Adjectives with 'het' words

QuestionAnswer
difficult
moeilijk
the conversation
het gesprek
That is a difficult conversation.
Dat is een moeilijk gesprek.
important
belangrijk
We have an important conversation today.
We hebben vandaag een belangrijk gesprek.
easy
makkelijk
the story
het verhaal
This is an easy story.
Dit is een makkelijk verhaal.
A difficult conversation is sometimes very important.
Een moeilijk gesprek is soms heel belangrijk.
He is reading an easy book.
Hij leest een makkelijk boek.
red
rood
I am buying a red shirt.
Ik koop een rood overhemd.
green
groen
the village
het dorp
They live in a green village.
Ze wonen in een groen dorp.
We are looking for a small village in the mountains.
We zoeken een klein dorp in de bergen.
the museum
het museum
Is there an old museum here?
Is hier een oud museum?
Our city has an important museum.
Onze stad heeft een belangrijk museum.
I want to buy a large red painting.
Ik wil een groot rood schilderij kopen.
My brother has a new house.
Mijn broer heeft een nieuw huis.
This is not a difficult problem, but an easy problem.
Dit is geen moeilijk probleem, maar een makkelijk probleem.
the gift
het cadeau
We are buying a green gift.
We kopen een groen cadeau.
This is a beautiful story and a nice gift.
Dit is een mooi verhaal en een leuk cadeau.
orange (color)
oranje
I am buying an orange coat.
Ik koop een oranje jas.
The orange shirt is beautiful.
Het oranje overhemd is mooi.
pink
roze
She is wearing a pink dress.
Zij draagt een roze jurk.
That pink watch is expensive.
Dat roze horloge is duur.
purple
paars
We are buying a purple painting.
We kopen een paars schilderij.
The purple flowers are beautiful.
De paarse bloemen zijn mooi.
soft
zacht
The soft bed stands in the room.
Het zachte bed staat in de kamer.
This sweater is soft.
Deze trui is zacht.