Who, which en that in relatieve bijzinnen

Een relatieve bijzin geeft informatie over een eerder zelfstandig naamwoord: the woman who called, the book that fell en the car, which was red. Dat eerdere woord of die eerdere woordgroep heet het antecedent. Engels kiest vooral op basis van twee vragen: verwijst het antecedent naar een persoon of een zaak, en is de relatieve bijzin noodzakelijk om het antecedent te identificeren of slechts extra informatie?

Who voor personen

Gebruik who wanneer het antecedent een persoon of een groep mensen is. Who kan in de relatieve bijzin onderwerp zijn. De vorm is neutraal in gesprekken en schrijftaal.

The woman who called left her number at reception.

De vrouw die belde, liet haar nummer achter bij de receptie.

Students who submit the form today will receive a reply this week.

Studenten die het formulier vandaag indienen, krijgen deze week antwoord.

I thanked the neighbour who found my keys.

Ik bedankte de buurman die mijn sleutels had gevonden.

Nederlands gebruikt die zowel voor mensen als voor veel de-woorden die zaken aanduiden. Engels maakt dat onderscheid zichtbaarder: the neighbour who, maar the key which/that. Laat je keuze dus niet alleen door Nederlands die sturen.

Who kan ook object zijn: the person who I met. Dat is vooral in neutrale en informele stijl gebruikelijk. In formele stijl kan objectvorm whom staan, en in een restrictieve bijzin kan het objectieve relatief voornaamwoord vaak helemaal weg. Die mogelijkheden worden uitgebreider behandeld op who en whom en het nulrelatief.

The designer who we hired starts on Monday.

De ontwerper die we hebben aangenomen, begint maandag.

Which voor dieren en zaken

Gebruik which voor dingen, ideeën, situaties en meestal ook dieren wanneer hun individuele persoonlijkheid niet centraal staat. Which is mogelijk als onderwerp en als object.

The printer which keeps jamming is finally being replaced.

De printer die steeds vastloopt, wordt eindelijk vervangen.

The proposal which we discussed yesterday needs one more signature.

Het voorstel dat we gisteren bespraken, heeft nog één handtekening nodig.

Their dog, which is nearly sixteen, sleeps by the radiator most of the day.

Hun hond, die bijna zestien is, slaapt het grootste deel van de dag bij de radiator.

Bij een huisdier of dier dat als individu wordt voorgesteld, komt who ook voor, vooral in informele, betrokken taal: our cat, who hates closed doors. Bij een soort of een dier in algemene beschrijving is which of that gewoner. Dat is geen strakke biologische regel maar een keuze in perspectief.

Organisaties kunnen eveneens op twee manieren worden bekeken. The company which announced the merger behandelt het bedrijf als instelling; the team who won is vooral Brits Engels (regional: Britain) en stelt de teamleden centraal. In Amerikaans Engels is the team that won doorgaans gewoner.

That in restrictieve relatieve bijzinnen

That kan in een restrictieve relatieve bijzin verwijzen naar zowel personen als zaken. Restrictief betekent dat de informatie nodig is om te bepalen over welke persoon of zaak je spreekt. Er staan dan geen komma's rond de bijzin.

The book that fell from the shelf belongs to Noor.

Het boek dat uit de kast viel, is van Noor.

Anyone that needs a lift can travel with us.

Iedereen die vervoer nodig heeft, kan met ons meerijden.

The laptop that I use for work stays at the office.

De laptop die ik voor mijn werk gebruik, blijft op kantoor.

Voor personen is who vaak de natuurlijkste en in verzorgde stijl soms de gewenste keuze: the colleague who helped me. That is echter volkomen standaard in veel restrictieve contexten, vooral na woorden als someone, anyone, everyone en in informele gesprekken. Presenteer that dus niet als ‘alleen voor dingen’.

Voor zaken kunnen which en that beide restrictief zijn. Sommige Amerikaanse stijlgidsen reserveren which bij voorkeur voor niet-restrictieve bijzinnen en gebruiken restrictief that (formal editorial convention). Dat is een redactionele voorkeur, geen universele grammaticaregel. In Brits Engels is restrictief which heel gewoon.

The road which leads to the village is closed for repairs.

De weg die naar het dorp leidt, is wegens werkzaamheden afgesloten.

The road that leads to the village is closed for repairs.

De weg die naar het dorp leidt, is wegens werkzaamheden afgesloten.

Beide zinnen selecteren de relevante weg. De betekenis is gelijk; stijl en regionale redactievoorkeur bepalen vaak de vorm.

💡
That is geen algemene vervanging voor who en which. Het is beschikbaar wanneer de relatieve bijzin restrictief is en dus zonder komma's bij het antecedent hoort.

Komma's en extra informatie: geen that

Een niet-restrictieve relatieve bijzin voegt informatie toe over een antecedent dat al volledig geïdentificeerd is. De bijzin staat tussen komma's, of tussen een komma en het einde van de zin. Gebruik dan who voor mensen en which voor zaken; standaardengels gebruikt hier geen that.

My manager, who grew up in Dublin, speaks fluent Dutch.

Mijn manager, die in Dublin is opgegroeid, spreekt vloeiend Nederlands.

The car, which was red, was easy to spot in the snow.

De auto, die rood was, viel gemakkelijk op in de sneeuw.

Our main server, which was installed last year, is already at capacity.

Onze hoofdserver, die vorig jaar is geïnstalleerd, draait nu al op volle capaciteit.

De komma verandert soms de boodschap. The employees who work remotely will join online selecteert alleen de thuiswerkende werknemers. The employees, who work remotely, will join online presenteert alle bedoelde werknemers als thuiswerkers en voegt dat als toelichting toe.

The guests who had children left early.

De gasten die kinderen hadden, vertrokken vroeg.

The guests, who had children, left early.

De gasten — die allemaal kinderen hadden — vertrokken vroeg.

De tweede lezing vereist een context waarin the guests al als groep vaststaat. Komma's zijn dus geen ademtekens die je naar smaak toevoegt: ze coderen of de informatie selecteert of toelicht. Zie restrictieve relatieve bijzinnen en niet-restrictieve relatieve bijzinnen voor het volledige betekenisverschil.

Onderwerp en object?

Als who, which of that het onderwerp van de relatieve bijzin is, volgt het werkwoord er direct op: the woman who called, the book that fell. Dat relatieve voornaamwoord mag niet worden weggelaten.

Als de bijzin al een eigen onderwerp heeft, is het relatief voornaamwoord vaak object: the woman who I called, the book that I bought. In een restrictieve bijzin mag dat object meestal weg: the woman I called, the book I bought.

The nurse who answered the phone solved the problem.

De verpleegkundige die de telefoon opnam, loste het probleem op.

The nurse that I spoke to solved the problem.

De verpleegkundige met wie ik sprak, loste het probleem op.

In het eerste voorbeeld is who onderwerp van answered; in het tweede is I onderwerp van spoke en is that het object van to. Dit verschil verklaart waarom weglating in de tweede zin mogelijk is en in de eerste niet.

Geen what na een expliciet antecedent

Nederlandstaligen verwarren that soms met what, mede doordat Nederlands wat in bepaalde betrekkelijke constructies gebruikt. Na een expliciet antecedent als the thing, the book, everything gebruikt standaardengels echter that, which of who, niet what.

Everything that we ordered arrived on time.

Alles wat we bestelden, kwam op tijd aan.

What kan zelf ‘datgene wat’ betekenen en heeft dan geen apart antecedent: What we ordered arrived on time betekent Datgene wat we bestelden, kwam op tijd aan. Dit heet een vrije relatieve bijzin en wordt behandeld bij vrij relatief what.

What we need most is a quiet place to work.

Wat we het hardst nodig hebben, is een rustige werkplek.

Bijzondere voorkeuren voor that

Na all, everything, nothing, anything en na een overtreffende trap klinkt that vaak bijzonder natuurlijk in restrictieve bijzinnen. Het is doorgaans een sterke voorkeur, geen absolute wet.

That is the best advice that anyone has given me.

Dat is het beste advies dat iemand me heeft gegeven.

We packed everything that would fit in the car.

We pakten alles in wat in de auto paste.

Na een vooropgeplaatst voorzetsel kan that juist niet staan: the colleague to whom I wrote, the issue about which we argued (formal). In het informelere patroon blijft het voorzetsel achteraan en kan that wel: the colleague that I wrote to, the issue that we argued about.

Veelgemaakte fouten

1. What gebruiken na een zelfstandig naamwoord

❌ The film what we watched was surprisingly funny.

Onjuist: film is al een expliciet antecedent.

✅ The film that we watched was surprisingly funny.

De film die we bekeken, was verrassend grappig.

2. That gebruiken na een komma

❌ My bicycle, that I bought last month, has already been stolen.

Onjuist in standaardengels: de komma maakt de bijzin niet-restrictief.

✅ My bicycle, which I bought last month, has already been stolen.

Mijn fiets, die ik vorige maand kocht, is nu al gestolen.

3. Which gebruiken voor een persoon

❌ The doctor which treated me explained everything clearly.

Onjuist: het antecedent is een persoon.

✅ The doctor who treated me explained everything clearly.

De arts die me behandelde, legde alles duidelijk uit.

4. Het relatieve onderwerp weglaten

❌ The package arrived this morning is for you.

Onjuist: de relatieve bijzin heeft geen ander onderwerp.

✅ The package that arrived this morning is for you.

Het pakket dat vanochtend aankwam, is voor jou.

Kernpunten

Gebruik who voor personen en which voor zaken. That kan beide antecedenttypen verbinden, maar alleen in restrictieve relatieve bijzinnen zonder komma. Een niet-restrictieve bijzin geeft extra informatie en vereist who of which. Na een expliciet antecedent is what niet het gewone betrekkelijke voornaamwoord. Controleer ten slotte of de relatieve vorm onderwerp of object is: een relatief onderwerp kan nooit zomaar verdwijnen.

Related Topics

  • Relatief whoseB1Leer hoe relatief whose bezit en andere relaties uitdrukt bij mensen, dieren én zaken, en hoe de hele whose-groep in de bijzin functioneert.
  • NulrelatiefB1Leer wanneer het Engelse relatieve voornaamwoord als object mag verdwijnen en waarom een relatief onderwerp of niet-restrictieve vorm nooit nul kan zijn.
  • Vrij relatief whatC1Leer hoe what zonder afzonderlijk antecedent ongeveer ‘the thing that’ betekent en een volledige naamwoordelijke bijzin vormt.
  • Restrictieve relatieve bijzinnenA2Identificeer personen en zaken met noodzakelijke relatieve informatie zonder komma's.
  • Niet-restrictieve relatieve bijzinnenB1Voeg extra informatie over een al geïdentificeerde referent toe met komma's en zonder that of weglating.