat.
the police
de politie
The police wait at the door.
De politie wacht bij de deur.
to regulate
regelen
Sometimes the police help at the intersection to regulate traffic.
Soms helpt de politie bij het kruispunt om het verkeer te regelen.
to turn right
rechtsaf slaan
I turn right at the shop and walk to school.
Ik sla rechtsaf bij de winkel en loop naar school.
forbidden
verboden
Biking at school is forbidden.
Fietsen op school is verboden.
the traffic light
het stoplicht
The car stops because the traffic light is red.
De auto stopt, want het stoplicht is rood.
Turning right is forbidden here if the traffic light is red.
Rechtsaf slaan is hier verboden als het stoplicht op rood staat.
the attic
de zolder
spacious
ruim
The attic in our new house is very spacious and has a small window.
De zolder in ons nieuwe huis is heel ruim en heeft een klein raam.
the bedroom
de slaapkamer
quite
vrij
Tom bikes quite slowly in the park.
Tom fietst vrij langzaam in het park.
empty
leeg
In that attic, there are old boxes, but our bedroom is actually still quite empty.
Op die zolder staan oude dozen, maar onze slaapkamer is juist nog vrij leeg.
In Dutch, we say 'ons huis' because 'huis' is a neuter word.
In het Nederlands zeggen we 'ons huis', omdat 'huis' een het-woord is.
We use 'onze' with 'slaapkamer', because 'slaapkamer' is a 'de' word.
We gebruiken 'onze' bij de slaapkamer, want 'slaapkamer' is een de-woord.
the medicine
het medicijn
He takes the medicine to get better.
Hij neemt het medicijn om beter te worden.
the pharmacy
de apotheek
the service
de service
Service is very important.
Service is heel belangrijk.
excellent
uitstekend
I get my medication at that pharmacy because the service is excellent.
Ik haal mijn medicijnen bij die apotheek, want de service is uitstekend.
to bring along
meenemen
the prescription
het recept
If you want to go to the pharmacy later, then be sure to bring your prescription.
Als u straks naar de apotheek wilt gaan, neem dan uw recept goed mee.
cash
contant
I pay cash for the bread.
Ik betaal contant voor het brood.
the cash
het geld
the wallet
de portemonnee
I often forget my wallet at home.
Ik vergeet vaak mijn portemonnee thuis.
to pay by card
pinnen
I pay by card at the cash register.
Ik pin bij de kassa.
Do you still have cash in your wallet, or do you want to pay by card?
Heb je nog contant geld in je portemonnee, of wil je pinnen?
in cash
contant
I buy a book in cash.
Ik koop contant een boek.
the payment machine
de betaalautomaat
I pay with the payment machine.
Ik betaal met de betaalautomaat.
Sometimes it's more convenient to pay in cash if the payment machine is not working.
Soms is het handiger om contant te betalen als de betaalautomaat niet werkt.
always
altijd
I always drink water.
Ik drink altijd water.
the loose change
het kleingeld
the locker
het kluisje
I store my money in the locker.
Ik berg mijn geld in het kluisje op.
the swimming pool
het zwembad
We are going to the swimming pool.
Wij gaan naar het zwembad.
I always carry some loose change for the lockers at the swimming pool.
Ik heb altijd wat kleingeld bij me voor de kluisjes in het zwembad.
the drink
het drankje
Tom drinks a tasty drink.
Tom drinkt een lekker drankje.
the vending machine
de automaat
Loose change can be handy if you quickly want to get a drink from the vending machine.
Kleingeld kan handig zijn als je snel een drankje uit de automaat wilt halen.
the cashier
de kassamedewerker
the change
het wisselgeld
correct
juist
the amount
het bedrag
The cashier gave me too little change, so I asked for the correct amount.
De kassamedewerker gaf me te weinig wisselgeld, dus ik vroeg om het juiste bedrag.
to spend
uitgeven
I spend money.
Ik geef geld uit.
immediately
meteen
Anna cooks a tasty meal immediately.
Anna kookt meteen een lekkere maaltijd.
Do you want to keep your change, or will you immediately spend it on something tasty?
Wil je jouw wisselgeld bewaren, of geef je het meteen uit aan iets lekkers?
to park
parkeren
the permit
de vergunning
I ask for a permit to organize the party.
Ik vraag een vergunning om het feest te organiseren.
otherwise
anders
I bike fast, otherwise I am late.
Ik fiets snel, anders ben ik te laat.
to risk
riskeren
I risk my job.
Ik riskeer mijn baan.
the fine
de boete
You may only park here with a permit, otherwise you risk a fine.
Je mag hier alleen parkeren met een vergunning, anders riskeer je een boete.
Parking in the city center is expensive, so I prefer to use public transport.
Parkeren in het centrum is kostbaar, dus ik gebruik liever het openbaar vervoer.
the charger
de oplader
which is why
waardoor
The dog is tired, which is why he is lying in the house.
De hond is moe, waardoor hij in het huis ligt.
almost
bijna
The car is almost new.
De auto is bijna nieuw.
I forgot my charger, which is why my phone is now almost dead.
Ik ben mijn oplader vergeten, waardoor mijn telefoon nu bijna leeg is.
the cable
de kabel
I put the cable next to the chair.
Ik leg de kabel naast de stoel.
Do you have a charger that works with my cable, or should we buy a new one?
Heb jij een oplader die werkt met mijn kabel, of moeten we er een nieuwe kopen?
the government
de regering
to introduce
introduceren
Tom introduces a book.
Tom introduceert een boek.
the regulation
de regeling
the landlord
de verhuurder
The government introduced a new regulation to check landlords.
De regering introduceerde een nieuwe regeling om verhuurders te controleren.
to ensure
zorgen voor
minimal
minimaal
the building
het pand
I want to buy an old building.
Ik wil een oud pand kopen.
According to that regulation, landlords must ensure minimal safety in their buildings.
Volgens die regeling moeten verhuurders zorgen voor minimale veiligheid in hun panden.
the tenant
de huurder
The tenant lives in an old house.
De huurder woont in een oud huis.
themselves
zich
the ease
het gemak
I learn with ease.
Ik leer met gemak.
Safety is important for tenants so that they feel at ease at home.
Veiligheid is belangrijk voor huurders, zodat ze zich thuis op hun gemak voelen.
the government
de overheid
The government works together with the police.
De overheid werkt samen met de politie.
to impose
opleggen
Anna imposes rules.
Anna legt regels op.
the protection
de bescherming
If the regulation is not followed, the government can impose fines to protect that safety.
Als de regeling niet wordt nageleefd, kan de overheid boetes opleggen ter bescherming van die veiligheid.
to collide
botsen
the cyclist
de fietser
narrow
smal
The street is narrow.
De straat is smal.
Watch out that you don't collide with other cyclists on the narrow path.
Kijk uit dat je niet botst met andere fietsers op het smalle pad.
If two cars collide, you must call the emergency services right away.
Als twee auto's botsen, moet je meteen hulpdiensten bellen.
the sauce
de saus
I eat bread with sauce.
Ik eet brood met saus.
the pepper
de peper
the bit
het beetje
I use the little bit of sugar in my coffee.
Ik gebruik het beetje suiker in mijn koffie.
bland
flauw
This sauce has too little pepper, so it tastes a bit bland.
Deze saus heeft te weinig peper, dus hij smaakt een beetje flauw.
extra
extra
I bike extra fast to school.
Ik fiets extra snel naar school.
to retain
behouden
We retain the knowledge.
Wij behouden de kennis.
the aroma
het aroma
The coffee has aroma.
De koffie heeft aroma.
Sometimes I add extra pepper right before serving, then the dish retains more aroma.
Soms voeg ik extra peper toe net voor het serveren, dan behoudt het gerecht meer aroma.
the heating
de verwarming
broken
stuk
My bike is broken.
Mijn fiets is stuk.
the repairman
de monteur
The heating is broken, so we need to call a repairman before it gets colder.
De verwarming is stuk, dus we moeten een monteur bellen voordat het kouder wordt.
once
als
to feel
aanvoelen
The room feels warm.
De kamer voelt warm aan.
Once the heating works again, our living room will quickly feel cozy.
Als de verwarming weer werkt, zal onze woonkamer snel behaaglijk aanvoelen.
the poster
de poster
The poster is not old, but new.
De poster is niet oud, maar nieuw.
the look
de uitstraling
That poster gives the room a fresh look, don't you think so?
Die poster geeft de kamer een frisse uitstraling, vind je ook niet?
the backpack
de rugzak
the day trip
het dagje uit
My backpack is very handy for day trips, because it has many compartments.
Mijn rugzak is erg handig voor dagjes uit, want hij heeft veel vakken.
to take
meenemen
heavy
zwaar
difficult to carry
lastig te dragen
If I take too many things, my backpack becomes heavy and difficult to carry.
Als ik te veel spullen meeneem, wordt mijn rugzak zwaar en lastig te dragen.
the hill
de heuvel
We bike to the hill.
Wij fietsen naar de heuvel.
lovely
fraai
clear
helder
The water is clear.
Het water is helder.
The view from the hill is truly lovely, especially in clear weather.
Het uitzicht op de heuvel is echt fraai, vooral bij helder weer.
beautiful
fraai
The garden looks beautiful.
De tuin ziet er fraai uit.
to fit
passen
The book fits in the cupboard.
Het boek past in de kast.
perfect
perfect
My phone works perfectly.
Mijn telefoon werkt perfect.
the theme
het thema
We discuss this theme.
Wij bespreken dit thema.
Your drawing is also beautiful, and it fits perfectly with the theme of our living room.
Jouw tekening is ook fraai, en hij past perfect bij het thema van onze woonkamer.
the refrigerator
de koelkast
I put the bread in the refrigerator.
Ik zet het brood in de koelkast.
The refrigerator is empty.
De koelkast is leeg.
to taste
smaken
The bread tastes bland.
Het brood smaakt flauw.
The soup tastes excellent.
De soep smaakt uitstekend.
kindly
vriendelijk
Tom speaks kindly with Anna.
Tom praat vriendelijk met Anna.
The cashier helps the customer kindly in the store.
De kassamedewerker helpt de klant vriendelijk in de winkel.
the checkout
de kassa
We pay the amount at the checkout.
Wij betalen het bedrag bij de kassa.
the country
het land
The country is large and beautiful.
Het land is groot en mooi.
The government helps people and makes plans for a beautiful country.
De regering helpt mensen en maakt plannen voor een mooi land.
against
tegen
He stands against the wall.
Hij staat tegen de muur.
the cold
de kou
He seeks protection against the cold.
Hij zoekt bescherming tegen de kou.
to ride
fietsen
The cyclist rides fast to school.
Fietser fietst snel naar school.
severe
erg
I stay inside because the cold is severe.
Ik blijf binnen, want de kou is erg.