Werkwoordreferentie: send

Send betekent meestal sturen, verzenden of laten gaan: iemand zorgt ervoor dat een persoon, voorwerp of boodschap een andere bestemming bereikt. De onregelmatige reeks is send–sent–sent. Daarnaast moet je leren hoe de ontvanger naast het verzonden object wordt geplaatst en waarom send for someone juist betekent dat die persoon naar jou toe moet komen.

Vormen, spelling en uitspraak

SlotVormUitspraak (algemeen Amerikaans)Voorbeeld
base formsend/sɛnd/can send
3e persoon enkelvoudsends/sɛndz/she sends
pastsent/sɛnt/we sent
past participlesent/sɛnt/has sent
present participle / gerundsending/ˈsɛndɪŋ/is sending

In sent verandert de laatste medeklinker van d in t. De klinker blijft /ɛ/, zoals in bed. Past en past participle zijn identiek: sent, nooit sended. Bij sending verdubbel je de d niet; de vorm is niet sendding.

Nora sends her grandmother a postcard every month.

Nora stuurt haar oma elke maand een ansichtkaart.

I didn't send the invoice to the wrong address.

Ik heb de factuur niet naar het verkeerde adres gestuurd.

Did you send Leo the updated schedule?

Heb je Leo het bijgewerkte rooster gestuurd?

We've already sent the replacement parts.

We hebben de vervangende onderdelen al verstuurd.

Has the clinic sent you the test results yet?

Heeft de kliniek je de testuitslagen al gestuurd?

Na did staat de base form send: Did you send …? Perfecte tijden gebruiken have/has/had sent. Het kernparadigma laat ook zien dat hulpwerkwoorden de tijd, ontkenning en vraagmarkering dragen.

Tijd of wijsBevestigendOntkennendVraag
present simpleWe send updates.We don't send updates.Do we send updates?
past simpleWe sent updates.We didn't send updates.Did we send updates?
present perfectWe have sent updates.We haven't sent updates.Have we sent updates?
past perfectWe had sent updates.We hadn't sent updates.Had we sent updates?
progressiveWe are sending updates.We aren't sending updates.Are we sending updates?
futureWe will send updates.We won't send updates.Will we send updates?
conditionalWe would send updates.We wouldn't send updates.Would we send updates?
imperativeSend the update.Don't send the update.

Een ding naar een bestemming sturen

Het eenvoudigste frame is send + verzonden object + to + bestemming of ontvanger. Het directe object kan tastbaar zijn (a package), digitaal (a link, an email) of abstract (a signal, a warning). De bestemming krijgt to.

Please send the signed form to our Boston office.

Stuur het ondertekende formulier alstublieft naar ons kantoor in Boston.

The sensor sends a warning to my phone when the door opens.

De sensor stuurt een waarschuwing naar mijn telefoon wanneer de deur opengaat.

Een vervoerswijze krijgt by (send it by mail) of een specifiek werkwoord (email it, text me). In en-US betekent mail als werkwoord doorgaans iets via de gewone post versturen; voor elektronische berichten voorkomt email dubbelzinnigheid.

Bij een persoon als verzonden object betekent send dat iemand opdracht of aanleiding krijgt om ergensheen te gaan: send someone home, send a technician to the office. Na bewegingsbijwoorden als home, there, abroad staat geen to.

The school sent the children home early because of the storm.

De school stuurde de kinderen vanwege de storm vroeg naar huis.

Twee objecten: send someone something

Wanneer je zowel de ontvanger als het verzonden object noemt, zijn twee volgordes mogelijk:

PatroonVoorbeeldPerspectief
send + ontvanger + dingsend Maya the fileontvanger vroeg en vaak al bekend
send + ding + to + ontvangersend the file to Mayading vroeg; ontvanger kan nieuwe nadruk krijgen

In het dubbele-objectpatroon staat geen to vóór de ontvanger: send me the file. Nederlands gebruikt in mij het bestand sturen eveneens twee objecten, maar ook het bestand naar/aan mij sturen. Daardoor mengen leerders de Engelse patronen soms tot het onmogelijke send to me the file.

Could you send me the Wi-Fi password?

Kun je me het wifiwachtwoord sturen?

Could you send the Wi-Fi password to my sister too?

Kun je het wifiwachtwoord ook naar mijn zus sturen?

Met een voornaamwoord voor het verzonden ding heeft het to-patroon een sterke voorkeur: send it to me, niet send me it. Het dubbele-objectpatroon is het natuurlijkst wanneer het tweede object een volledige naamwoordgroep is: send me the final version.

I can't open the attachment, so please send it to me again.

Ik kan de bijlage niet openen, dus stuur die nog eens naar me.

Beide objecten kunnen in het passief onderwerp worden, maar het ontvangerspassief is vooral gewoon wanneer de ontvanger een persoon is: I was sent a code. Het zaakpassief is A code was sent to me; daarin blijft to staan.

Every applicant was sent a confirmation email.

Elke sollicitant kreeg een bevestigingsmail toegestuurd.

Dezelfde woordvolgorde en de beperkingen bij voornaamwoorden worden verder uitgelegd bij werkwoorden met twee objecten.

💡
Leer de twee frames als complete patronen: send someone something en send something to someone. Zodra something het voornaamwoord it is, kies je vrijwel altijd send it to someone.

Send for: iemand of iets laten komen

Send for + persoon betekent niet “naar iemand sturen”, maar iemand laten halen of ontbieden: je stuurt een boodschap zodat die persoon naar de relevante plek komt. Het patroon klinkt in alledaagse situaties soms enigszins (formal) of ouderwets; call a doctor is vaak gewoner dan send for a doctor. In historische verhalen en noodsituaties blijft het goed herkenbaar.

His breathing got worse, so the hotel manager sent for a doctor.

Zijn ademhaling verslechterde, dus liet de hotelmanager een arts komen.

Met een ding kan send for betekenen dat je het laat bezorgen of bestelt. Send away for legt extra nadruk op bestellen bij een leverancier op afstand en klinkt tegenwoordig vaak (dated), vooral nu order online gebruikelijker is.

We sent for more blankets when the temperature dropped.

Toen de temperatuur daalde, lieten we extra dekens komen.

Vergelijk dus send a doctor to the hotel: iemand stuurt de arts richting hotel. Send for a doctor wordt gezegd vanuit het perspectief van de plek waar men de arts nodig heeft. Het voorzetsel verandert de bewegingsrelatie.

Send away: wegsturen

Send away betekent iemand of iets laten vertrekken of verwijderen. Bij een voornaamwoord moet het partikel erachter staan: send him away, niet send away him. Met een volledige naamwoordgroep zijn send the reporters away en send away the reporters beide mogelijk, maar de eerste volgorde is vaak natuurlijker.

The receptionist sent us away because we didn't have an appointment.

De receptionist stuurde ons weg omdat we geen afspraak hadden.

Don't send the laptop away for repairs until I've backed up the files.

Stuur de laptop pas op voor reparatie nadat ik een back-up van de bestanden heb gemaakt.

Send someone away kan hard of afwijzend klinken. In klantcontact is ask someone to come back later beleefder. Send a child away to school heeft een specifiek, vaak historisch of elitair perspectief: het kind gaat ver van huis naar een kostschool.

💡
To wijst de bestemming aan in send the doctor to the hotel. For keert het perspectief om in send for the doctor: de arts moet naar de plek komen waar hij of zij nodig is.

Tijd, aspect en register

De simple present beschrijft herhaling of een systeem; de progressive een verzending die nu wordt uitgevoerd of een tijdelijke reeks. De present perfect focust op het huidige resultaat — het bericht is onderweg of beschikbaar — en de present perfect progressive op herhaald of langdurig sturen.

The pharmacy sends refill reminders by text.

De apotheek stuurt per sms herinneringen wanneer het tijd is om medicijnen bij te bestellen.

I'm sending the photos now; there are twelve of them.

Ik stuur de foto's nu; het zijn er twaalf.

I've sent the address, so you should see it in the group chat.

Ik heb het adres gestuurd, dus je zou het in de groepschat moeten zien.

Send is neutraal en breed. Dispatch is (formal/technical) en benadrukt georganiseerde verzending of inzet, bijvoorbeeld van goederen of hulpdiensten. Forward betekent een ontvangen bericht of document verder sturen. Transmit is (technical/formal) voor signalen en data.

Veelgemaakte fouten

1. Een regelmatige verleden vorm gebruiken

❌ She sended the receipt yesterday.

Onjuist: de past van send is sent.

✅ She sent the receipt yesterday.

Ze heeft de bon gisteren gestuurd.

2. Twee Engelse patronen vermengen

❌ Please send to me the new address.

Onjuist in neutraal Engels: gebruik het dubbele object of zet het ding vóór to me.

✅ Please send me the new address.

Stuur me alsjeblieft het nieuwe adres.

3. Een zaakvoornaamwoord achter het ontvangerobject zetten

❌ I found the document; I'll send you it now.

Sterk onnatuurlijk: bij it staat de ontvanger normaal in een to-groep.

✅ I found the document; I'll send it to you now.

Ik heb het document gevonden; ik stuur het nu naar je.

4. Send for letterlijk als naar iemand sturen lezen

❌ We sent for a nurse to the waiting room.

Onjuist voor richting: send for betekent een verpleegkundige laten komen.

✅ We sent a nurse to the waiting room.

We stuurden een verpleegkundige naar de wachtkamer.

5. Het partikel vóór een voornaamwoord plaatsen

❌ The guard sent away us.

Onjuist: bij een voornaamwoord staat away erna.

✅ The guard sent us away.

De bewaker stuurde ons weg.

Kernpunten

  • De vijf slots zijn send, sends, sent, sent, sending.
  • Gebruik send someone something of send something to someone; met it is send it to someone de natuurlijke keuze.
  • Send for someone betekent die persoon laten komen; send someone to a place stuurt die persoon juist naar die plek.
  • Send someone away betekent iemand wegsturen; een voornaamwoord staat vóór away.
  • Send is neutraal; dispatch en transmit zijn formeler of technischer.

Related Topics

  • Onregelmatige past simpleA2Leer veelvoorkomende onregelmatige past-vormen herkennen en onthouden via vormfamilies en natuurlijke context.
  • Werkwoorden met twee objectenB1Leer wanneer Engelse werkwoorden een ontvanger en een zaak als twee objecten kunnen uitdrukken en wanneer een to-constructie verplicht is.
  • Overgankelijke en onovergankelijke werkwoordenB1Leer welke Engelse werkwoorden een direct object toelaten, welke zonder object staan en hoe dezelfde vorm oorzaak of verandering kan uitdrukken.
  • Vorm van de lijdende vormA2Bouw het Engelse passief met een passende vorm van be en het voltooid deelwoord, terwijl tijd en lexicale betekenis elk hun eigen plaats behouden.
  • Werkwoordreferentie: giveA1Leer de onregelmatige vormen, dubbel-objectpatronen, to-constructie en scheidbare partikelcombinaties van give.
  • Werkwoordreferentie: tellA1Beheers told als onregelmatige vorm en leer wanneer tell een ontvanger, inhoudsbijzin of to-infinitive verlangt.