In natuurlijk Engels kan een voorzetsel achterblijven wanneer zijn aanvulling naar voren verhuist of impliciet blijft: Who did you speak to?, the colleague I spoke to, This has already been paid for. Dit heet preposition stranding, oftewel voorzetselstranding. De constructie is geen slordige moderne gewoonte, maar al eeuwen deel van de Engelse grammatica. Een vooropgeplaatst voorzetsel — To whom did you speak? — is mogelijk, maar doorgaans formeler en syntactisch beperkter.
Wat blijft er precies ‘achter’?
In een gewone mededelende zin staat de aanvulling direct na het voorzetsel: You spoke to Maya. In een vraag neemt who de plaats van Maya in en komt vooraan te staan. Het voorzetsel to kan op zijn oorspronkelijke plek blijven:
Who did you speak to after the meeting?
Met wie heb je na de vergadering gesproken?
De denkbeeldige relatie is speak to who, maar de Engelse vraagregel verplaatst who naar het begin. Dat het voorzetsel achteraan staat, betekent dus niet dat het nergens bij hoort. To heeft nog steeds who als inhoudelijke aanvulling.
What are you looking at?
Waar kijk je naar?
Which folder did you save the file in?
In welke map heb je het bestand opgeslagen?
Voor Nederlandstaligen is de structuur tegelijk herkenbaar en verraderlijk. Nederlands gebruikt heel natuurlijk waar ... naar, waar ... in en daar ... mee, maar bij personen is met wie, naar wie of aan wie in verzorgde standaardtaal vaak de gewone keuze. Engels trekt die scheiding niet op dezelfde manier: Who are you travelling with? is volkomen neutraal.
Stranding in vragen
In gesproken en neutraal geschreven Engels is stranding meestal de vanzelfsprekende keuze bij who, what en which + zelfstandig naamwoord. De versie met het voorzetsel vooraan klinkt formeler, administratief of retorisch. Bij eenvoudige dagelijkse vragen kan ze zelfs komisch plechtig overkomen.
| Neutraal | Formeler |
|---|---|
| Who did you send it to? | To whom did you send it? |
| Which account did you pay it into? | Into which account did you pay it? |
| What are they arguing about? | About what are they arguing? |
Who are you travelling with this weekend?
Met wie ga je dit weekend op reis?
What were they laughing about when we came in?
Waar lachten ze om toen we binnenkwamen?
De formele alternatieven zijn grammaticaal, maar niet altijd even idiomatisch. About what are they arguing? past bijvoorbeeld in een formeel interview of een analytische tekst, terwijl een vriend bijna zeker What are they arguing about? vraagt. Zie vooropgeplaatste voorzetsels voor de precieze beperkingen met whom en which.
Stranding in betrekkelijke bijzinnen
Ook in een betrekkelijke bijzin kan het betrekkelijk element vooraan staan terwijl het voorzetsel achterblijft. Met who, which en that is dit gewoon mogelijk. In een beperkende betrekkelijke bijzin kan het betrekkelijk voornaamwoord bovendien helemaal wegblijven wanneer het geen onderwerp is.
The woman who I was talking to runs the community garden.
De vrouw met wie ik sprak, beheert de buurttuin.
That's the issue that everyone keeps arguing about.
Dat is de kwestie waar iedereen over blijft discussiëren.
The chair I was sitting on suddenly collapsed.
De stoel waarop ik zat, zakte plotseling in elkaar.
In the chair I was sitting on is een zogenoemd nulrelatief gebruikt: na chair staat geen which of that. Het gestrande on maakt de relatie toch duidelijk. Deze combinatie is zeer gangbaar. Bij vooropplaatsing kan het voornaamwoord niet verdwijnen: the chair on which I was sitting, niet the chair on I was sitting. Meer hierover staat bij nulrelatieven.
In niet-beperkende relatieve bijzinnen is that uitgesloten, maar stranding met who of which blijft mogelijk:
My old laptop, which I'd stored all the photos on, finally stopped working.
Mijn oude laptop, waarop ik alle foto's had opgeslagen, hield er uiteindelijk mee op.
De komma's geven aan dat de bijzin extra informatie toevoegt. My old laptop, on which ... is een formeler alternatief.
Stranding in passieve zinnen
Voorzetselstranding komt niet alleen door een vraagwoord of betrekkelijk voornaamwoord. In een passieve zin kan de aanvulling van het voorzetsel onderwerp worden, terwijl het voorzetsel in de werkwoordgroep achterblijft: Someone has slept in this bed wordt This bed has been slept in.
This sofa has clearly been slept on.
Er is duidelijk op deze bank geslapen.
Every concern will be listened to and taken seriously.
Naar elke zorg zal worden geluisterd en elke zorg zal serieus worden genomen.
The extra service has already been paid for.
Er is al voor de extra dienst betaald.
Dit patroon klinkt vooral natuurlijk wanneer de nieuwe onderwerpnaamwoordgroep relevant of bekend is. This problem needs to be dealt with is daardoor een normale, zelfs formeel bruikbare zin. Een Nederlandse vertaling kiest vaak een onpersoonlijke constructie met er of een ander werkwoord, maar Engels kan het voorzetselobject rechtstreeks centraal zetten.
Wanneer de formele variant wél past
Pied-piping — het voorzetsel samen met whom of which vooropplaatsen — past goed in juridische, academische en zorgvuldig formele teksten. Het kan ook dubbelzinnigheid vermijden of een complexe relatie overzichtelijker presenteren.
The principles on which the proposal is based remain controversial.
De beginselen waarop het voorstel is gebaseerd, blijven omstreden.
Deze zin is (academic) en (formal) van toon. The principles which the proposal is based on is eveneens grammaticaal en minder formeel. Geen van beide is universeel ‘beter’. Het register, ritme en teksttype bepalen de voorkeur.
Niet elk voorzetsel kan zomaar voorop. Vaste combinaties en uitdrukkingen verzetten zich soms tegen opsplitsing of veranderen van betekenis. What did you put up with? is natuurlijk voor ‘Wat heb je verdragen?’; With what did you put up? klinkt voor de meeste sprekers sterk onnatuurlijk, omdat put up with als een hechte eenheid functioneert. Ook een echt werkwoordspartikel kan niet als voorzetsel worden vooropgezet: naast Who did you wake up? bestaat geen Up whom did you wake? Hier is up geen voorzetsel met whom als aanvulling.
De mythe van het verboden eindvoorzetsel
De bekende schoolregel dat een zin nooit op een voorzetsel mag eindigen, is geen betrouwbare regel van het Engels. Ze ontstond mede uit de wens om Engels naar Latijnse stijlregels te modelleren, hoewel de talen anders gebouwd zijn. In hedendaags standaardengels komt stranding voor in gesprekken, journalistiek, zakelijke communicatie en literatuur. Redigeer een eindvoorzetsel alleen als de hele zin daardoor helderder of beter passend bij het register wordt.
That's not something I'm prepared to compromise on.
Dat is niet iets waarop ik bereid ben toe te geven.
Deze zin is neutraal en professioneel. That is not something on which I am prepared to compromise is veel plechtiger, maar niet inhoudelijk nauwkeuriger.
Veelgemaakte fouten
1. Elk eindvoorzetsel vermijden
❌ With whom are you going to the cinema tonight?
Niet ongrammaticaal, maar onnodig stijf in een alledaags gesprek.
✅ Who are you going to the cinema with tonight?
Met wie ga je vanavond naar de bioscoop?
2. Het voorzetsel helemaal weglaten
❌ Who were you talking yesterday?
Onjuist: talk heeft in deze betekenis to nodig voor de gesprekspartner.
✅ Who were you talking to yesterday?
Met wie sprak je gisteren?
3. Nederlandse woordvolgorde met met wie letterlijk kopiëren
❌ With who did you share the room?
Niet passend in verzorgde standaardtaal: na een vooropgeplaatst voorzetsel hoort formeel whom.
✅ Who did you share the room with?
Met wie deelde je de kamer?
4. Een betrekkelijk voornaamwoord vóór én na de bijzin uitdrukken
❌ That's the company which I used to work for it.
Onjuist: which en it vullen dezelfde open plaats.
✅ That's the company which I used to work for.
Dat is het bedrijf waarvoor ik vroeger werkte.
Kernpunten
Voorzetselstranding is kernsyntaxis van natuurlijk Engels. Ze komt voor in wh-vragen, betrekkelijke bijzinnen en passieven en is in veel contexten de neutrale keuze. Vooropplaatsing met whom of which verhoogt het register, maar legt extra grammaticale beperkingen op. Vermijd dus niet mechanisch elk eindvoorzetsel: kies de constructie die bij betekenis en register past.
Related Topics
- Vooropgeplaatst voorzetsel in formele stijlC2 — Leer hoe preposition plus whom of which formele vragen en betrekkelijke bijzinnen vormt en welke keuzes daardoor uitgesloten zijn.
- Wh-vragenA1 — Bouw Engelse informatievragen met een vraagwoord, inversie en waar nodig do-support.
- Voorzetsels in relatieve bijzinnenB2 — Kies tussen natuurlijk voorzetselstranding en formeel voorzetsel plus whom of which.
- NulrelatiefB1 — Leer wanneer het Engelse relatieve voornaamwoord als object mag verdwijnen en waarom een relatief onderwerp of niet-restrictieve vorm nooit nul kan zijn.
- Vorm van de lijdende vormA2 — Bouw het Engelse passief met een passende vorm van be en het voltooid deelwoord, terwijl tijd en lexicale betekenis elk hun eigen plaats behouden.