| de stoep |
I am standing on the sidewalk and waiting for my friend. | Ik sta op de stoep en wacht op mijn vriend. |
The children do not play on the road but on the sidewalk. | De kinderen spelen niet op de weg maar op de stoep. |
| de rommel |
There is a lot of mess in my room, so I have to tidy up. | Er ligt veel rommel in mijn kamer, dus ik moet opruimen. |
When I came home, I saw that the kitchen was full of mess. | Toen ik thuiskwam, zag ik dat de keuken vol rommel lag. |
| de vuilniszak |
I put the mess in a big garbage bag and take it outside. | Ik doe de rommel in een grote vuilniszak en breng die naar buiten. |
| glazen |
The garbage bag is heavy because there are many glass bottles in it. | De vuilniszak is zwaar, omdat er veel glazen flessen in zitten. |
| mintgroen |
| de tandpasta |
I use mint-green toothpaste every morning to brush my teeth. | Ik gebruik elke ochtend mintgroene tandpasta om mijn tanden te poetsen. |
| op zijn |
When the toothpaste was finished, I borrowed a bit from my sister. | Toen de tandpasta op was, leende ik een beetje van mijn zus. |
| de sportschool |
We train three times a week in the gym. | Wij trainen drie keer per week in de sportschool. |
| dicht |
When the gym was closed, we did exercises in the park. | Toen de sportschool dicht was, deden we oefeningen in het park. |
| verlengen |
I have to renew my passport because I am going on a trip the day after tomorrow. | Ik moet mijn paspoort verlengen omdat ik overmorgen op reis ga. |
| het lidmaatschap |
Without membership you are not allowed to read in the library. | Zonder lidmaatschap mag je niet in de bibliotheek lezen. |
I renew the membership online so that I get a discount. | Ik verleng het lidmaatschap online, zodat ik korting krijg. |
| vanuit |
From the kitchen, Anna speaks with Tom about the new house. | Vanuit de keuken spreekt Anna met Tom over het nieuwe huis. |
The view from my window is beautiful in the winter. | Het uitzicht vanuit mijn raam is prachtig in de winter. |
When the sun rose, the view became even more beautiful. | Toen de zon opkwam, werd het uitzicht nog mooier. |
| aanpassen |
The teacher adjusts the timetable. | De docent past het rooster aan. |
| het niveau |
| de leerling |
The teacher adjusts the lesson to the level of every pupil. | De docent past de les aan het niveau van elke leerling aan. |
| het sporten |
We enjoy exercising in the park. | Wij genieten van het sporten in het park. |
| een beetje |
| Ik ben een beetje moe. |
| de pijn |
| de rug |
Tom carries Anna on his back. | Tom draagt Anna op zijn rug. |
After exercising I have a little pain in my back. | Na het sporten heb ik een beetje pijn in mijn rug. |
| erger |
When the pain became worse, I went to the doctor. | Toen de pijn erger werd, ging ik naar de dokter. |
| rusten |
After running, we rest together in the park. | Na het hardlopen rusten wij samen in het park. |
The doctor says that I have to rest more. | De dokter zegt dat ik meer moet rusten. |
When I called the doctor, I got an appointment immediately. | Toen ik de dokter belde, kreeg ik meteen een afspraak. |
| de winterjas |
| sneeuwen |
It is snowing in the garden today. | Het sneeuwt vandaag in de tuin. |
I wear a thick winter coat when it snows. | Ik draag een dikke winterjas als het sneeuwt. |
When I forgot my winter coat, I was very cold. | Toen ik mijn winterjas vergat, had ik het heel koud. |
| het woordenboek |
| de les |
Every pupil receives a dictionary in class. | Elke leerling krijgt een woordenboek in de les. |
The teacher asked a pupil to clean the board. | De docent vroeg een leerling om het bord schoon te maken. |
| de microfoon |
Anna tests the microphone. | Anna test de microfoon. |
| het concert |
We are going to the concert in the shed tomorrow. | Wij gaan morgen naar het concert in de schuur. |
The singer tests the microphone before the concert. | De zanger test de microfoon vóór het concert. |
| opzoeken |
I look up the meaning of the new word. | Ik zoek de betekenis van het nieuwe woord op. |
| onbekend |
The reason remains unknown. | De reden blijft onbekend. |
I look up unknown words in a digital dictionary. | Ik zoek onbekende woorden op in een digitaal woordenboek. |
| uitvallen |
| ouderwets |
The music sounds old-fashioned. | De muziek klinkt ouderwets. |
When the internet went down, I used an old-fashioned dictionary. | Toen het internet uitviel, gebruikte ik een ouderwets woordenboek. |
My bike tire is flat, so I cannot bike to school. | Mijn fietsband is lek, dus ik kan niet naar school fietsen. |
| de fietsband |
| plakken |
I patch the bike tire in the shed. | Ik plak de fietsband in de schuur. |
| opmerken |
I notice that the cat is lying next to the chair. | Ik merk op dat de kat naast de stoel ligt. |
| het lek |
When I patched the bike tire, I noticed a second leak. | Toen ik de fietsband plakte, merkte ik een tweede lek op. |
| de monteur |
| de reparatie |
| Tom betaalt voor de reparatie. |
| uitvoeren |
We will carry out the plan tomorrow. | Wij voeren morgen het plan uit. |
| meekijken |
Tom may watch along during the music lesson. | Tom mag meekijken tijdens de muziekles. |
| aandachtig |
I listen attentively to the explanation. | Ik luister aandachtig naar de uitleg. |
When the mechanic carried out the repair, I watched attentively. | Toen de monteur de reparatie uitvoerde, keek ik aandachtig mee. |
| nationaal |
| de feestdag |
I like to rest on a holiday. | Ik rust graag op een feestdag. |
Next week there is a national holiday, so the shops are closed. | Volgende week is er een nationale feestdag, dus de winkels zijn dicht. |
| dichtdraaien |
| de kraan |
I need to turn off the tap properly. | Ik moet de kraan goed dichtdraaien. |
I turn off the tap to save water. | Ik draai de kraan dicht om water te besparen. |
| lekken |
In that factory, the machine leaks water. | In die fabriek lekt de machine water. |
| de emmer |
I grab the bucket to fetch water. | Ik pak de emmer om water te halen. |
When the tap leaked, I put a bucket under it. | Toen de kraan lekte, zette ik er een emmer onder. |
| de taxi |
We take a taxi to the station because it is raining. | We nemen een taxi naar het station omdat het regent. |
| staan te wachten |
When the taxi arrived, we were already waiting on the sidewalk. | Toen de taxi aankwam, stonden we al op de stoep te wachten. |
| de vaas |
I place a vase with flowers on the table. | Ik zet een vaas met bloemen op de tafel. |
The glass vase is in the kitchen. | De glazen vaas staat in de keuken. |
| de leerling |
The student writes new words on paper every day. | De leerling schrijft elke dag nieuwe woorden op papier. |
We measure the students’ level after the exam. | Wij meten het niveau van de leerlingen na het examen. |
| alleen maar |
| De hond eet alleen maar brood. |
If we do nothing, the problem only gets worse. | Als we niets doen, wordt het probleem alleen maar erger. |
| de fietsband |
Anna stores a new bicycle tire in the shed. | Anna bewaart een nieuwe fietsband in de schuur. |
The leak in the bicycle tire is small. | Het lek in de fietsband is klein. |
| repareren |
I have repaired the broken door. | Ik heb de kapotte deur gerepareerd. |
The mechanic repairs my bike. | De monteur repareert mijn fiets. |