Call kan in het Nederlands onder meer bellen, roepen, noemen en oproepen betekenen. Bij telefoneren krijgt de gebelde persoon rechtstreeks de objectpositie: call me, zonder to. Bij naamgeving volgt na dat object nog een naam of beschrijving: They called the dog Pepper. Dezelfde regelmatige vormen combineren zo met duidelijk verschillende valentiepatronen.
De vijf vormslots en hun uitspraak
| Slot | Vorm | Uitspraak (algemeen Amerikaans) | Voorbeeld |
|---|---|---|---|
| base / kale infinitief | call | /kɔl/ | can call |
| 3e persoon enkelvoud | calls | /kɔlz/ | she calls |
| past | called | /kɔld/ | they called |
| past participle | called | /kɔld/ | has called |
| present participle / gerund | calling | /ˈkɔlɪŋ/ | is calling |
Call is regelmatig. Omdat de stam eindigt op de stemhebbende klank /l/, klinken zowel de -s als de -ed stemhebbend: /z/ en /d/. Called heeft één lettergreep. De precieze klinker varieert per regio; veel Amerikanen hebben door de cot–caught merger een klinker die dichter bij /ɑ/ ligt. De consonanten en de ene lettergreep blijven hetzelfde.
I call my parents every Sunday evening.
Ik bel mijn ouders elke zondagavond.
She calls the new puppy Bear.
Ze noemt de nieuwe puppy Bear.
We called twice, but nobody answered.
We hebben twee keer gebeld, maar niemand nam op.
Has the clinic called you with the results?
Heeft de kliniek je gebeld met de uitslag?
Someone is calling your name from the hallway.
Iemand roept je naam vanuit de gang.
Eenvoudige vragen en ontkenningen gebruiken do-support: Does he call …?, didn't call. Na does of did blijft de vorm call. In de perfect staat have/has called.
Telefoneren: call someone, zonder to
In algemeen Amerikaans Engels is call + persoon/organisatie het gewone patroon voor telefoneren. Het telefoonnummer kan eveneens rechtstreeks object zijn. Nederlands iemand bellen helpt hier, maar naar iemand telefoneren kan de foutieve vorm call to someone uitlokken.
Call me when you get to the station.
Bel me wanneer je op het station aankomt.
Did you call the insurance company about the damage?
Heb je de verzekeringsmaatschappij gebeld over de schade?
I called the number on the back of the card.
Ik heb het nummer op de achterkant van de kaart gebeld.
Call someone is neutraal in Noord-Amerikaans Engels. Phone someone is ook mogelijk en is vooral in Brits Engels heel gewoon; ring someone is (informal, especially British English). Met call to someone bedoel je doorgaans dat je met je stem naar die persoon roept, niet dat je telefoneert.
I called to Marcus across the parking lot, but he didn't hear me.
Ik riep Marcus vanaf de andere kant van de parkeerplaats, maar hij hoorde me niet.
Bij telefonisch contact kan call zonder object staan wanneer de ontvanger uit de context bekend is: I'll call later. De progressive benadrukt een poging die nu gaande is of een tijdelijke reeks: I'm calling the help desk now.
Roepen en oproepen
Bij hoorbaar roepen kan call een naam, persoon of gesproken boodschap als object hebben. Call for + persoon/zaak betekent ergens luid om vragen of iets vereisen; call on + persoon kan iemand uitnodigen te spreken of handelen.
I heard someone call my name downstairs.
Ik hoorde beneden iemand mijn naam roepen.
The stranded hikers called for help before their phones lost service.
De gestrande wandelaars riepen om hulp voordat hun telefoons geen bereik meer hadden.
The chair called on Dr. Lee to summarize the findings.
De voorzitter vroeg dr. Lee de bevindingen samen te vatten. (formal)
Call for heeft ook de abstracte betekenis “vereisen”: This situation calls for patience. Dat is neutraal tot (formal). Call on/upon someone to do something is een formele publieke aansporing; upon klinkt formeler dan on.
The report calls for stricter safety checks.
Het rapport pleit voor strengere veiligheidscontroles. (formal)
Naamgeving: call someone something
Met call + object + naam/beschrijving krijgt het object een naam, etiket of beoordeling. Hoewel er twee naamwoordgroepen achter call staan, is dit geen echte dubbel-objectconstructie zoals give me the key. De tweede naamwoordgroep is een objectcomplement: zij zegt wat het eerste object heet of volgens de spreker is.
Everyone calls my grandmother Mimi.
Iedereen noemt mijn oma Mimi.
The company calls the feature Smart Assist.
Het bedrijf noemt de functie Smart Assist.
I wouldn't call the trip a failure; we learned a lot.
Ik zou de reis geen mislukking noemen; we hebben veel geleerd.
De twee elementen verwijzen dus naar dezelfde persoon of zaak: my grandmother = Mimi, the trip = a failure. Een adjectief is ook mogelijk, vooral met evaluaties als call something unacceptable/unconstitutional (formal).
Several experts have called the proposal unrealistic.
Verschillende deskundigen hebben het voorstel onrealistisch genoemd. (formal)
In het passief wordt het oorspronkelijke object onderwerp: The puppy is called Bear. Dat kan een toestand of gevestigde naam beschrijven en gedraagt zich dan statief; The committee is being called irresponsible legt juist nadruk op een actuele handeling van critici.
This neighborhood is called Little Havana.
Deze wijk heet Little Havana.
Call someone by + naam/titel benoemt de vorm waarmee iemand wordt aangesproken: Call me by my first name. Call someone names betekent iemand uitschelden (informal); het meervoud names verwijst dan niet naar neutrale persoonsnamen.
Oordelen en besluiten met call
Call it + naamwoord/adjectief kan een gezamenlijke beoordeling vastleggen. Call it a day betekent besluiten voor die dag te stoppen (informal). Call it even betekent besluiten dat wederzijdse schulden of gunsten vereffend zijn (informal). Call the election/game betekent officieel of gezaghebbend beslissen dat de uitslag vaststaat.
We've fixed the urgent bugs, so let's call it a day.
We hebben de dringende bugs opgelost, dus laten we het voor vandaag afronden. (informal)
You paid for dinner last time, so I'll buy the tickets and we'll call it even.
Jij betaalde de vorige keer het eten, dus ik koop de kaartjes en dan staan we quitte. (informal)
Make a call kan letterlijk “een telefoontje plegen” betekenen, maar ook “een beslissing nemen” (informal): It's your call. In sport betekent a bad call een verkeerde beslissing van een official. Dit zijn naamwoordconstructies en niet de verbuiging van het werkwoord.
Veelgebruikte partikelcombinaties
Verscheidene combinaties met call zijn scheidbaar. Een naamwoordelijk object kan vaak vóór of na het partikel staan; een kort objectvoornaamwoord moet ertussen.
| Combinatie | Betekenis | Voorbeeld |
|---|---|---|
| call back | terugbellen | call Maya back / call back Maya / call her back |
| call off | afgelasten | call the meeting off / call off the meeting / call it off |
| call up | opbellen (informal); oproepen | call an old friend up / call her up |
| call in | iemand laten komen; telefonisch melden | call a technician in / call in sick |
I'm in a meeting right now; can I call you back in twenty minutes?
Ik zit nu in een vergadering; kan ik je over twintig minuten terugbellen?
They called off the outdoor concert because of the storm.
Ze hebben het openluchtconcert vanwege de storm afgelast.
We had to call a plumber in after the pipe burst.
We moesten een loodgieter laten komen nadat de leiding was gesprongen.
Call out kan “luid roepen” betekenen zonder object, maar call someone out betekent iemand openlijk aanspreken op verkeerd gedrag (informal). De objectplaatsing verandert dus mee met de valentie: She called out from the kitchen tegenover She called him out. Zie scheidbare phrasal verbs.
Veelgemaakte fouten
1. To toevoegen bij telefoneren
❌ I'll call to you after dinner.
Onjuist voor telefoneren: de persoon is rechtstreeks object.
✅ I'll call you after dinner.
Ik bel je na het eten.
2. Het object bij naamgeving weglaten
❌ We call as Blue Monday.
Onjuist: call heeft hier eerst het benoemde object nodig en gebruikt geen as.
✅ We call the event Blue Monday.
We noemen het evenement Blue Monday.
3. Na did de verleden vorm gebruiken
❌ Did the doctor called you?
Onjuist: did draagt de verleden tijd; daarna volgt call.
✅ Did the doctor call you?
Heeft de arts je gebeld?
4. Een voornaamwoord na het partikel zetten
❌ They called off it at the last minute.
Onjuist: een kort voornaamwoord staat tussen call en off.
✅ They called it off at the last minute.
Ze gelastten het op het laatste moment af.
5. Called als twee lettergrepen uitspreken
❌ She called /ˈkɔlɪd/ yesterday.
Onjuiste uitspraak: called eindigt op /d/ zonder extra lettergreep.
✅ She called /kɔld/ yesterday.
Ze heeft gisteren gebeld.
Kernpunten
- De vijf slots zijn call, calls, called, called, calling; called heeft één lettergreep.
- Voor telefoneren gebruik je call someone, zonder to.
- In call someone something is het tweede element een naam of beoordeling van het object.
- Be called kan een gevestigde naam en dus een statieve toestand beschrijven.
- Scheidbare combinaties plaatsen een voornaamwoord in het midden: call me back, call it off, call him out.
Related Topics
- Volgorde van direct en indirect objectB1 — Kies tussen het dubbele-objectpatroon en een to-bepaling op basis van werkwoord, informatieverdeling en lengte.
- Subject- en objectcomplementenB1 — Herken complementen die een onderwerp of object identificeren, beschrijven of als resultaat een nieuwe toestand geven.
- Scheidbare partikelwerkwoordenB1 — Leer waar naamwoorden en voornaamwoorden staan bij scheidbare combinaties als turn off, pick up en write down.
- Passieve gebeurtenis of resulterende toestandC1 — Onderscheid een echte passieve gebeurtenis van een adjectivische resultaattoestand bij be plus een voltooid deelwoord.
- Werkwoordreferentie: tellA1 — Beheers told als onregelmatige vorm en leer wanneer tell een ontvanger, inhoudsbijzin of to-infinitive verlangt.