Work is zowel een werkwoord als een zelfstandig naamwoord. Als werkwoord betekent het niet alleen werken, maar ook functioneren, effect hebben en geschikt zijn. De vormen zijn regelmatig; de echte moeilijkheid zit in de complementen (work for, at, on, as, with) en in het feit dat het zelfstandig naamwoord work meestal niet-telbaar is.
De vijf vormslots en hun uitspraak
| Slot | Vorm | Uitspraak (algemeen Amerikaans) | Voorbeeld |
|---|---|---|---|
| base / kale infinitief | work | /wɝk/ | can work |
| 3e persoon enkelvoud | works | /wɝks/ | she works |
| past | worked | /wɝkt/ | they worked |
| past participle | worked | /wɝkt/ | has worked |
| present participle / gerund | working | /ˈwɝkɪŋ/ | is working |
Omdat de stam eindigt op de stemloze klank /k/, klinkt de -s van works als /s/ en de -ed van worked als /t/. Worked heeft één lettergreep: er wordt geen extra /ɪd/ toegevoegd. De r wordt in algemeen Amerikaans Engels uitgesproken; in veel Britse variëteiten niet vóór een medeklinker.
My sister works at a dental clinic.
Mijn zus werkt bij een tandartspraktijk.
We worked until ten last night.
We hebben gisteravond tot tien uur gewerkt.
I've worked with Priya on several projects.
Ik heb met Priya aan verschillende projecten gewerkt.
Are you working from home today?
Werk je vandaag thuis?
The printer isn't working.
De printer doet het niet.
In present- en pastvragen gebruikt het lexicale werkwoord do-support: Does it work?, didn't work. Na does of did staat work, niet works of worked. In de perfect staat have/has worked.
Beroep en arbeidsrelatie: work for, at en as
Bij de gewone arbeidsbetekenis is work meestal onovergankelijk: I work is op zichzelf een volledige zin. Een voorzetselgroep specificeert werkgever, locatie, vakgebied of rol.
| Patroon | Betekenis | Voorbeeld |
|---|---|---|
| work for + organisatie/persoon | in dienst zijn van | work for a bank |
| work at + plaats/organisatie | op/bij die plek werken | work at the airport |
| work in + sector/ruimte | in een vakgebied of omgeving werken | work in publishing |
| work as + functie | als iets werken | work as an editor |
| work with + persoon/materiaal | samenwerken met; werken met | work with children |
I work for a small nonprofit in Chicago.
Ik werk voor een kleine non-profitorganisatie in Chicago.
Jordan works as a translator, but he studied engineering.
Jordan werkt als vertaler, maar hij heeft techniek gestudeerd.
Do you work with confidential data?
Werk je met vertrouwelijke gegevens?
Work at a hospital presenteert het ziekenhuis vooral als werkplek; work for a hospital als werkgever. Vaak zijn beide waar, maar het perspectief verschilt. Work with a hospital betekent eerder samenwerken met het ziekenhuis, niet er noodzakelijk in dienst zijn.
Aan een taak werken: work on en work with
Work on + taak/probleem/product betekent eraan werken om het te maken, verbeteren of oplossen. Work with + middel/persoon benoemt het materiaal, instrument of de samenwerkingspartner.
The design team is working on a new checkout page.
Het ontwerpteam werkt aan een nieuwe betaalpagina.
We've been working on this issue since Monday.
We werken al sinds maandag aan dit probleem.
The conservator works with materials that are easily damaged.
De restaurator werkt met materialen die gemakkelijk beschadigd raken.
De progressive presenteert de activiteit als lopend of tijdelijk: I'm working on it now. De simple beschrijft een gewoonte of duurzame situatie: I work on customer accounts. Bij een activiteit die vóór nu begon en nog doorgaat is de present perfect continuous vaak natuurlijk: We've been working on it for three days. Zie duur met de present perfect continuous.
Work kan ook rechtstreeks een beperkt aantal objecten nemen: work a shift, work long hours, work the land, work the controls. Dit zijn vaste of gespecialiseerde transitieve patronen; zeg voor een algemene taak doorgaans work on a task, niet work a task.
I'm working the early shift next week.
Ik draai volgende week de vroege dienst.
She worked the controls while I watched the gauges.
Zij bediende de besturing terwijl ik de meters in de gaten hield.
Functioneren, effect hebben en uitkomen
Met een apparaat, systeem of plan als onderwerp betekent work “functioneren” of “het gewenste resultaat hebben”. Deze betekenis is onovergankelijk: het ding werkt, maar iemand works the thing alleen in de gespecialiseerde betekenis “bedient het”.
Does this key still work in the back door?
Past deze sleutel nog op het slot van de achterdeur?
The first solution didn't work, so we tried a different approach.
De eerste oplossing werkte niet, dus probeerden we een andere aanpak.
The medication has worked better than I expected.
Het medicijn heeft beter gewerkt dan ik had verwacht.
Voor een duurzame eigenschap staat meestal de simple: This method works. De progressive The treatment is working benadrukt dat het gewenste effect zich nu ontwikkelt. Het verschil is dus niet simpelweg statief tegenover dynamisch; de spreker kiest tussen een algemene geldigheid en een effect in uitvoering.
Work for someone kan daarnaast betekenen dat iets voor die persoon geschikt of haalbaar is. Vooral bij afspraken is Does Tuesday work for you? een neutrale, veelgebruikte vraag.
Three o'clock works for me, but I need to leave by four.
Drie uur komt me goed uit, maar ik moet uiterlijk om vier uur weg.
Work als niet-telbaar zelfstandig naamwoord
Als zelfstandig naamwoord is work meestal niet-telbaar wanneer het arbeid, taken of een hoeveelheid te verrichten werk betekent. Het krijgt dan geen a en normaal geen meervoud. Gebruik a job voor een betrekking of afzonderlijke klus, en a piece of work voor één werkstuk of afzonderlijke hoeveelheid.
| Bedoeling | Natuurlijke Engelse vorm |
|---|---|
| arbeid of taken in het algemeen | work, some work, a lot of work |
| een betrekking | a job |
| een afzonderlijke klus | a job / a task |
| een gemaakt kunstwerk of geschrift | a work / works |
I have too much work to finish before lunch.
Ik heb te veel werk om voor de lunch af te maken.
Nora found a new job closer to home.
Nora heeft een nieuwe baan dichter bij huis gevonden.
The museum owns several early works by the artist.
Het museum bezit verschillende vroege werken van de kunstenaar.
Works kan dus wel een telbaar meervoud zijn voor afzonderlijke kunstwerken of literaire werken, maar niet simpelweg voor dagelijkse werkzaamheden. In industriële samenstellingen als gasworks en steelworks is -works een vast onderdeel van het woord voor een fabriek of installatie; dat is niet hetzelfde productieve telbare meervoud als in early works. Meer over dit onderscheid staat bij telbare en niet-telbare naamwoorden.
Belangrijke partikelcombinaties
Work out heeft meerdere hoogfrequente betekenissen: sporten (informal/neutral), een oplossing berekenen of bedenken, en goed aflopen. Bij “oplossen” is het scheidbaar: work the answer out / work out the answer / work it out. Bij “sporten” en “goed aflopen” is er geen direct object.
I usually work out before breakfast.
Ik sport meestal voor het ontbijt.
Don't tell me the answer—I want to work it out myself.
Vertel me het antwoord niet; ik wil het zelf uitzoeken.
We had a rough start, but everything worked out in the end.
We hadden een moeilijke start, maar uiteindelijk kwam alles goed.
Work through betekent een reeks of probleem stap voor stap behandelen; work around een obstakel omzeilen; work up to geleidelijk een niveau bereiken. Work up kan scheidbaar zijn in work up the courage / work the crowd up, afhankelijk van de betekenis. Deze combinaties hebben elk hun eigen valentie; leer ze niet als vrij gekozen voorzetsels. Zie phrasal verbs met work.
Let's work through the list one item at a time.
Laten we de lijst punt voor punt doornemen.
Veelgemaakte fouten
1. Worked met een extra lettergreep uitspreken
❌ We worked /ˈwɝkɪd/ all weekend.
Onjuiste uitspraak: na /k/ klinkt -ed als /t/, zonder extra lettergreep.
✅ We worked /wɝkt/ all weekend.
We hebben het hele weekend gewerkt.
2. Work telbaar maken voor een baan
❌ I started a new work in May.
Onjuist voor een betrekking: niet-telbaar work krijgt hier geen a.
✅ I started a new job in May.
Ik ben in mei aan een nieuwe baan begonnen.
3. On gebruiken voor een werkgever
❌ She works on an insurance company.
Onjuist: on leidt een taak of project in, niet de werkgever.
✅ She works for an insurance company.
Ze werkt voor een verzekeringsmaatschappij.
4. Een algemene taak rechtstreeks als object zetten
❌ We're working the budget proposal today.
Onnatuurlijk voor 'eraan werken': gebruik work on.
✅ We're working on the budget proposal today.
We werken vandaag aan het begrotingsvoorstel.
5. Een voornaamwoord na out zetten
❌ We'll work out it tomorrow.
Onjuist: bij scheidbaar work out staat een kort voornaamwoord in het midden.
✅ We'll work it out tomorrow.
We zoeken het morgen uit.
Kernpunten
- De vijf slots zijn work, works, worked, worked, working; worked eindigt op /t/ en heeft één lettergreep.
- Gebruik work for een werkgever, work at een plek, work as een functie en work on een taak.
- Work kan ook “functioneren”, “effect hebben” en “uitkomen” betekenen.
- Het zelfstandig naamwoord work is voor arbeid meestal niet-telbaar; een betrekking is a job.
- Leer partikelbetekenissen met hun syntaxis: work out, work it out, work through en work around.
Related Topics
- Telbare en ontelbare zelfstandige naamwoordenA2 — Zie hoe telbaarheid de keuze voor enkelvoud, meervoud, a, many en much bepaalt en met de betekenis kan veranderen.
- Uitspraak van de uitgang -edA1 — Leer wanneer de regelmatige verleden-tijduitgang -ed klinkt als t, d of id.
- Partikelwerkwoorden met workB2 — Onderscheid work out, work through, work on en work up aan de hand van hun object en context.
- Scheidbare partikelwerkwoordenB1 — Leer waar naamwoorden en voornaamwoorden staan bij scheidbare combinaties als turn off, pick up en write down.
- Duur tot nu toeB1 — Gebruik de present perfect continuous voor activiteiten die vroeger begonnen en tot nu of zeer kort geleden voortduren.