Subject- en objectcomplementen

In She became angry is angry geen object: het beschrijft het onderwerp she. In They elected him president identificeert president het object him. Zulke zinsdelen heten complementen. Ze vullen de betekenis van een koppelwerkwoord of complex-overgankelijk werkwoord aan door een eigenschap, identiteit of resultaat te prediceren.

She became angry when nobody answered the phone.

Ze werd boos toen niemand de telefoon opnam.

They elected him president after a second round of voting.

Na een tweede stemronde kozen ze hem tot president.

Subjectcomplementen na koppelwerkwoorden

Een subjectcomplement zegt iets over het onderwerp. Het staat vaak na be, maar ook na koppelwerkwoorden als become, seem, remain, appear, feel, look, sound, smell, taste en get. Het werkwoord koppelt het onderwerp aan een beschrijving of identiteit in plaats van een handeling op een object uit te voeren.

The soup smells wonderful, but it still needs salt.

De soep ruikt heerlijk, maar er moet nog zout bij.

Maya is the most experienced engineer on the team.

Maya is de meest ervaren ingenieur van het team.

The office remained empty throughout the weekend.

Het kantoor bleef het hele weekend leeg.

Een adjectief als angry, wonderful of empty kent een eigenschap toe. Een naamwoordgroep als the most experienced engineer identificeert of classificeert het onderwerp. Je kunt de relatie vaak als een gelijkteken lezen:

  • Maya = de meest ervaren ingenieur.
  • Het kantoor = leeg.
  • De soep = heerlijk ruikend.

Dit verklaart waarom het complement geen gewoon object is. Maya ‘doet’ niets met een ingenieur; beide naamwoordgroepen verwijzen naar dezelfde persoon.

💡
Vraag na een vorm van be, become, seem of een zintuiglijk koppelwerkwoord: beschrijft het volgende deel het onderwerp? Dan is het een subjectcomplement, geen object.

Adjectief, niet adverbium, na een koppelwerkwoord

Na een koppelwerkwoord beschrijft het complement het onderwerp en gebruikt het daarom meestal een adjectief. Vergelijk een koppelwerkwoord met een handelingswerkwoord:

The coffee tastes bitter.

De koffie smaakt bitter.

The chef tasted the sauce carefully.

De kok proefde de saus zorgvuldig.

In de eerste zin koppelt tastes de koffie aan de eigenschap bitter. In de tweede voert de kok de handeling taste uit; carefully beschrijft die handeling en is een adverbium. Hetzelfde contrast bestaat bij look: You look tired tegenover She looked carefully at the label.

Niet elk werkwoord in deze groep is altijd een koppelwerkwoord. Smell is koppelend in The milk smells sour, maar overgankelijk in She smelled the milk. De betekenis en het patroon bepalen de analyse.

Objectcomplementen: een predicatie over het object

Een objectcomplement komt na een direct object en zegt iets over dat object. De structuur is:

onderwerp + werkwoord + object + objectcomplement

ObjectComplementRelatie
himpresidenthij = president
the dooropende deur = open
itredhet = rood als resultaat

The board appointed Elena treasurer.

Het bestuur benoemde Elena tot penningmeester.

Please leave the door open for the delivery driver.

Laat de deur open voor de bezorger.

Paint it red so that we can recognize it from the road.

Verf het rood, zodat we het vanaf de weg kunnen herkennen.

De eerste zin kent Elena een functie toe. De tweede beschrijft de toestand waarin de deur moet blijven. De derde drukt een resultaat uit: door het verven wordt het object rood. Het complement is dus geen tweede object; open en red verwijzen niet naar zelfstandige zaken die worden achtergelaten of geverfd.

Veelvoorkomende werkwoorden met een naamwoordelijk objectcomplement zijn call, name, elect, appoint en make. Met een adjectivisch complement komen onder meer make, keep, leave, find, consider, paint en wipe voor.

Everyone calls the old theater the Palace.

Iedereen noemt het oude theater ‘the Palace’.

The long delay made the passengers restless.

Door de lange vertraging werden de passagiers rusteloos.

We found the back door unlocked.

We troffen de achterdeur onvergrendeld aan.

💡
Maak een kleine ingebedde zin van object + complement: the passengers were restless, the door was unlocked. Als die predicatieve relatie klopt, heb je waarschijnlijk een objectcomplement.

Identiteit, toestand en resultaat

Complementen kunnen drie verwante betekenissen hebben:

  1. Identiteit of rol: They elected him president — hij kreeg de rol van president.
  2. Waargenomen of beoordeelde toestand: We found the room empty — volgens onze waarneming was de kamer leeg.
  3. Veroorzaakt resultaat: They painted the room blue — de kamer werd blauw door de handeling.

The jury found the defendant guilty.

De jury achtte de verdachte schuldig. (formeel, juridisch)

A sudden frost turned the roads icy.

Door plotselinge vorst werden de wegen ijzig.

Bij resultaatconstructies bevat het hoofdwerkwoord niet altijd zelf de hele resultaatsbetekenis. Wipe the table clean betekent niet alleen ‘over de tafel vegen’; clean specificeert de toestand die door het vegen ontstaat. De pagina resultatieve constructies behandelt de grenzen en productiviteit daarvan.

Geen automatisch as of to be

Na elect, name, call en vaak appoint volgt het objectcomplement rechtstreeks, zonder as:

The members elected Priya chair of the committee.

De leden kozen Priya tot voorzitter van de commissie.

Nederlands gebruikt hier vaak tot: iemand tot voorzitter kiezen. Een woord-voor-woordvertaling met as is daarom niet nodig. Elect Priya as chair is óók standaard Engels en zet de rol iets explicieter neer; elect Priya chair is de compacte conventionele constructie en analyseert chair rechtstreeks als objectcomplement. Beschouw as bij elect dus niet als fout, maar ook niet als verplicht.

Andere werkwoorden vereisen juist as of gebruiken het normaal: regard someone as, describe someone as, treat someone as. De voorzetselkeuze hoort dus bij het werkwoord.

Her colleagues regard her as an expert on maritime law.

Haar collega's beschouwen haar als een expert in zeerecht.

The report describes the outage as preventable.

Het rapport beschrijft de storing als vermijdbaar. (formeel)

Bij consider is een rechtstreeks adjectief heel gewoon: We consider the plan risky. Consider the plan to be risky is langer en formeler. Consider the plan as risky is in algemene en-US niet de neutrale keuze voor deze betekenis.

We consider the current timetable unrealistic.

We vinden de huidige planning onrealistisch.

Subjectcomplement of objectcomplement?

Het beslissende verschil is welk zinsdeel wordt beschreven:

ZinBeschreven zinsdeelType
Lena became quiet.Lena, het onderwerpsubjectcomplement
The news made Lena quiet.Lena, het objectobjectcomplement
Omar is the manager.Omar, het onderwerpsubjectcomplement
They appointed Omar manager.Omar, het objectobjectcomplement

Lena became quiet when the meeting started.

Lena werd stil toen de vergadering begon.

The announcement made Lena quiet.

Door de mededeling werd Lena stil.

In de eerste zin koppelt became het onderwerp aan quiet. In de tweede veroorzaakt the announcement een toestand bij het object Lena. De zichtbare woorden lijken op elkaar, maar de grammaticale relaties verschillen.

Naamval bij persoonlijke voornaamwoorden

Een voornaamwoord dat zelf object is, krijgt de objectvorm: They elected him president, niet they elected he president. Na be is de alledaagse standaardvorm meestal eveneens It's me of That was her, hoewel het complement technisch geen object is.

It was me who left the window open.

Ik was degene die het raam openliet. (neutraal, alledaags)

It is I bestaat in zeer formele of bewust plechtige stijl (formal/literary), maar klinkt in een gewoon gesprek onnatuurlijk. De traditionele regel die daar een subjectvorm eist, beschrijft het hedendaagse dagelijkse gebruik dus niet goed.

Veelgemaakte fouten

Een adverbium na een koppelwerkwoord gebruiken

❌ The soup smells wonderfully.

Onjuist als wonderfully de soep moet beschrijven; een adverbium beschrijft eerder de manier van ruiken.

✅ The soup smells wonderful.

De soep ruikt heerlijk.

As als verplicht behandelen na elect

✅ They elected him president.

Ze kozen hem tot president. (compacte constructie met een rechtstreeks objectcomplement)

✅ They elected him as president.

Ze kozen hem als president. (ook standaard; as maakt de rol explicieter)

Een vereist as weglaten

❌ We regard her an expert.

Onjuist in algemene en-US: regard neemt in dit patroon as.

✅ We regard her as an expert.

We beschouwen haar als een expert.

Een subjectvorm als object gebruiken

❌ The board appointed she treasurer.

Onjuist: she is hier object en moet de objectvorm krijgen.

✅ The board appointed her treasurer.

Het bestuur benoemde haar tot penningmeester.

Het complement als een los object behandelen

❌ Paint red it before the guests arrive.

Onjuist: red prediceert het resultaat over it en volgt daarom op het object.

✅ Paint it red before the guests arrive.

Verf het rood voordat de gasten komen.

Kernpunten

  • Een subjectcomplement beschrijft of identificeert het onderwerp na een koppelwerkwoord.
  • Een objectcomplement prediceert een identiteit, toestand of resultaat over het directe object.
  • Na koppelwerkwoorden gebruik je voor een eigenschap meestal een adjectief, niet een adverbium.
  • Elect, call en name nemen rechtstreeks een complement; regard en describe gebruiken in deze betekenis as.
  • De test object + be + complement maakt de predicatieve relatie vaak zichtbaar.

Related Topics

  • Basisvolgorde onderwerp werkwoord objectA1Bouw Engelse hoofdzinnen met de vaste basisvolgorde onderwerp–werkwoord–object en vermijd Nederlandse V2-inversie.
  • Complex-transitieve patronenB2Begrijp Engelse patronen waarin een direct object samen met een adjectief, naamwoord of infinitief een kleine predicatie vormt.
  • Resultatieve constructiesC1Analyseer Engelse resultatieven waarin een handeling een expliciete eindtoestand veroorzaakt, van wipe clean tot hammer flat.
  • Alleen predicatieve adjectievenB2Gebruik afraid, asleep, alive, alone en aware vooral na een koppelwerkwoord en kies een passend alternatief vóór een zelfstandig naamwoord.
  • Overgankelijke en onovergankelijke werkwoordenB1Leer welke Engelse werkwoorden een direct object toelaten, welke zonder object staan en hoe dezelfde vorm oorzaak of verandering kan uitdrukken.
  • KoppelwerkwoordenB1Leer hoe Engelse koppelwerkwoorden het onderwerp verbinden met een beschrijving, identiteit of toestand en waarom daarop meestal een adjectief volgt.