Objectvoornaamwoorden

Een persoonlijk voornaamwoord verandert in het Engels van vorm naargelang zijn taak in de zin. I, he, she, we en they zijn onderwerp; me, him, her, us en them zijn object. Bij you en it zie je het verschil niet aan de vorm. Het systeem is klein, maar Nederlandstaligen maken juist in combinaties als between you and me gemakkelijk fouten.

De vormen in één overzicht

De gewone vormen hieronder zijn registerneutraal: ze komen zowel in gesprekken als in verzorgde schrijftaal voor.

OnderwerpObjectNederlandse kernbetekenis
Imeik — mij/me
youyoujij/u/jullie — jou/u/jullie
hehimhij — hem
sheherzij/ze — haar
itithet — het
weuswij/we — ons
theythemzij/ze — hen/hun/ze

De Nederlandse vertaling helpt maar beperkt. Nederlands heeft bijvoorbeeld je voor zowel onderwerp als object, en in informele spreektaal concurreert hun als onderwerp met zij. In standaardengels blijft de grammaticale taak doorslaggevend: wie de handeling verricht, krijgt de onderwerpvorm; wie of wat de handeling ondergaat, krijgt de objectvorm. Zie voor de eerste kolom ook onderwerpsvoornaamwoorden.

She saw me at the station.

Ze zag me op het station.

I called them after dinner.

Ik belde hen na het eten.

In de eerste zin verricht she het zien en is me degene die wordt gezien. In de tweede verricht I het bellen en ontvangt them de handeling. Dat blijft zo als het object vóór andere zinsdelen staat: Him, I don't trust is nadrukkelijk (informal), maar him blijft een object.

Na een werkwoord

Een direct object staat doorgaans zonder voorzetsel achter het werkwoord. Het antwoordt vaak op wie? of wat? na dat werkwoord. Een indirect object noemt dikwijls de ontvanger. Beide krijgen een objectvorm.

Could you help us with these boxes?

Kun je ons met deze dozen helpen?

Give it to him before you leave.

Geef het aan hem voordat je weggaat.

Maya sent me the address this morning.

Maya stuurde me vanochtend het adres.

In sent me the address staan twee objecten: me is de ontvanger en the address is wat wordt gestuurd. Ook zonder to is me dus geen onderwerp. Het Engels gebruikt dezelfde objectvorm voor een direct en een indirect object; je hoeft geen aparte naamvallenlijst te leren.

Bij het werkwoord be is de situatie historisch ingewikkelder. Traditionele voorschriften beschouwden het deel na be als een naamwoordelijk deel van het gezegde en eisten It is I. In modern Engels is It's me echter de normale keuze (informal en registerneutraal in de meeste contexten). It is I klinkt plechtig, theatraal of zeer formeel (formal). Het is dus geen handige algemene regel om na elk werkwoord blind de objectvorm te kiezen, maar bij een identificatie met be is de objectvorm in hedendaags gebruik wel ongemarkeerd.

It's me — can you open the door?

Ik ben het — kun je de deur opendoen?

It was I who approved the final version.

Ik was degene die de definitieve versie goedkeurde. (zeer formeel)

💡
Voor praktisch modern Engels kun je It's me, That's him en This is her veilig gebruiken. De onderwerpvorm na be behoort vooral tot een traditioneel formeel register.

Na een voorzetsel

Na een voorzetsel staat een objectvorm: to me, for her, with us, about them, between you and me. De plaats na het voorzetsel is hier betrouwbaarder dan de Nederlandse vertaling.

This message is for her, not for me.

Dit bericht is voor haar, niet voor mij.

No one knew about us yet.

Nog niemand wist van ons.

Let's keep this between you and me.

Laten we dit onder ons houden.

Between you and I ontstaat door hypercorrectie. Sprekers hebben vaak geleerd dat me and John als onderwerp niet standaard is. Daardoor gaan ze I als een vorm beschouwen die altijd netter klinkt, ook waar between juist een objectvorm vereist. Formaliteit verandert de grammaticale functie niet: between you and me is zowel informeel als formeel correct.

Sommige voorzetsels staan aan het einde van de zin. Ook dan bepaalt het onzichtbaar gebleven verband de vorm. In Who were you talking to? is who in hedendaags Engels normaal (registerneutraal); het formele To whom were you talking? gebruikt expliciet de objectvorm whom (formal). Meer daarover staat bij who en whom.

Twee personen samen: coördinatie

Ook in een combinatie met and of or behoudt elk voornaamwoord de vorm die de hele combinatie nodig heeft. Als Sara and I samen onderwerp zijn, is I correct. Als Sara and me samen object zijn, is me correct.

Sara and I are taking the early train.

Sara en ik nemen de vroege trein.

The manager thanked Sara and me.

De manager bedankte Sara en mij.

They invited him and us to stay for dinner.

Ze nodigden hem en ons uit om te blijven eten.

Een eenvoudige proef is de andere persoon tijdelijk weg te laten. Je zegt The manager thanked me, niet thanked I; daarom is ook thanked Sara and me juist. De proef werkt voor grammaticale vorm, maar de verkorte zin hoeft inhoudelijk niet dezelfde situatie te beschrijven.

In zeer informele spreektaal hoor je soms Me and Josh went home (informal, non-standard). Dat patroon bestaat werkelijk, maar in verzorgd standaardengels schrijf je Josh and I went home. Andersom is with Josh and I niet formeler standaardengels; daar moet het with Josh and me zijn.

💡
Haal bij twijfel het andere lid van de combinatie weg: They called Nina and me wordt They called me. Zo ontmasker je zowel me am ready als hypercorrect between you and I.

Voornaamwoord of wederkerende vorm?

Gebruik niet automatisch myself, yourself of themselves omdat een gewone objectvorm te direct klinkt. Een wederkerend voornaamwoord is nodig wanneer onderwerp en object naar dezelfde persoon verwijzen: I hurt myself. Als iemand anders het object is, gebruik je me: She hurt me. Na een voorzetsel kan dezelfde betekenisregel gelden.

I made this cake myself.

Ik heb deze taart zelf gemaakt. (nadruk)

Please send the completed form to me.

Stuur het ingevulde formulier alstublieft naar mij.

Please contact myself komt voor als bureaucratische hypercorrectie, maar geldt niet als verzorgd standaardgebruik. Myself is geen deftige vervanger van me. De volledige patronen staan op de pagina over wederkerende voornaamwoorden.

Veelgemaakte fouten

1. Een objectvorm als onderwerp gebruiken

❌ Me am ready to order.

Onjuist: me kan niet het gewone onderwerp van am zijn.

✅ I am ready to order.

Ik ben klaar om te bestellen.

2. Hypercorrect I na een voorzetsel

❌ This stays between you and I.

Onjuist: between vereist een objectvorm.

✅ This stays between you and me.

Dit blijft onder ons.

3. I in een samengesteld object

❌ They offered Lena and I a lift.

Onjuist: de hele combinatie is het indirecte object van offered.

✅ They offered Lena and me a lift.

Ze boden Lena en mij een lift aan.

4. Myself als formele vervanger van me

❌ Please reply to Daniel or myself.

Niet verzorgd standaardengels: myself verwijst hier niet terug naar het onderwerp.

✅ Please reply to Daniel or me.

Antwoord alstublieft aan Daniel of mij.

Kernpunten

  • Gebruik me, you, him, her, it, us en them als object van een werkwoord en na een voorzetsel.
  • Vorm en zinsfunctie horen bij elkaar: I saw her, maar she saw me.
  • In een combinatie blijft dezelfde regel gelden: Kim and I als onderwerp, Kim and me als object.
  • Between you and me is correct in ieder register; between you and I is hypercorrectie.
  • It's me is normaal modern Engels. It is I is mogelijk, maar nadrukkelijk formeel.

Related Topics

  • OnderwerpsvoornaamwoordenA1Leer de Engelse onderwerpsvormen I, you, he, she, it, we en they en wanneer een zichtbaar onderwerp verplicht is.
  • He, she en it bij personen en zakenA2Kies Engelse voornaamwoorden op basis van persoon, natuurlijk gender en betrokkenheid, niet op basis van Nederlands woordgeslacht.
  • Wederkerende voornaamwoordenA2Leer wanneer Engels myself, yourself en de andere -self-vormen nodig heeft — en wanneer Nederlands zich juist niet wordt vertaald.
  • Who en whomC1Leer wanneer Engels who of whom gebruikt en waarom voorzetselplaatsing en register vaak belangrijker zijn dan de oude naamvalsregel.
  • VoorzetselstrandingB2Leer waarom Engelse voorzetsels natuurlijk achteraan kunnen blijven in vragen, betrekkelijke bijzinnen en passieve zinnen.