Lesson 12

QuestionAnswer
The city is busier than the village.
De stad is drukker dan het dorp.
That garden is calmer than the street.
Die tuin is rustiger dan de straat.
I find this park the most beautiful during spring.
Ik vind dit park het mooist tijdens de lente.
the apartment
het appartement
My brother's new house is more beautiful than his old apartment.
Het nieuwe huis van mijn broer is mooier dan zijn oude appartement.
the opinion
de mening
probably
waarschijnlijk
previous
vorig
the surroundings
de omgeving
The surroundings are calm.
De omgeving is rustig.
In my opinion, this neighborhood is probably calmer than his previous surroundings.
Volgens mijn mening is deze buurt waarschijnlijk rustiger dan zijn vorige omgeving.
meanwhile
ondertussen
to consider
overwegen
to move
verhuizen
I move to my new room.
Ik verhuis naar mijn nieuwe kamer.
the city life
het stadsleven
I talk with friends about city life.
Ik spreek met vrienden over het stadsleven.
to avoid
vermijden
I avoid noise.
Ik vermijd lawaai.
Meanwhile, I am considering moving, because I want to avoid a busier city life.
Ondertussen overweeg ik om te verhuizen, omdat ik een drukker stadsleven wil vermijden.
the preference
de voorkeur
I have a preference for a house outside the city, because it is more beautiful and calmer there.
Ik heb een voorkeur voor een huis buiten de stad, want daar is het mooier en rustiger.
to refuse
weigeren
the center
het centrum
satisfied
tevreden
current
huidig
the place
de plek
I find the place beautiful.
Ik vind de plek mooi.
Tom refuses to look for an apartment in the center, because he is satisfied with his current place.
Tom weigert een appartement in het centrum te zoeken, omdat hij tevreden is met zijn huidige plek.
to hide
verstoppen
to talk about
praten over
Anna and Tom talk about the party.
Anna en Tom praten over het feest.
them
er
Sometimes people hide their worries, but I think it is better to talk about them openly.
Soms verstoppen mensen hun zorgen, maar ik vind het beter om er open over te praten.
the document
het document
Tom reads the document.
Tom leest het document.
secure
veilig
to save
opslaan
to keep
bewaren
external
extern
hard
hard
He works hard.
Hij werkt hard.
I want to save my documents securely, so I keep everything on an external hard drive.
Ik wil mijn documenten veilig opslaan, dus ik bewaar alles op een externe harde schijf.
the file
het bestand
I find the file beautiful.
Ik vind het bestand mooi.
properly
goed
the computer
de computer
I turn on the computer.
Ik zet de computer aan.
When you want to save files online, you must first keep them properly on your computer.
Wanneer je bestanden online wilt opslaan, moet je ze eerst goed bewaren op je computer.
to compare
vergelijken
the price
de prijs
The price of the car is high.
De prijs van de auto is hoog.
various
diverse
We buy various vegetables at the market.
Wij kopen diverse groenten op de markt.
the home
de woning
I live in a new home.
Ik woon in een nieuwe woning.
the difference
het verschil
between
tussen
huge
enorm
I compare the prices of various homes, but the difference between the city and the village is huge.
Ik vergelijk de prijzen van diverse woningen, maar het verschil tussen stad en dorp is enorm.
soon
binnenkort
to get
krijgen
I get a letter.
Ik krijg een brief.
hopefully
hopelijk
Hopefully I will see my friend tomorrow.
Hopelijk zie ik mijn vriend morgen.
Soon I will hopefully get a long vacation, so then I can consider everything calmly.
Binnenkort krijg ik hopelijk een lange vakantie, dus dan kan ik alles rustig overwegen.
to appreciate
waarderen
the idea
het idee
I want to share my opinion with Tom, because he often appreciates other ideas.
Ik wil mijn mening met Tom delen, want hij waardeert andere ideeën vaak.
clear
duidelijk
He also appreciates it if I clearly explain the difference between our preferences.
Hij waardeert het ook als ik het verschil tussen onze voorkeuren duidelijk uitleg.
the way
de manier
I think the way to practice the words is good.
Ik vind de manier om de woorden te oefenen goed.
We do not want to hide our future behind fears, but rather plan it in a smart way.
We willen onze toekomst niet verstoppen achter angsten, maar juist op een knappe manier plannen.
both
zowel
Both the cat and the dog play in the garden.
Zowel de kat als de hond spelen in de tuin.
According to Anna, you are very smart, both in your work and in your ideas.
Volgens Anna ben jij erg knap, zowel in je werk als in je ideeën.
the decision
het besluit
We make a decision today.
Wij nemen vandaag een besluit.
I am satisfied with our decision to go on a trip together soon.
Ik ben tevreden met ons besluit om binnenkort samen op reis te gaan.
at ease
gerust
I bike through the city at ease.
Ik fiets gerust door de stad.
the cup of tea
het kopje thee
I like to drink a cup of tea.
Ik drink graag een kopje thee.
the afternoon
de middag
We bike to the park in the afternoon.
Wij fietsen in de middag naar het park.
Meanwhile, you can take a cup of tea at ease and wait until the afternoon.
Ondertussen kun jij gerust een kopje thee nemen en wachten tot de middag.
to let
laten
I let the dog play in the garden.
Ik laat de hond in de tuin spelen.
the other
de ander
The other is friendly.
De ander is vriendelijk.
If it becomes busier, I prefer to stay calm and let others work in peace as well.
Als het drukker wordt, blijf ik liever rustig en laat ik anderen ook gerust werken.
approximately
ongeveer
five
vijf
I have five books.
Ik heb vijf boeken.
to travel
reizen
the destination
de bestemming
I search for my destination.
Ik zoek mijn bestemming.
We have to travel for approximately five hours to reach our destination.
Wij moeten ongeveer vijf uur reizen om op onze bestemming te komen.
the traffic
het verkeer
I see traffic in the city.
Ik zie verkeer in de stad.
usual
normaal
It is probably longer if the traffic is busier than usual.
Het is waarschijnlijk langer als het verkeer erg drukker is dan normaal.
Because the weather is so nice, the trip might be even more beautiful.
Omdat het weer zo mooi is, zou de reis misschien nog mooier kunnen zijn.
dependent
afhankelijk
the transport
het vervoer
I use transport to go to school.
Ik gebruik vervoer om naar school te gaan.
public
openbaar
Sometimes I am dependent on public transport, especially if I do not have my bike with me.
Soms ben ik afhankelijk van het openbaar vervoer, vooral als ik mijn fiets niet bij me heb.
precisely
juist
the fuel
de brandstof
I would refuse to go by car, precisely because I do not want to be dependent on fuel.
Ik zou weigeren om met de auto te gaan, juist omdat ik niet afhankelijk wil zijn van brandstof.
those
die
We can compare our ideas with Anna’s to make a better plan.
We kunnen onze ideeën vergelijken met die van Anna om een beter plan te maken.
I need to take approximately two days off so that we can travel longer.
Ik moet ongeveer twee dagen vrij nemen, zodat we langer kunnen reizen.
in
binnen
This is clearly the busiest time of the day, but in an hour it becomes calmer.
Dit is duidelijk het drukste moment van de dag, maar binnen een uur wordt het rustiger.
most satisfied
het meest tevreden
We are the most satisfied in the beautiful house.
Wij zijn het meest tevreden in het mooie huis.
Anna is most satisfied when everyone can calmly share their opinion.
Anna is het meest tevreden als iedereen zijn mening rustig kan delen.
to continue
verdergaan
We continue with our homework.
Wij gaan verder met ons huiswerk.
the atmosphere
de sfeer
Today the atmosphere is good.
De sfeer is goed vandaag.
I will now continue with my work, because I appreciate this calm atmosphere.
Ik ga nu verder met mijn werk, want ik waardeer deze rustige sfeer.
the shop
de winkel
The customer buys a book in the shop.
De klant koopt een boek in de winkel.
We bike to the center and see a beautiful shop.
Wij fietsen naar het centrum en zien een mooie winkel.
little
weinig
She eats little bread.
Zij eet weinig brood.
I have little fuel.
Ik heb weinig brandstof.