the dishes | de afwas |
I have to do the dishes after the meal. | Ik moet de afwas doen na het eten. |
to work together | samenwerken |
We must work together. | Wij moeten samenwerken. |
My brother would like to help with the dishes, because he enjoys working together. | Mijn broer wil graag helpen met de afwas, omdat hij het leuk vindt om samen te werken. |
the curtain | het gordijn |
the window | het raam |
She is going to open the curtains to wash the window. | Zij gaat de gordijnen openen om het raam te wassen. |
the washing | het wassen |
Washing is important. | Wassen is belangrijk. |
to close | sluiten |
I close the door. | Ik sluit de deur. |
cold | koud |
The water is cold. | Het water is koud. |
After washing the window, she closes the curtains again, because it is getting cold. | Na het wassen van het raam sluit zij de gordijnen weer, want het wordt koud. |
to ring | aanbellen |
I have to ring the neighbor’s doorbell soon, because I have something important to ask. | Ik moet straks aanbellen bij de buurman, want ik heb iets belangrijks te vragen. |
unfamiliar | onbekend |
to enter | binnenkomen |
When you want to enter an unfamiliar house, it is polite to ring the bell first. | Wanneer je bij een onbekend huis wilt binnenkomen, is het netjes om eerst aan te bellen. |
the audiobook | het luisterboek |
to go to sleep | gaan slapen |
My sister listens to an audiobook every evening before going to sleep. | Mijn zus luistert elke avond naar een luisterboek voordat ze gaat slapen. |
on my way | onderweg |
When I am on my way to work, I like listening to an audiobook. | Als ik onderweg ben naar mijn werk, vind ik het leuk om naar een luisterboek te luisteren. |
the drawing | de tekening |
We are going to draw together in the garden, because we want to make beautiful drawings. | Wij gaan samen tekenen in de tuin, want we willen mooie tekeningen maken. |
the detail | het detail |
The detail is important. | Het detail is belangrijk. |
to add | toevoegen |
That drawing of the street already looks very good, but we can add more details. | Die tekening van de straat ziet er al heel goed uit, maar we kunnen nog meer details toevoegen. |
the diminutive | het verkleinwoord |
We make a diminutive of a book. | Wij maken een verkleinwoord van een boek. |
the variant thereof | de variant daarvan |
the booklet | het boekje |
the little chair | het stoeltje |
In Dutch, we form a diminutive by adding '-je' or a variant of it, for example 'boekje' or 'stoeltje'. | In het Nederlands maken we een verkleinwoord door '-je' of een variant daarvan toe te voegen, bijvoorbeeld 'boekje' of 'stoeltje'. |
My chair is now a little chair, because it is for a child. | Mijn stoel is nu een stoeltje, omdat het voor een kind is. |
the couch | de bank |
Do you want to sit on this little chair, or rather on the big couch? | Wil je op dit stoeltje zitten, of liever op de grote bank? |
the dishwasher | de afwasmachine |
We have bought a dishwasher, so we can be done with the dishes faster. | We hebben een afwasmachine gekocht, zodat we sneller klaar zijn met de afwas. |
handy | handig |
relaxing | ontspannend |
The music is relaxing. | De muziek is ontspannend. |
the hand | de hand |
He grabs my hand. | Hij pakt mijn hand. |
to wash up | afwassen |
Although the dishwasher is handy, I sometimes find it relaxing to do the dishes by hand. | Hoewel de afwasmachine handig is, vind ik het soms ontspannend om met de hand af te wassen. |
the pillow | het kussen |
thin | dun |
The book is thin. | Het boek is dun. |
thick | dik |
the comfort | het comfort |
I enjoy comfort in our house. | Ik geniet van comfort in ons huis. |
My pillow is thin, but I would like to have a thick pillow for more comfort. | Mijn kussen is dun, maar ik zou graag een dik kussen willen hebben voor meer comfort. |
I put the pillow on the couch. | Ik leg het kussen op de bank. |
a bit | een beetje |
The couch in the living room is very soft, but the pillow on it is a bit too thick. | De bank in de woonkamer is heel zacht, maar het kussen daarop is een beetje te dik. |
to like | houden ervan |
We like to bike in the park. | Wij houden ervan om in het park te fietsen. |
the spice | het kruid |
the rosemary | de rozemarijn |
I make soup with rosemary. | Ik maak soep met rozemarijn. |
the basil | het basilicum |
Tom cooks a meal with basil. | Tom kookt een maaltijd met basilicum. |
Tom likes to add spices when he cooks; he likes to use rosemary and basil. | Tom houdt ervan om kruiden toe te voegen wanneer hij kookt; hij gebruikt graag rozemarijn en basilicum. |
sweet | zoet |
The apple is sweet. | De appel is zoet. |
really | erg |
too much | te veel |
Tom eats too much bread. | Tom eet te veel brood. |
the sugar | de suiker |
I drink warm tea with sugar. | Ik drink warme thee met suiker. |
unhealthy | ongezond |
Tom eats unhealthy bread. | Tom eet ongezond brood. |
I find sweet foods really tasty, but too much sugar can be unhealthy. | Ik vind zoet eten erg lekker, maar te veel suiker kan ongezond zijn. |
the dish | het gerecht |
salted | gezouten |
Tom finds salted bread very tasty. | Tom vindt gezouten brood erg lekker. |
the potato | de aardappel |
I eat a potato. | Ik eet een aardappel. |
the flavor | de smaak |
The food has a lot of flavor. | Het eten heeft veel smaak. |
to soften | verzachten |
Anna softens her words. | Anna verzacht haar woorden. |
If the dish is too salted, you need to add more water or potatoes to soften the flavor. | Als het gerecht te gezouten is, moet je meer water of aardappelen toevoegen om de smaak te verzachten. |
the floor | de verdieping |
second | tweede |
I come second. | Ik kom tweede. |
occupied | bezet |
The couch is occupied by Anna. | De bank is bezet door Anna. |
We are going to the second floor for our meeting, because the first floor is already occupied. | Wij gaan naar de tweede verdieping voor onze vergadering, want de eerste verdieping is al bezet. |
large | groot |
right away | meteen |
to start | beginnen |
The film starts soon. | De film begint straks. |
the discussion | de bespreking |
On that floor, there is a large table, and we can start our discussion there right away. | Op die verdieping staat een grote tafel, en we kunnen daar meteen beginnen met onze bespreking. |
later | straks |
to vacuum | stofzuigen |
the dust | het stof |
Dust lies on the couch. | Stof ligt op de bank. |
I will vacuum later, because there is a lot of dust on the floor. | Ik zal straks stofzuigen, want er ligt veel stof op de vloer. |
the vacuum cleaner | de stofzuiger |
the noise | het lawaai |
I hear noise in the garden. | Ik hoor lawaai in de tuin. |
all | alle |
All people work together. | Alle mensen werken samen. |
the crumb | de kruimel |
The crumb is lying on the table. | De kruimel ligt op de tafel. |
The vacuum cleaner makes a lot of noise, but it does suck up all the crumbs from the floor. | De stofzuiger maakt veel lawaai, maar hij zuigt wel alle kruimels van de vloer. |
When I am done vacuuming, I put the vacuum cleaner in the cupboard. | Als ik klaar ben met stofzuigen, zet ik de stofzuiger in de kast. |
the hanging up | het ophangen |
The hanging up is finished. | Het ophangen is klaar. |
please | alstublieft |
Give me the key, please. | Geef mij de sleutel, alstublieft. |
Could you help me hang up the curtains, please? | Kunt u mij helpen met het ophangen van de gordijnen, alstublieft? |
the cup of coffee | het kopje koffie |
to begin | beginnen |
We begin the meeting. | Wij beginnen met de vergadering. |
Would you also like a little cup of coffee before you start cooking? | Wilt u ook een kopje koffie voordat u begint met koken? |
to pour | inschenken |
I pour coffee. | Ik schenk koffie in. |
to remain | blijven |
I pour a small cup of coffee for you, so that you don’t remain thirsty. | Ik schenk een klein kopje koffie in voor u, zodat u niet dorstig blijft. |
convenient | handig |
the little book | het boekje |
Sofie reads the little book in the garden. | Sofie leest het boekje in de tuin. |
still | nog steeds |
He still drinks water. | Hij drinkt nog steeds water. |
Has that thick book now become a convenient little book, or do you still find it too complicated? | Is dat dikke boek nu een handig boekje geworden, of vindt u het nog steeds te ingewikkeld? |
the mother | de moeder |
My mother likes to read in the garden. | Mijn moeder leest graag in de tuin. |
the gift | het cadeautje |
I give my mother a small gift for her birthday. | Ik geef mijn moeder een klein cadeautje voor haar verjaardag. |
just | alleen maar |
the book | het boekje |
I write a short story in my little book. | Ik schrijf een kort verhaal in mijn boekje. |
surely | vast |
You will surely come on time. | Jij komt vast op tijd. |
happy | blij |
Anna bikes happily to school. | Anna fietst blij naar school. |
with it | ermee |
That little gift is just a small book, but she will surely be happy with it. | Dat cadeautje is alleen maar een boekje, maar ze zal er vast blij mee zijn. |
dark | donker |
It is dark outside. | Het is donker buiten. |
relaxing | rustgevend |
The evening is relaxing. | De avond is rustgevend. |
I keep drawing until it gets dark, because I find it very relaxing. | Ik blijf tekenen tot het donker wordt, want ik vind het erg rustgevend. |
the cycling | het fietsen |
I find cycling fun. | Ik vind het fietsen leuk. |
Tom finds cycling handy. | Tom vindt fietsen handig. |
the dinner | het eten |
I am going to wash the dishes after dinner. | Ik ga afwassen na het eten. |
the basil | de basilicum |
We make the dish with basil and rosemary. | Wij maken het gerecht met basilicum en rozemarijn. |
three | drie |
I have three books. | Ik heb drie boeken. |
My house has three floors. | Mijn huis heeft drie verdiepingen. |
the lunch | de lunch |
We eat lunch together. | Wij eten lunch samen. |
After lunch, we have a short discussion. | Na de lunch hebben wij een korte bespreking. |
the biking | het fietsen |
I find biking along the river fun. | Ik vind het fietsen langs de rivier leuk. |
Biking is convenient. | Fietsen is handig. |