Werkwoordreferentie: tell

Tell betekent meestal iemand iets vertellen of tegen iemand zeggen. In tegenstelling tot say richt het werkwoord de aandacht gewoonlijk op de ontvanger: tell me, tell your doctor, tell everyone. Het is onregelmatig en combineert met verschillende complementen, waaronder een inhoudsbijzin, een vraagwoordgroep en object + to-infinitive.

De vijf vormslots en hun uitspraak

SlotVormUitspraak (algemeen Amerikaans)Voorbeeld
base / kale infinitieftell/tɛl/can tell
3e persoon enkelvoudtells/tɛlz/she tells
pasttold/toʊld/we told
past participletold/toʊld/has told
present participle / gerundtelling/ˈtɛlɪŋ/is telling

De past en past participle zijn beide told; telled bestaat niet als standaardvorm. De klinker verandert van /ɛ/ naar /oʊ/. Bij telling wordt de laatste medeklinker verdubbeld vóór -ing. Tells eindigt in de stemhebbende combinatie /lz/.

I tell my roommate when I'm going to be home late.

Ik laat het mijn huisgenoot weten als ik laat thuiskom.

She tells the same story every Thanksgiving.

Ze vertelt elke Thanksgiving hetzelfde verhaal.

We told the hotel that we would arrive after midnight.

We hebben het hotel laten weten dat we na middernacht zouden aankomen.

Have you told your parents the good news?

Heb je je ouders het goede nieuws verteld?

Why are you telling me this now?

Waarom vertel je me dit nu?

Eenvoudige vragen en ontkenningen krijgen do-support: Does he tell …?, didn't tell. Na does of did staat altijd tell. In de perfect gebruik je have/has told.

Tell + ontvanger + boodschap

Bij een gerapporteerde boodschap vereist tell normaal een ontvangerobject. Daarna kan een naamwoordgroep of een that-bijzin volgen:

tell + iemand + iets / (that-)bijzin

Could you tell me your last name again?

Kun je me je achternaam nog eens zeggen?

Dan told us that the road was closed.

Dan vertelde ons dat de weg afgesloten was.

Please tell the front desk that the shower is leaking.

Zeg bij de receptie alstublieft dat de douche lekt.

In informele en neutrale stijl kan that vaak weg: She told me she'd be late. De ontvanger kan niet op dezelfde manier weg. She told that she'd be late is ongrammaticaal in standaardengels; gebruik she said that … als je geen ontvanger noemt.

Het object staat rechtstreeks na tell, zonder to: tell me, niet tell to me. Dit wijkt af van say something to someone. Nederlands tegen mij zeggen lokt daardoor gemakkelijk het foute tell to me uit.

💡
Controleer het eerste element na het werkwoord. Na tell staat meestal de luisteraar: tell me the truth. Na say staat de boodschap: say something to me.

Tell + ontvanger + vraagwoordgroep

Een ingebedde vraag kan de inhoud van tell vormen. Ook dan staat de ontvanger eerst. De woordvolgorde in de ingebedde vraag is die van een mededelende zin, zonder extra do/does/did.

Can you tell me where the nearest pharmacy is?

Kun je me vertellen waar de dichtstbijzijnde apotheek is?

Nobody told us why the appointment had been canceled.

Niemand vertelde ons waarom de afspraak was afgezegd.

Please tell me by Friday whether you can attend.

Laat me uiterlijk vrijdag weten of je aanwezig kunt zijn.

Vergelijk de directe vraag Where is the pharmacy? met de ingebedde vraag Can you tell me where the pharmacy is? De omkering hoort alleen bij de hoofdvraag. Meer hierover staat bij ingebedde vragen.

Een instructie: tell someone to do something

Met tell + object + to-infinitive rapporteer of geef je een opdracht, verzoek of instructie. Het object na tell is tegelijk het begrepen onderwerp van de infinitief: in tell Rosa to wait is Rosa degene die wacht.

The nurse told me to keep the bandage dry.

De verpleegkundige zei dat ik het verband droog moest houden.

I told the kids not to open the door for anyone.

Ik zei tegen de kinderen dat ze voor niemand de deur mochten opendoen.

Did anyone tell you to bring identification?

Heeft iemand je gezegd dat je een identiteitsbewijs moest meenemen?

De ontkenning staat vóór de infinitief: tell someone not to do something. Tell someone that they should … kan vergelijkbare inhoud hebben, maar klinkt eerder als advies of rapportage; tell someone to … presenteert de woorden als een instructie. Voor de structuur zie gerapporteerde bevelen en verzoeken.

Een passieve ontvanger wordt onderwerp: I was told to wait outside. De handelende persoon kan met by worden toegevoegd, maar blijft vaak ongenoemd omdat die niet belangrijk of al bekend is.

We were told to leave our bags at the entrance.

Er werd ons gezegd dat we onze tassen bij de ingang moesten achterlaten.

Wanneer tell zonder ontvanger kan

De regel “tell heeft altijd een persoonsobject” is nuttig maar te grof. Een kleine groep vaste objecten benoemt zelf het soort communicatie: tell the truth, tell a lie, tell a story, tell a joke, tell time (American English) en tell someone's fortune. Daar is geen ontvanger verplicht.

He told a funny story about his first day at work.

Hij vertelde een grappig verhaal over zijn eerste werkdag.

Just tell the truth and explain what happened.

Vertel gewoon de waarheid en leg uit wat er is gebeurd.

My five-year-old can already tell time.

Mijn vijfjarige kan al klokkijken. (American English)

Met tell in de betekenis “onderscheiden, merken of vaststellen” is evenmin een luisteraar nodig. Veelvoorkomende frames zijn can tell (that) …, tell A from B, tell the difference en tell A and B apart.

I can tell from your voice that you're exhausted.

Ik hoor aan je stem dat je uitgeput bent.

Can you tell the twins apart when they're wearing the same clothes?

Kun je de tweeling uit elkaar houden wanneer ze dezelfde kleren dragen?

Deze waarnemingsbetekenis is vaak statief: I can tell you're upset beschrijft een huidige conclusie. I'm telling that … kan dat niet betekenen. De communicatieve betekenis is wel dynamisch en verschijnt gemakkelijk in de progressive: She's telling a story. De grammaticale omgeving maakt dus duidelijk welke betekenis bedoeld is.

Say en tell naast elkaar

PatroonNatuurlijk voorbeeldFocus
say + boodschapsay that we're readyde woorden of inhoud
say + boodschap + to + persoonsay hello to Mayainhoud vóór ontvanger
tell + persoon + boodschaptell Maya the newsontvanger vóór inhoud
tell + persoon + to-infinitivetell Maya to waitinstructie aan ontvanger

What did Ben say to you after the meeting?

Wat zei Ben na de vergadering tegen je?

What did Ben tell you after the meeting?

Wat vertelde Ben je na de vergadering?

Beide vragen zijn natuurlijk, maar de eerste vraagt naar uitgesproken woorden; de tweede presenteert jou als ontvanger van informatie. Zie say tegenover tell voor meer randgevallen.

Vaste combinaties en register

Tell someone off betekent iemand streng terechtwijzen (informal) en is scheidbaar: tell him off. Tell on someone betekent iemands misstap aan een autoriteit verklappen (informal, especially used by children). Tell against someone is vooral (formal/legal) en betekent als bewijs in iemands nadeel werken. Dit zijn afzonderlijke valentiepatronen; het partikel of voorzetsel mag niet willekeurig worden verplaatst.

My manager told me off for sending the file to the wrong client.

Mijn manager gaf me ervan langs omdat ik het bestand naar de verkeerde klant had gestuurd. (informal)

De formule I tell you kan nadruk of emotie toevoegen (informal): It was chaos, I tell you. Do tell moedigt iemand speels of nadrukkelijk aan verder te vertellen (somewhat theatrical/informal). Gebruik zulke formules niet alsof ze neutrale zakelijke taal zijn.

💡
De uitzonderingen zonder ontvanger vormen herkenbare groepjes: communicatieproducten (tell a story/joke/lie) en onderscheidingspatronen (tell the difference, tell A from B). Bij een gewone gerapporteerde boodschap blijft de luisteraar verplicht.

Veelgemaakte fouten

1. Een regelmatige verleden vorm maken

❌ She telled me about the delay.

Onjuist: de past van tell is told.

✅ She told me about the delay.

Ze vertelde me over de vertraging.

2. De ontvanger weglaten vóór een inhoudsbijzin

❌ He told that the store was closed.

Onjuist: tell verlangt hier een ontvanger; zonder ontvanger gebruik je say.

✅ He told us that the store was closed.

Hij vertelde ons dat de winkel gesloten was.

3. To vóór de ontvanger toevoegen

❌ Please tell to your doctor where it hurts.

Onjuist: de ontvanger volgt rechtstreeks op tell.

✅ Please tell your doctor where it hurts.

Vertel uw arts alstublieft waar het pijn doet.

4. De infinitiefmarkeerder weglaten

❌ The guide told everyone wait near the entrance.

Onjuist: na tell + object volgt een to-infinitive.

✅ The guide told everyone to wait near the entrance.

De gids zei dat iedereen bij de ingang moest wachten.

5. Vraagwoordvolgorde in een ingebedde vraag gebruiken

❌ Can you tell me where is platform six?

Onjuist: een ingebedde vraag heeft mededelende woordvolgorde.

✅ Can you tell me where platform six is?

Kun je me vertellen waar perron zes is?

Kernpunten

  • De slots zijn tell, tells, told, told, telling; told is zowel past als past participle.
  • Bij communicatie is het basisframe tell + ontvanger + boodschap; gebruik geen to vóór de ontvanger.
  • Een instructie krijgt tell someone to do; een negatieve instructie tell someone not to do.
  • Vaste objecten als the truth, a story en de betekenis “onderscheiden” laten tell zonder ontvanger toe.
  • Say richt zich op de boodschap; tell bouwt de ontvanger in zijn kernpatroon in.

Related Topics

  • Werkwoordreferentie: sayA1Leer de onregelmatige uitspraak, complementen en vaste patronen van say, met helder contrast tussen say en tell.
  • Say of tellB1Kies say wanneer de boodschap centraal staat en tell wanneer je een ontvanger, instructie of vaste combinatie noemt.
  • Indirecte rede: mededelingenB1Rapporteer Engelse mededelingen met say, tell en een that-bijzin, en pas persoon, tijd en perspectief bewust aan.
  • Indirecte rede: bevelen en verzoekenB1Rapporteer bevelen en verzoeken met tell of ask, een persoonsobject en een positieve of ontkennende to-infinitief.
  • De to-infinitiefA2Leer hoe to plus de grondvorm een tijdloze deelzin vormt als complement, doelbepaling of onderwerp, en waar not hoort.