| de professor |
| de scriptie |
The professor is reading my thesis this week. | De professor leest deze week mijn scriptie. |
Anna is discussing her thesis with the professor tomorrow. | Anna bespreekt haar scriptie morgen met de professor. |
| maken |
We make soup together in the kitchen. | Wij maken samen soep in de keuken. |
| het tentamen |
| het vak |
I find the subject Dutch interesting. | Ik vind het vak Nederlands interessant. |
Next month we are taking our first exam for this course. | Volgende maand maken wij ons eerste tentamen voor dit vak. |
| gestrest |
Tom is stressed because the exam lasts longer than he expected. | Tom is gestrest, omdat het tentamen langer duurt dan hij had verwacht. |
| inleveren |
I have to hand in my thesis next Friday. | Ik moet mijn scriptie volgende vrijdag inleveren. |
| de feedback |
If you hand in your report on time, you will receive feedback earlier. | Als jij je verslag op tijd inlevert, krijg je eerder feedback. |
The professor gives clear feedback on every paragraph. | De professor geeft duidelijke feedback op elke paragraaf. |
| motiveren |
The teacher wants to motivate the students to practice Dutch every day. | De docent wil de studenten motiveren om elke dag Nederlands te oefenen. |
Her friendly feedback motivates me to continue writing. | Haar vriendelijke feedback motiveert mij om verder te schrijven. |
| doornemen |
| de aantekening |
We go through the lecture notes together. | Wij nemen de aantekeningen van het college samen door. |
| de middagpauze |
| nog eens |
Read the word list out loud once more. | Lees de woordenlijst nog eens hardop. |
During the lunch break Anna and Sofie go through each other’s notes once more. | Tijdens de middagpauze nemen Anna en Sofie elkaars aantekeningen nog eens door. |
I find it hard to concentrate when I am so stressed. | Ik vind het moeilijk om me te concentreren, als ik zo gestrest ben. |
| de concentratie |
Concentration is important during the exam. | De concentratie is belangrijk tijdens het examen. |
| terugkrijgen |
Tom wants to get his book back. | Tom wil zijn boek terugkrijgen. |
| wat |
A short walk helps me to get my concentration back, which is very useful while studying. | Een korte wandeling helpt mij om mijn concentratie terug te krijgen, wat heel handig is tijdens het leren. |
| beoordelen |
The teacher will assess the exam tomorrow. | De docent beoordeelt het tentamen morgen. |
The professor will assess our theses next week. | De professor beoordeelt onze scripties volgende week. |
| beoordeeld |
Our homework has not been assessed yet. | Ons huiswerk is nog niet beoordeeld. |
| zowel ... als |
She is both tired and hungry. | Zij is zowel moe als hongerig. |
His thesis has already been assessed, which makes him both happy and nervous. | Zijn scriptie is al beoordeeld, wat hem zowel blij als zenuwachtig maakt. |
| het cijfer |
I hope that I get a good grade for my exam. | Ik hoop dat ik een goed cijfer krijg voor mijn tentamen. |
| teleurgesteld |
Tom looks disappointed at his grade. | Tom kijkt teleurgesteld naar zijn cijfer. |
When Sofie saw her grade, she was first disappointed but then relieved. | Toen Sofie haar cijfer zag, was ze eerst teleurgesteld maar daarna opgelucht. |
| nog een keer |
Read the word list one more time. | Lees de woordenlijst nog een keer. |
| uitstellen |
Our teacher does not want to postpone the deadline again. | Onze docent wil de deadline niet nog een keer uitstellen. |
| vlak |
The chair is right next to the table. | De stoel staat vlak bij de tafel. |
Tom keeps postponing his homework, which makes him extra stressed right before the deadline. | Tom stelt zijn huiswerk steeds uit, waardoor hij vlak voor de deadline extra gestrest raakt. |
| de stagiair |
The intern discusses his research with the teacher. | De stagiair bespreekt zijn onderzoek met de docent. |
| de stagiaire |
The intern reads the notes in the library. | De stagiaire leest de aantekeningen in de bibliotheek. |
The male intern and the female intern both help in the laboratory. | De stagiair en de stagiaire helpen allebei in het laboratorium. |
| de stagiair |
The intern works voluntarily at the office. | De stagiair werkt vrijwillig op het kantoor. |
| de verantwoordelijkheid |
In this project we share the responsibility. | In dit project delen wij de verantwoordelijkheid. |
Next month the new interns will get more responsibility in the project. | Volgende maand krijgen de nieuwe stagiairs meer verantwoordelijkheid in het project. |
| de kantooruren |
| stellen |
We ask a question together. | Wij stellen samen een vraag. |
During office hours you can ask the professor questions about the exam. | Tijdens de kantooruren kun je de professor vragen stellen over het tentamen. |
| mailen |
I will email you the document. | Ik zal je het document mailen. |
| beantwoorden |
The teacher answers our questions. | De docent beantwoordt onze vragen. |
Outside office hours I email my questions so that he can answer them calmly later. | Buiten de kantooruren mail ik mijn vragen, zodat hij ze later rustig kan beantwoorden. |
| de motivatie |
My motivation is high because I want to get my diploma next year. | Mijn motivatie is hoog, omdat ik volgend jaar mijn diploma wil halen. |
| laag |
He sings in a low and calm way during the performance. | Hij zingt laag en rustig tijdens het optreden. |
| inspirerend |
The teacher speaks inspiringly about the subject Dutch. | De docent spreekt inspirerend over het vak Nederlands. |
When her motivation is low, Anna reads an inspiring story, which often helps. | Als haar motivatie laag is, leest Anna een inspirerend verhaal, wat vaak helpt. |
| even |
I want to sleep for a bit. | Ik wil even slapen. |
In the lunch break we go outside for a bit to get some fresh air. | In de middagpauze lopen wij even naar buiten om frisse lucht te halen. |
| normaal |
Normally we eat together in the kitchen. | Normaal eten wij samen in de keuken. |
| geruststellen |
Anna wants to reassure Tom. | Anna wil Tom geruststellen. |
The professor says that making mistakes is normal, which reassures me. | De professor zegt dat fouten maken normaal is, wat mij geruststelt. |
| vergaderen |
Tomorrow we will meet in the meeting room about the new research. | Morgen vergaderen wij in de vergaderzaal over het nieuwe onderzoek. |
| de taakverdeling |
The division of tasks is clear, so that nobody has any doubt about his work. | De taakverdeling is duidelijk, zodat niemand twijfel heeft over zijn werk. |
We have a short meeting about the division of tasks so that everyone knows what he or she has to do. | Wij vergaderen kort over de taakverdeling, zodat iedereen weet wat hij of zij moet doen. |
After meeting we write a summary so that absent students understand it as well. | Na het vergaderen schrijven we een samenvatting, zodat afwezige studenten het ook begrijpen. |