Nulrelatief

In een Engelse restrictieve relatieve bijzin kan het relatieve voornaamwoord soms helemaal ontbreken: the book I bought, the person we invited, the song they played. Dit heet een nulrelatief of zero relative. De weglating is alleen mogelijk wanneer de relatieve vorm object is en de bijzin zelf al een ander onderwerp heeft. Als de relatieve vorm onderwerp is of als de bijzin tussen komma's staat, moet hij zichtbaar blijven.

Het basispatroon

Vergelijk the book that I bought met the book I bought. In beide gevallen heeft de relatieve bijzin het onderwerp I. De ontbrekende plek na bought is het object: I bought the book. Omdat that object is en de bijzin restrictief is, mag het weg.

The book I bought yesterday is already sold out online.

Het boek dat ik gisteren kocht, is online al uitverkocht.

The woman we invited cannot come after all.

De vrouw die we hebben uitgenodigd, kan uiteindelijk toch niet komen.

Have you tried the soup Max made?

Heb je de soep geproefd die Max heeft gemaakt?

That is the song they played at the end of the wedding.

Dat is het lied dat ze aan het einde van de bruiloft draaiden.

Deze zinnen zijn neutraal en volkomen standaard. Een nulrelatief is niet alleen informele spreektaal; het komt ook veel voor in gewone geschreven teksten. Een zichtbaar that, who of which kan eveneens correct zijn. De nulvorm maakt de verbinding meestal iets lichter en vloeiender.

De term nul betekent dus niet dat de betekenis ontbreekt. De luisteraar begrijpt nog steeds een grammaticale relatie met het antecedent. De objectpositie van bought, invited, made of played is leeg en wordt inhoudelijk door het eerdere zelfstandig naamwoord ingevuld.

💡
Zie je na het antecedent meteen een nieuw onderwerp, zoals I, we, Max of they? Dan kan een nulrelatief mogelijk zijn. Controleer vervolgens of de bijzin restrictief is.

Object tegenover onderwerp

Een relatief onderwerp mag niet worden weggelaten. In the book that fell is that degene of datgene dat fell uitvoert. Haal je that weg, dan blijft the book fell over. Dat wordt niet vanzelf een relatieve bijzin; het lijkt op een nieuwe hoofdzin zonder de nodige verbinding.

The book that fell from the top shelf damaged the lamp.

Het boek dat van de bovenste plank viel, beschadigde de lamp.

The mechanic who lives near the station works night shifts.

De monteur die bij het station woont, werkt nachtdiensten.

We need a cable that reaches the other side of the room.

We hebben een kabel nodig die de andere kant van de kamer bereikt.

Na that/who volgt in deze voorbeelden direct het werkwoord fell, lives, reaches. Dat is het teken dat de relatieve vorm onderwerp is. Bij objectrelatieven volgt daarentegen een afzonderlijk onderwerp: the book (that) I bought, the man (who) we met, the cable (that) you ordered.

The cable you ordered is too short for this room.

De kabel die je hebt besteld, is te kort voor deze kamer.

Dit levert een betrouwbare praktische test op:

Na het antecedentFunctie relatiefWeglaten?
that fellonderwerp van fellnee
that I boughtobject van boughtja
who calledonderwerp van callednee
who we calledobject van calledja

Nederlands laat een betrekkelijk voornaamwoord normaal niet op precies deze manier weg: het boek ik kocht is geen standaard Nederlands. Daardoor verwachten Nederlandstaligen vaak ten onrechte dat Engels altijd that nodig heeft. Het omgekeerde gebeurt ook: na het leren van the book I bought laten ze de vorm weg in een onderwerpsrelatief. De doorslaggevende factor is niet ‘Engels is korter’, maar de syntactische functie van de ontbrekende vorm.

Alleen restrictief en zonder komma

Een nulrelatief hoort bij een restrictieve bijzin: de informatie helpt bepalen welke persoon of zaak bedoeld wordt. Zo selecteert the documents you requested de aangevraagde documenten uit alle mogelijke documenten. Er staan geen komma's.

I left the documents you requested on your desk.

Ik heb de documenten die je had aangevraagd op je bureau gelegd.

The café we usually visit is closed for renovations.

Het café dat we gewoonlijk bezoeken, is wegens verbouwing gesloten.

Een niet-restrictieve relatieve bijzin geeft alleen extra informatie over een antecedent dat al geïdentificeerd is. Hij staat tussen komma's en vereist een zichtbaar who, whom of which. De nulvorm kan daar niet.

This café, which we discovered last summer, is closing next week.

Dit café, dat we vorige zomer ontdekten, sluit volgende week.

My uncle, whom you met at the wedding, has moved to Ghent.

Mijn oom, die je op de bruiloft hebt ontmoet, is naar Gent verhuisd.

Zelfs al zijn which en whom in deze zinnen object, de komma's blokkeren weglating. De zichtbare vorm markeert waar de toegevoegde opmerking begint. Meer over dit contrast staat bij restrictieve relatieve bijzinnen en niet-restrictieve relatieve bijzinnen.

💡
Objectfunctie alleen is niet genoeg. Voor een nulrelatief moeten twee voorwaarden tegelijk gelden: object én restrictieve bijzin zonder komma.

Na een voorzetsel

Als de relatieve vorm het object van een voorzetsel is, kan hij verdwijnen wanneer het voorzetsel achteraan blijft staan. Dit patroon is neutraal tot informeel en zeer gewoon in gesprekken.

The colleague I travelled with has already gone home.

De collega met wie ik reisde, is al naar huis gegaan.

That is the issue we argued about for most of the meeting.

Dat is de kwestie waarover we het grootste deel van de vergadering ruzieden.

The apartment they moved into needs a new kitchen.

Het appartement waar ze zijn ingetrokken, heeft een nieuwe keuken nodig.

De volledige varianten zijn the colleague who/whom I travelled with, the issue that/which we argued about. In formele stijl kan het voorzetsel vóór de relatieve vorm komen: the colleague with whom I travelled, the issue about which we argued (formal). Na zo'n vooropgeplaatst voorzetsel mag de relatieve vorm nooit nul zijn: the colleague with I travelled is fout.

The organisation for which she works has opened a new office.

De organisatie waarvoor zij werkt, heeft een nieuw kantoor geopend.

Voorzetselplaatsing beïnvloedt dus zowel register als de mogelijkheid tot weglating. Zie voor alle patronen voorzetsels in relatieve bijzinnen.

Wanneer een zichtbare vorm duidelijker is

Ook waar nul grammaticaal is, kan een schrijver that, who of which behouden om een lange of ingewikkelde zin beter leesbaar te maken. Vergelijk een korte groep als the report I sent met een antecedent dat zelf veel bepalingen bevat. De zichtbare relatieve vorm kondigt dan duidelijk aan dat een nieuwe bijzin begint.

The final version of the annual report that the auditors approved will be published tomorrow.

De definitieve versie van het jaarverslag die de accountants goedkeurden, wordt morgen gepubliceerd.

Zonder that blijft de zin grammaticaal, maar de grens na report is tijdens het lezen iets minder onmiddellijk herkenbaar. In formele of technische teksten kan explicietheid daarom zwaarder wegen dan bondigheid. Dit is een stijlkeuze, geen andere grammaticaregel.

Bij personen kan de keuze ook toon sturen. The person I spoke to is neutraal in alledaags Engels; the person whom I spoke to klinkt verzorgd; the person to whom I spoke is duidelijk (formal). Alle drie delen dezelfde objectrelatie.

Niet verwarren met een verkorte relatieve bijzin

The emails sent yesterday bevat geen gewoon nulrelatief van het type the emails I sent. Sent yesterday is een verkorte passieve relatieve constructie: the emails that were sent yesterday. Er ontbreekt dus meer dan alleen een objectief voornaamwoord. De regels voor zulke participiumconstructies staan bij verkorte relatieve bijzinnen.

The applications received after Friday will be reviewed next month.

De aanvragen die na vrijdag worden ontvangen, worden volgende maand beoordeeld.

Noem niet elke relatieve constructie zonder who/which/that een nulrelatief. Bij het nulrelatief op deze pagina blijft een volledige persoonsvormelijke bijzin staan met een uitgesproken onderwerp: I bought, we invited, they played.

Veelgemaakte fouten

1. Een relatief onderwerp weglaten

❌ The man lives next door works night shifts.

Onjuist: in de relatieve bijzin ontbreekt het onderwerp van lives.

✅ The man who lives next door works night shifts.

De man die naast ons woont, werkt nachtdiensten.

2. Een nulvorm na een komma gebruiken

❌ My laptop, I bought last year, has stopped working.

Onjuist: een niet-restrictieve bijzin vereist een zichtbare relatieve vorm.

✅ My laptop, which I bought last year, has stopped working.

Mijn laptop, die ik vorig jaar kocht, werkt niet meer.

3. Het voorzetsel voor de nulvorm zetten

❌ The client for we prepared the estimate has cancelled.

Onjuist: na een vooropgeplaatst voorzetsel moet de relatieve vorm zichtbaar zijn.

✅ The client we prepared the estimate for has cancelled.

De klant voor wie we de offerte opstelden, heeft geannuleerd.

4. Denken dat that altijd verplicht is

⚠️ The film that we watched was much better than I expected.

Correct, maar that is hier niet verplicht: als object in deze restrictieve bijzin mag het weg.

✅ The film we watched was much better than I expected.

De film die we bekeken, was veel beter dan ik had verwacht.

Kernpunten

Een nulrelatief is mogelijk wanneer de ontbrekende relatieve vorm object is, de bijzin al een eigen onderwerp heeft en de relatie restrictief is. The book I bought voldoet aan alle voorwaarden; the book that fell niet, omdat that onderwerp is. Na komma's en na een vooropgeplaatst voorzetsel moet de vorm zichtbaar blijven. Een nulrelatief is gewoon standaardengels, maar een expliciet relatief voornaamwoord kan in een lange zin nuttig zijn voor de leesbaarheid.

Related Topics