Complex-transitieve patronen

In They painted the door red heeft painted niet alleen het object the door: red zegt wat de deur door het verven werd. Zo'n patroon heet complex-transitief. Na het werkwoord staan twee delen die samen een kleine predicatie vormen: the door was red, he was asleep of you stay. Het Engels gebruikt dit patroon met adjectieven, naamwoorden en verschillende infinitiefconstructies.

They painted the door red so guests could find the entrance.

Ze verfden de deur rood, zodat gasten de ingang konden vinden.

We found him asleep on the living room sofa.

We troffen hem slapend aan op de bank in de woonkamer.

I want you to stay until the storm has passed.

Ik wil dat je blijft totdat de storm voorbij is.

Object plus secundair predicaat

Een gewone overgankelijke zin heeft een onderwerp, werkwoord en direct object: They painted the door. Een complex-transitieve zin voegt een objectcomplement of een andere secundaire predicatie toe: They painted the door red. Het object is tegelijk deelnemer aan het hoofdwerkwoord en logisch onderwerp van wat volgt.

Volledige zinObjectKleine predicatieBetekenis
They painted the door red.the doorthe door was/became redresultaat
We found him asleep.himhe was asleepwaargenomen toestand
They elected Maya chair.MayaMaya was/became chairrol of identiteit
I want you to stay.youyou staygewenste handeling

De term ‘kleine predicatie’ is belangrijker dan hij misschien klinkt. Red is geen bijwoord dat vertelt hóé ze verfden; het prediceert een eindtoestand van de deur. Asleep beschrijft niet de manier waarop wij iets vonden, maar de toestand van him. Daardoor kun je nieuwe gevallen analyseren zonder elk patroon als losse formule te behandelen.

💡
Probeer object en complement om te zetten in een kleine zin met be: the door was red, he was asleep, Maya was chair. Als die relatie klopt, heb je een secundaire predicatie.

Adjectivische complementen: toestand of resultaat

Adjectieven na het object kunnen een al bestaande toestand weergeven of een veroorzaakt resultaat. Bij find en consider gaat het meestal om waarneming of beoordeling; bij make, paint, wipe en push gaat het vaak om een verandering.

The jury found the defendant guilty on all counts.

De jury achtte de verdachte op alle punten schuldig. (formeel, juridisch)

Most residents consider the intersection dangerous after dark.

De meeste bewoners vinden het kruispunt na zonsondergang gevaarlijk.

The news made everyone anxious.

Het nieuws maakte iedereen ongerust.

Please wipe the counter dry before you put the boxes on it.

Veeg het aanrecht droog voordat je de dozen erop zet.

Na consider komt in neutraal en-US vaak rechtstreeks een adjectief: We consider the plan risky. We consider the plan to be risky is eveneens correct maar langer en meestal (formal). Consider the plan as risky is voor deze betekenis niet de neutrale standaardconstructie.

Let ook op de woordsoort. In paint the door red is red een adjectief dat de deur beschrijft, geen adverbium. Een adverbium zou de hoofdhandeling modificeren: They painted the door carefully. Beide kunnen samen voorkomen: They carefully painted the door red.

Naamwoordelijke complementen: rol en identiteit

Een naamwoordgroep na het object classificeert of hernoemt dat object. Veelvoorkomende werkwoorden zijn call, name, elect, appoint en make.

The board appointed Elena treasurer for the next two years.

Het bestuur benoemde Elena voor de komende twee jaar tot penningmeester.

Everyone calls the neighborhood market the Corner Shop.

Iedereen noemt de buurtwinkel de Corner Shop.

The members elected Dr. Lee chair of the committee.

De leden kozen dr. Lee tot voorzitter van de commissie.

Nederlands gebruikt bij functies vaak tot: iemand tot voorzitter kiezen. Het Engelse compacte patroon heeft meestal geen voorzetsel: elect someone chair. Elect someone as chair komt ook voor en maakt de rol explicieter; het is niet fout. Bij andere werkwoorden is as juist onderdeel van het patroon: describe someone as reliable en regard something as a threat. De keuze is dus lexicaal.

Naamwoordelijke functietitels staan als complement vaak zonder lidwoord: elect her president, appoint him treasurer. Wanneer je een beschrijvende naamwoordgroep gebruikt, kan een lidwoord wel nodig zijn: They considered her a reliable partner.

We considered her a reliable partner from the start.

We beschouwden haar vanaf het begin als een betrouwbare partner.

Object plus to-infinitief

Na want, expect, need, would like, ask, tell, allow en verschillende andere werkwoorden kan een object gevolgd worden door een to-infinitief. Het object is dan logisch onderwerp van de infinitief.

We expect the train to arrive around six.

We verwachten dat de trein rond zes uur aankomt.

I'd like everyone to read the proposal before Friday.

Ik wil graag dat iedereen het voorstel vóór vrijdag leest.

The doctor advised me to take a few days off.

De arts adviseerde me om een paar dagen vrij te nemen.

Hier wijkt het Engels sterk af van het Nederlands. Nederlands gebruikt gemakkelijk een dat-bijzin: Ik wil dat je blijft. In neutraal en-US is de persoonlijke constructie want + object + to-infinitive: I want you to stay. I want that you stay klinkt voor de bedoelde alledaagse betekenis niet idiomatisch. Een that-bijzin na want bestaat in beperkte, vaak formele contexten zoals I want it understood that …, maar is geen vervanger voor dit patroon.

Bij expect zijn beide structuren mogelijk, met een verschil in vorm en soms perspectief:

I expect that Maya will call tonight.

Ik verwacht dat Maya vanavond belt.

I expect Maya to call tonight.

Ik verwacht dat Maya vanavond belt.

De eerste bevat een volledige bijzin met that en een persoonsvorm; de tweede bevat Maya als objectachtige naamwoordgroep plus to call. Na tell kan de that-bijzin bovendien een andere betekenis krijgen: I told Maya that I was leaving betekent dat ik haar iets meedeelde, terwijl I told Maya to leave een instructie aan Maya is.

Kale infinitief na causatieve en waarnemingswerkwoorden

Na make en let volgt in de actieve zin een infinitief zonder to. Ook na waarnemingswerkwoorden als see, hear en feel kan een kale infinitief een volledige gebeurtenis presenteren.

The sudden alarm made everyone leave the building.

Door het plotselinge alarm verliet iedereen het gebouw.

Let me finish this email before we go.

Laat me deze e-mail afmaken voordat we gaan.

I saw the delivery driver leave the package by the gate.

Ik zag de bezorger het pakket bij het hek neerzetten.

Na passief make verschijnt to wel: Everyone was made to leave. Dat is een echte onregelmatigheid in het patroon en moet je onthouden. Let heeft geen gewoon overeenkomstig passief; We were allowed to leave gebruikt allow.

We were made to wait outside for nearly an hour.

We moesten bijna een uur buiten wachten.

Bij waarneming contrasteert de kale infinitief met een -ing-vorm. I saw him cross the street presenteert de oversteek als een complete gebeurtenis; I saw him crossing the street zoomt in op de handeling die aan de gang was. Beide bevatten een predicatieve relatie met him.

Niet elk werkwoord accepteert elk complement

De betekenis van een kleine predicatie maakt een zin interpreteerbaar, maar garandeert nog niet dat het werkwoord het patroon toelaat. Engels staat make the room quiet toe, maar niet zomaar say the room quiet. Het staat want you to stay toe, maar na suggest gebruik je in neutraal en-US niet suggest you to stay.

She suggested that we stay another night.

Ze stelde voor dat we nog een nacht zouden blijven.

She advised us to stay another night.

Ze adviseerde ons om nog een nacht te blijven.

Er bestaat geen volledig betrouwbare vertaalregel. Leer daarom naast de betekenis ook het complementatieframe: suggest doing / suggest that …, maar advise someone to do …. De pagina over werkwoordpatronen met gerundium en infinitief behandelt zulke selecties uitgebreider.

Veelgemaakte fouten

Een Nederlandse dat-bijzin na want kopiëren

❌ I want that you stay until dinner.

Onjuist als neutrale en-US-constructie; want gebruikt hier een object en to-infinitief.

✅ I want you to stay until dinner.

Ik wil dat je tot het avondeten blijft.

To toevoegen na actief make

❌ The noise made the baby to wake up.

Onjuist: na actief make volgt de kale infinitief.

✅ The noise made the baby wake up.

Door het lawaai werd de baby wakker.

De objectvorm van een voornaamwoord vergeten

❌ We found he asleep in the chair.

Onjuist: het voornaamwoord staat in de objectpositie en moet him zijn.

✅ We found him asleep in the chair.

We troffen hem slapend aan in de stoel.

Een resultaat als adverbium formuleren

❌ They painted the door redly.

Onjuist: red beschrijft de bereikte toestand van de deur en is een adjectief.

✅ They painted the door red.

Ze verfden de deur rood.

Het verkeerde complementatieframe bij suggest gebruiken

❌ She suggested us to leave early.

Onjuist in neutraal en-US: suggest neemt niet dit object-plus-to-infinitiefpatroon.

✅ She suggested that we leave early.

Ze stelde voor dat we vroeg zouden vertrekken.

Kernpunten

  • In een complex-transitief patroon vormen object en complement samen een kleine predicatie.
  • Adjectieven drukken een toestand of resultaat uit; naamwoorden noemen een rol of identiteit.
  • Want + object + to-infinitive correspondeert vaak met Nederlands willen dat ….
  • Make en let nemen actief een kale infinitief; passief be made neemt to.
  • De mogelijke complementen zijn per werkwoord lexicaal beperkt en moeten als frame worden geleerd.

Related Topics

  • Subject- en objectcomplementenB1Herken complementen die een onderwerp of object identificeren, beschrijven of als resultaat een nieuwe toestand geven.
  • Resultatieve constructiesC1Analyseer Engelse resultatieven waarin een handeling een expliciete eindtoestand veroorzaakt, van wipe clean tot hammer flat.
  • Werkwoordpatronen met gerund of infinitiefB1Leer welke Engelse werkwoorden -ing, een to-infinitief of beide selecteren en wanneer de complementvorm de betekenis verandert.
  • Make, let en have plus objectB1Kies make voor dwang of oorzaak, let voor toestemming en have voor een opdracht, met de juiste infinitiefvorm.
  • ObjectvoornaamwoordenA1Leer wanneer het Engels me, you, him, her, it, us en them gebruikt na een werkwoord of voorzetsel.