| loslaten |
| de doos |
I put the box next to the table. | Ik leg de doos naast de tafel. |
| de tas |
Let go of that box and grab this bag! | Laat die doos los en pak deze tas! |
| veilig |
We bike safely to school. | Wij fietsen veilig naar school. |
Remain calm and let go of your worries, because you are safe here. | Blijf rustig staan en laat je zorgen los, want je bent veilig hier. |
| vasthouden |
| overleggen |
| de inhoud |
The content of the book is fascinating. | De inhoud van het boek is boeiend. |
Hold the book tight, then we can discuss the contents later. | Houd het boek vast, dan kunnen we straks even overleggen over de inhoud. |
| even |
| de collega |
My colleague works in the office. | Mijn collega werkt in het kantoor. |
| de energiebesparing |
We find energy saving important. | Wij vinden energiebesparing belangrijk. |
Discuss briefly with your colleague about the energy saving, and write down the ideas. | Overleg even met je collega over de energiebesparing en schrijf de ideeën op. |
| verlaten |
Do not leave this room before you have made a plan for more saving. | Verlaat deze kamer niet voordat je een plan hebt gemaakt voor meer besparing. |
| het gebouw |
| Ik zie een groot gebouw. |
| verliezen |
| de haast |
Leave the building calmly, so we don't have to lose anything in the rush. | Verlaat het gebouw rustig, zodat we niets hoeven te verliezen in de haast. |
| de wedstrijd |
| Tom speelt in de wedstrijd. |
| winnen |
| Tom wint de wedstrijd. |
| de strategie |
We use the strategy for the match. | Wij gebruiken de strategie voor de wedstrijd. |
Don't lose any time and try to win this match with our strategy! | Verlies geen tijd en probeer deze wedstrijd te winnen met onze strategie! |
| lukken |
| Het lukt mij. |
| slim |
| verzinnen |
You can win more easily if you can quickly come up with a clever plan. | Winnen lukt beter als je snel een slim plan kunt verzinnen. |
| opnoemen |
Coming up with ideas is fun, but can you list all of them right away? | Verzinnen is leuk, maar kun je alle ideeën ook meteen opnoemen? |
| bestaan |
| de fantasiewereld |
We read a book about the fantasy world. | Wij lezen een boek over de fantasiewereld. |
List everything that can exist in this fantasy world and write it down on paper. | Noem alles op wat kan bestaan in deze fantasiewereld en schrijf het op papier. |
| of |
| het wezen |
The creature plays in the garden and drinks water. | Het wezen speelt in de tuin en drinkt water. |
| echt |
| de eigenschap |
My characteristic is important. | Mijn eigenschap is belangrijk. |
| omschrijven |
Anna describes the film in a short story. | Anna omschrijft de film in een kort verhaal. |
| bedenken |
We think up a new plan together for the meeting. | Wij bedenken samen een nieuw plan voor de vergadering. |
| zulk |
Such advice helps us make better plans. | Zulk advies helpt ons om betere plannen te maken. |
Think about whether such creatures can truly exist and try to describe their characteristics in other words. | Bedenk of zulke wezens echt kunnen bestaan en probeer hun eigenschappen in andere woorden te omschrijven. |
| omschrijven |
| duidelijk |
| Hij spreekt duidelijk. |
| reageren |
Tom reacts to the letter. | Tom reageert op de brief. |
Paraphrase your idea clearly, then everyone can react better during the meeting. | Omschrijf je idee duidelijk, dan kan iedereen beter reageren tijdens de vergadering. |
| reageren |
Anna responds quickly to the news. | Anna reageert snel op het nieuws. |
| de vraag |
| Ik heb een vraag. |
| de ontwikkeling |
| stap voor stap |
Tom learns to cook step by step. | Tom leert stap voor stap koken. |
Respond to their questions and discuss the development of your project step by step. | Reageer op hun vragen en bespreek de ontwikkeling van je project stap voor stap. |
| laten groeien |
| de professional |
The professional gives advice. | De professional geeft advies. |
This development can help you grow as a professional, so work on it daily. | Deze ontwikkeling kan je laten groeien als professional, dus werk er dagelijks aan. |
| groeien |
| de vaardigheid |
| Een vaardigheid is belangrijk. |
| lastig |
| opschieten |
Growing in your skills can be challenging, so hurry up and keep practicing. | Groeien in je vaardigheden kan lastig zijn, dus schiet op en blijf oefenen. |
| het schrijven |
| Het schrijven is leuk. |
| de uitnodiging |
| versturen |
Hurry up with writing your invitation, because we want to send it out today. | Schiet op met het schrijven van je uitnodiging, want we willen die vandaag nog versturen. |
| alleen |
| digitaal |
We send a message digitally. | Wij sturen digitaal een bericht. |
| het briefje |
Don't just send the invitation digitally, but also write a short note for your family. | Stuur de uitnodiging niet alleen digitaal, maar schrijf ook een kort briefje voor je familie. |
| de zakdoek |
| de neus |
| Mijn neus is rood. |
| snuiten |
| Ik snuit mijn neus. |
| verkouden |
Place that note on the table and grab a handkerchief to blow your nose if you're feeling a cold coming on. | Leg dat briefje op tafel en pak een zakdoek om je neus te snuiten als je verkouden bent. |
| besmetten |
He does not infect his friend. | Hij besmet zijn vriend niet. |
Use your handkerchief regularly so that you don't infect anyone if you have a cold. | Gebruik je zakdoek regelmatig zodat je niemand besmet als je verkouden bent. |
| verkouden |
| de oplossing |
We search for the solution so that we can learn better together. | Wij zoeken de oplossing zodat wij samen beter kunnen leren. |
| zoals |
Are you stuffed up? Then find a good solution such as rest and warm tea. | Ben je verkouden? Zoek dan een goede oplossing, zoals rust en warme thee. |
| de imperatief |
| de stam |
| het werkwoord |
| Een werkwoord helpt ons spreken. |
In Dutch, you usually form the imperative by using only the stem of the verb, such as “Wacht!” (Wait!) or “Kom!” (Come!). | In het Nederlands maak je de imperatief meestal door alleen de stam van het werkwoord te gebruiken, zoals “Wacht!” of “Kom!”. |
| verder |
I am going to continue reading. | Ik ga verder lezen. |
| zich thuis voelen |
Anna feels at home in the Netherlands. | Anna voelt zich thuis in Nederland. |
Please come in, sir, and feel at home here. | Komt u gerust verder, meneer, en voelt u zich hier thuis. |
| druk |
We received a letter with the imperative “Stay outside!” because it was too crowded inside. | We kregen een brief met de imperatief “Blijf buiten!”, omdat het binnen te druk was. |
| dringend |
I urgently search for my key. | Ik zoek dringend mijn sleutel. |
| de instructie |
Tom gives instruction in cooking. | Tom geeft instructie in koken. |
Sometimes it’s clear when you should use the imperative, especially in urgent instructions. | Soms is het duidelijk wanneer je de imperatief moet gebruiken, vooral bij dringende instructies. |
| streng |
My sister speaks strictly, because she wants us to finish our homework. | Mijn zus spreekt streng, want zij wil dat wij ons huiswerk afmaken. |
| klinken |
The music sounds beautiful. | De muziek klinkt mooi. |
Today I understand better how to ask people to do something, without sounding too strict. | Vandaag begrijp ik beter hoe ik mensen kan vragen om iets te doen, zonder te streng te klinken. |
| makkelijk |
| overleggen |
That saving and development are now easier to discuss, because we are chatting together. | Die besparing en ontwikkeling zijn nu makkelijker te bespreken, omdat we samen overleggen. |
| blijven |
| uiteindelijk |
Hopefully, we will continue to grow in our knowledge, so that we ultimately have nothing to lose. | Hopelijk blijven we samen groeien in onze kennis, zodat we uiteindelijk niets hoeven te verliezen. |
| dragen |
We carry the books in the car. | Wij dragen de boeken in de auto. |
| Ik draag een tas naar school. |